zaterdag, september 30, 2006

In de lijn van de verwachtingen

Donderdag in de Gazet van Antwerpen:
"De geplande schadeclaim jegens Dedecker verdwijnt voorlopig in de koelkast. Lefevere: "Want in tegenstelling tot wat velen denken, lig ik helemaal niet wakker van Dedecker. Hij heeft met zijn uitspraken de eerste zet gedaan, hij moet nu ook maar met namen komen"." Twee redenen die deze toch wel spectaculaire ommezwaai in zijn uitspraken verklaren:
1. Patrick Lefevere ligt WEL wakker van Dedecker en zijn gesprekken met het gerecht en het bondsparket;
2. Mensen uit de directe omgeving van Lefevere hebben hem vermoedelijk aangemaand om dringend gas terug te nemen.
Had iemand iets anders verwacht? Neen toch?

Uppercut

Mijn samenwerking met Joeri Jansen is met valse noot gestart. Gisteren maakte het BLOSO bekend dat het topsportstatuut van Joeri niet meer zal verlengd worden. Dat betekent, minder dan twee jaar voor de Olympische Spelen, het (voorlopige?) einde van zijn profbestaan. Voortaan zal hij zijn trainingen moeten combineren met een job. Een uppercut van jewelste voor Jansen, hopelijk geen knock-out. We hebben echt niet al te veel atleten die zo getalenteerd zijn.
Maar goed, het zal dus anders moeten. Het enige dat hij kan doen is zo vlug mogelijk bewijzen, liefst tegen de Europese indoorkampioenschappen, dat wel degelijk een blosocontract waard is. Zoals ik vooraf al eens zei: er is werk aan de winkel.

vrijdag, september 29, 2006

Ferme taal

Tijdens de voorstelling van het FIDEA-team werd ferme taal gesproken. 25 overwinningen + een wereldtitel, zo stelde manager Van Kasteren de ambities scherp. Bart Wellens wil die, als het even kan, op zijn eentje wel bijeen sparen. Het seizoen van Sven Nys vorig jaar? 28 overwinningen? Niks speciaals. Bart deed drie jaar geleden veel beter. Zo zegt hij toch. Hij vond daarom ook dat er rond Sven Nys “te veel te doen” was geweest. Een beetje enerverend voor Wellens, dat was het naar eigen zeggen toch wel.
Als coach begrijp ik heel die toestanden niet zo. Natuurlijk moet je ambitieus zijn, en als topsporter moet de lat voldoende hoog gelegd worden. Terecht zegt Wellens dat hij toch ook niet kan komen vertellen dat hij hoopt op 5 overwinningen. Maar nu legt hij, na twee opeenvolgende rotseizoenen, de druk op eigen schouders weer zo ontzettend hoog. Als hij niet onmiddellijk scoort, dan zou het wel eens weer moeilijk kunnen worden. Is er in zijn omgeving dan niemand die daar enig besef van heeft? Of is het juist een bewuste techniek om Bart zo op te fokken in een poging om de tegenstand, in casu Sven Nys, aan het twijfelen te brengen?
Afgezien van deze bedenkingen gun ik Bart Wellens echt wel een goed seizoen. Hij ziet er goed uit, en ik heb altijd sympathie gehad voor Bart. Het kan de veldritsport trouwens alleen maar ten goede komen.
Ik heb met Sven samen de verwachtingen voor het komende wedstrijdseizoen doorgenomen. Wij beseffen heel goed dat het niet ieder jaar in dezelfde mate prijs kan zijn, dat hoeft ook niet. Wat Wellens ook beweert, het blijft zo dat Sven tijdens de afgelopen twee jaar veel meer wedstrijden heeft gewonnen dan hijzelf die zelfs in zijn boerenjaar bleef steken op 24. Sven won bovendien 2 jaar op rij alle klassementen, en hij won 3 van de 4 kampioenschappen. Moet dat trouwens nog gezegd? Die hegemonie doortrekken lijkt me irreëel, ook niet echt nodig om Sven’s status hoog te houden. Met minder zijn we nog tevreden. We hebben hier en daar een terugval ingecalculeerd, rekening houdende met een verblijf in de hoogtekamer, met zware trainingsweken en met een stage die gepland is tijdens het seizoen. We zullen wel zien. Zondag in Aigle wordt niet de gemakkelijkste wedstrijd. Een vlak parcours dat nergens s electief is. Vermoedelijk nog niet de echte waardemeter.
Sven heeft alleszins bijzonder hard getraind. Dinsdag deed Sven nog een duurtraining van 175 km, en woensdag trainden we op wedstrijdritme. Hij stoof toen met hartslagen die vrij dicht aanleunden bij zijn maximum over de Lichtaartse zandduinen. Sven straalde kracht uit. Die 25 overwinningen van het FIDEA-team zullen wel moeten verdiend worden. Met daden. Niet met woorden.

