zondag, oktober 08, 2006

Kunstcriticus

Gisteren, na Sven’s overwinning in Zonhoven, bezocht ik samen met mijn vrouw een vernissage van een schilde-rijenten-toonstelling. Ik was me ervan bewust dat ik een andere wereld instapte. De luide aanmoedingingskreten van duizenden supporters waren vervangen door een zacht gemurmel van een klein aantal bezoekers die met een glas in de hand soms aarzelend hun appreciatie uitspraken voor het -overigens mooie- werk van de Duitse kunstenares. Plots nam de heer P., dichter en kunstcriticus, het woord. Met een beetje een warrige, Noord-Nederlands verklankte taal, wat bombastisch ook, eigen toch aan mensen wiens biotoop de kunstwereld is, leidde hij ons in minder dan een kwartier langs het Guggenheim museum in Bonn, het MOMA van New York, Sotheby’s en Christie’s in Londen en één of andere expositie in Portugal. Hij had het over de meesterwerken van Kadinsky en Rotko en goochelde met bedragen van 135 miljoen dollar die neergeteld werden voor één kunstwerk. Verward en toch zwierig presteerde hij het om met veel aplomb een appreciatie neer te zetten die geen tegenspraak duldde, die niet onderbouwd moest worden door feiten, die ingegeven was door een authoriteit die gekend en erkend was in de kunstwereld. Ik was jaloers op die man. Hij had zwier en stijl, en klaarblijkelijk had hij zich een reputatie opgebouwd die hij kon meedragen tot het einde van zijn dagen, zonder dat daar verder meetbare resultaten tegenover hoefden te staan. Toen ik buiten ging had ik het gevoel een veilige, afgeschermde wereld te verlaten. Ik belde Sven om nog eens na te praten over de voorbije wedstrijd, over de wedstrijdtactiek van vandaag, over hoe we de training volgende week gaan aanpakken. Het zal goed moeten zijn, want met zijn en mijn authoriteit in de sportwereld kan het morgen gedaan zijn, mochten de resultaten er niet meer zijn. Het is allemaal zo vluchtig in de sportbiotoop.

0 Comments:

Een reactie plaatsen

Links to this post:

Een link maken

<< Home