donderdag, september 28, 2006

Prima benadering

Peter Croes bleef dit jaar, ondanks enkele mooie prestaties, toch wel onder de verwach-tingen. Het moet gezegd worden. Bovendien voldeed hij niet aan de (strenge) resultaatverbintenis (top-8 op het Europese kampioenschap) die was opgelegd door het BLOSO om zijn topsportstatuut te verlengen. Vandaag had hij een gesprek met het BLOSO over het al dan niet verlengen van zijn statuut. Peter had wel een voldoende sterk dossier. Hij voldeed met een zesde plaats in een wereldbekerwedstrijd al aan de helft van de norm die zal worden opgelegd door het BOIC om uitgestuurd te worden naar de O.S.(twee maal top-8 in een wereldbekerwedstrijd), en op de Olympische ranking van de ITU (International Triathlon Union) staat hij 25ste (de eerste 60 zijn startgerechtigd). Bovendien speelt zijn jeugdige leeftijd in zijn voordeel. Hij kan de volgende 2 jaar nog een belangrijke progressie maken.
Het BLOSO had daar allemaal oren naar, en zijn contract werd zonder problemen verlengd. Bovendien had Peter, en vooral dat vind ik positief, eerder deze week al een bijzonder constructief gesprek met topsportexpert Jul Clonen. Losstaand van het feit dat Peter een atleet is van mij vind ik dit alles een prima benadering van de topsportexpert, een manier van werken die op termijn vruchten moet afwerpen. Voilà dus, als het het goed is mag en moet het ook gezegd worden.

woensdag, september 27, 2006

Verstillen

Vandaag was er in het BLOSO-sportcentrum te Herentals schoon volk verzameld. Zeg nu zelf: Kim Gevaert, Katleen De Caluwe, Elodie Ouedroago. Marc Herremans, Sven Nys, Peter Croes en Dirk Van Gossum mochten verder het decor verzorgen... En dat allemaal voor de documentaire “To Walk Again” die gedraaid wordt onder de regie van baron Stijn Coninx.
Met deze documentaire wil Stijn Coninx aantonen dat iedereen wel ergens in meer of mindere mate een handicap of moeilijkheden moet overwinnen om zijn doelen te bereiken, dat ondanks alles het de moeite waard is en blijft om te vechten met de middelen die je (nog) hebt. Hoewel het verhaal van Marc Herremans de rode draad vormt in het geheel, is Marc’s doorzettingsvermogen niet het enige dat in beeld wordt gebracht. Er komen nog een aantal recht naar de keel grijpende getuigenissen van mensen die niet gespaard zijn in het leven voor in de film.
Ik heb de hele productie van dichtbij mogen en kunnen volgen, en ik heb gezien met welke empathie en fijn-gevoeligheid Stijn, eigen aan zijn eigen persoonlijkheid en ook ingegeven door eigen ervaringen, zijn verhaallijn heeft ontwikkeld. Het wordt een mooie productie, die zal verstillen en doen nadenken. Misschien moet dat wel eens meer gebeuren.

dinsdag, september 26, 2006

Een beetje Bettini

Ik hou van Hugo Camps. Van zijn columns. Flandrien van het woord, dat is hij, met zijn doorworstelde en doorzwoegde lettercreaties. Na enkele woorden dringt het al tot je door. Wij zijn niks, minder dan niks, een al te vluchtige verschijning in de toevalligheid na de big bang. Camps straalt dat uit, niet alleen in zijn virtuoze geschrijf. Ook, en vooral in zijn zijn. Vleesgeworden melancholie, zo voel ik het aan. Artiest, ook in zijn gesproken woord. Evenvoet naast Claus. Een passage in Camps' column betekent glorie of desastreuze afgang. Alleen hij bepaalt dat, in het besef dat zelfs dat niks voorstelt.
Ik hou van emoties. Ze raken me, net zo goed vreugde als verdriet. Misschien dat ik daarom verhangen ben aan de sport. Ik voel de lach van de winnaar, de tranen van de verliezer, tot diep in mijn oogkassen. Soms meer dan me lief is. Ik genoot daarom van Bettini's vreugde, ongeneerd, niks geveinsd, haast kinderlijk. Echt. Ik leefde ook mee met Zabel. Ontgoocheld, maar zoals heel zijn carrière al, groot in de nederlaag.
Wat moet ik dan met het citaat van Camps in de Morgen (25/09/06, p.31)? "Ik zag en hoorde de nieuwe wereldkampioen Paolo Bettini op de RAI. Een kale dorpsgek, de Wannes Raps van het peloton. Hij zoende de camera en zichzelf, danste de flamenco met bondscoach Ballerini, kakelde zich een ongeluk." en verder: "De dwerg rekt zich iets te graag op tot kermisattractie. Het Bergerac-syndroom." Camps heeft het moeilijk met een emotionele wereld die de zijne niet is. Hij heeft het moeilijk met een ontlading die het beheersbare overstijgt. Jammer. Bettini verdient beter. Trouwens, een klein beetje Bettini in Camps, het zou Hugo goed doen.

maandag, september 25, 2006

Only control the controllables

Het is dus niet Stijn Devolder geworden. Jammer? Neen. Stijn heeft zich laten zien, hij gaf op een 50 km van het einde zelfs een goede indruk, een beetje nutteloos woekerend met zijn krachten. Maar goed, het was wishfull thinking, een ijdele wens vanuit een supportershart. Bettini, Zabel, Valverde en een hele hoop anderen waren beter dan Stijn, veel beter. Veel beter ook dan de rest van de Belgen, Boonen incluis. Boonen reed een wedstrijd in de schaduw, te ver naar achter bij iedere beklimming, hopend en erop rekenend dat geen enkele ontsnapping, ver voor hem uit, de goede zou zijn. Ei zo na kwam het nog goed, toen hij de laatste beklimming overleefde, nu wel in de voorste gelederen. Een goede Boonen zou van dan af nog moeilijk te kloppen geweest zijn, met of zonder ploegmaats aan zijn zij. Nu bleef hij machteloos, net zoals hij machteloos bleef in de finale van het Belgische kampioenschap, tijdens de Tour, en in Parijs-Brussel. De Boonen van 2006 is, ondanks winst in de Ronde van Vlaanderen, niet die van 2005. Punt. Dat kan en mag. Maar de godenstatus brokkelt af. In 2007 moet er bijgepleisterd worden.
Ik vraag me af in hoeverre het dossier JM Dedecker een rol gespeeld heeft in het minder presteren van de Belgische ploeg. Zijn de verwikkelingen van de laatste dagen misschien verantwoordelijk geweest is voor minder goede nachten, zo vlak voor de belangrijkste wedstrijd van het jaar? Patrick Lefevere en Tom Boonen hadden beter niet gereageerd op de uitlatingen van JM. Dan was de zaak misschien al lang vergeten. Het is fout om JM te lijf te willen gaan. JM is een vechter, een overlever. Hij durft zijn opponenten uitdagen, tot aan de limiet, als het moet met de handschoenen naar beneden. Denkt Lefevere dan echt dat hij JM afschrikt met een klacht? John Maclean, een goede vriend van mij en de eerste rolstoelatleet die de Ironman in Hawaii finishte, eindigt de emails die hij mij stuurt altijd met : Remember mate, only control the controllables. Uit mijn redelijk lange coachcarrière weet ik dat een atleet in de eerste plaats gemoedsrust nodig heeft, evenwicht vooral. Als er muizenissen en hersenspinsels rondwaren, dan lukt het niet. Dan wordt de wet van Murphy op gang getrokken, dan verliest hij te veel van zijn mogelijkheden, en dan is het maar te hopen dat de negatieve spiraal kan gekeerd worden. Vanuit die optiek hoop ik ook dat Sven Nys volgende zondag de wereldbekerwedstrijd wint in Aigle. Tot hij op dat hek reed had hij superbenen. Drie dagen later viel hij tijdens de opwarming van de cross in Eernegem en ook nog eens tijdens de wedstrijd. Een goede Nys valt geen twee keer, zo denk ik toch. Ik ben er zeker van dat dit nog naweeën zijn van heel die onverkwikkelijke dranghekhistorie. Vergeten, heel die zaak, Sven. En rijden, even krachtig en explosief zoals daarstraks op training. Dan zal alles rap vergeten zijn.

zaterdag, september 23, 2006

wereldkampioen

Morgen lig ik languit in de zetel, zeker weten. Een hele horde renners zal dan immers in en rond Salzburg rondjes draaien, knokkend voor dat unieke moment de gloire, voor die trui die een levenslange en daarom net geen eeuwige roem garandeert. Voor miljoenen mensen zullen Landis, Ullrich, Basso, Fuentes en quanti tutti ver weg zijn. Donderdag was ik al bijzonder benieuwd naar de prestatie van Stijn Devolder, een poulain van me in nu al al te lang vervlogen jaren. Ik word oud, ik voel het, ik weet het.
Volderke deed het met zijn dertiende plaats in het W.K. tijdrijden behoorlijk, minder goed dan hij verwachtte, minder goed dan ik hoopte, dat is zeker. Maar toch, met een stugheid, eigen aan West-Vlaanderaars, wroet hij zich jaar na jaar iets dichter naar de top. Elfde in de eindafrekening van de kleinste der grote ronde, il faut le faire. Je moet er verduiveld hard voor kunnen fietsen, op het vlakke en in de bergen.
Zondag gaat het echt gebeuren voor Stijn. De allergrootsten gaan elkaar beloeren, na herhaalde en geneutraliseerde pogingen van Valverde en Bettini. En dan zal het moment van Volder komen. Als een valse trage zal hij wegrijden uit het peloton, met een grote molen, loosweg op zijn Zoetemelks, zonder omkijken. Tom Boonen zal zich gevangen voelen, en na enige aarzeling zal hij zich in hoogsteigen persoon op kop zetten van het peloton, zich oprichten en breed zwaaiend alle achtervolgingswerk onmogelijk maken. En Stijn? Die wordt wereldkampioen. Wedden?

vrijdag, september 22, 2006

Evenwicht

Gisteren bereikte het bezoekersaantal van mijn weblog een absoluut hoogtepunt. 1350 “pageloads”, waarvan bijna 1200 unieke bezoekers die dag. Deze stijging heeft ongetwijfeld alles te maken met het incident dat Sven Nys overkwam tijdens de veldrit in Aalter. Ik ben gisteren bewust niet op dat voorval ingegaan. Ik zou mogelijk woorden gebruikt hebben waarvan ik later spijt zou krijgen. Bovendien is het voor Sven heel belangrijk dat hij dat incident zo vlug mogelijk achter zich laat, en dat hij zich terug voor de volle 100 procent concentreert op zijn sport. De grote kracht van Sven is immers, uiteraard naast zijn talent en recuperatievermogen, het evenwicht dat hij heeft opgebouwd in zijn leven, zowel sportief als privé. Het zou bijzonder jammer zijn mocht dit evenwicht verstoord worden door een ondoordachte actie, al dan niet bewust, van een dronken toeschouwer. Heel verstandig heeft Sven dan gisteren de pers van zich afgehouden. In plaats van in te gaan op interviews allerhande heeft hij zijn loopschoenen aangetrokken en een stevige duurloop gedaan, gevolgd door een al even stevige duurtraining met de fiets. Vandaag staat nog een training achter de moto op het programma. Morgen is het dan aan hem om de frustratie van zich af te fietsen. Ik hoop dat het lukt, dat hij niet onbewust een beetje zal inhouden bij het ingaan van iedere onoverzichtelijke bocht. Ik reken erop dat hij vlamt zoals vanouds, en dan zal alles weer vergeten zijn.

donderdag, september 21, 2006

Straks

Eén van de eerste en belangrijkste regels in de competitiesport luidt: Onderschat nooit je tegenstander. Blijkbaar heeft niet iedereen dat door. Neem nu die gek die een briefomslag met wit poeder verstuurde naar JM Dedecker. Ik dacht onmiddellijk aan een hoogst ontvlambare stof, zo van dat soort waarmee de Boerentoren in enkele minuten tijd kan herleid worden tot een simpel boerenerf vol kakelende kippen en een mestvaalt. Het onderzoek van dat poeder leverde echter een bijzonder teleurstellend resultaat op. Rattenvergif… Man, man, man toch. Afgang. JM al eens van dichtbij bekeken? Hem al eens echt kwaad gezien? Om JM te stoppen heb je veel meer nodig, zo van die dinges die niet eens te krijgen zijn in België. Of misschien kan er een dranghek gebruikt worden. Naar het schijnt is dat wel heel efficiënt, mocht JM op zijn fiets voorbijkomen.
Ach, laat hem maar doen. Laat hem maar fulmineren tegen wantoestanden in het wielrennen, tegen de wanpraktijken in het Belgisch voetbal zoals die nu nog maar eens bovenkwamen in de BBC-reportage. Hij is de enige die er niet voor terug deinst om zijn nek uit te steken, ondanks briefkes met rattenvergif en dreigementen met rechtzaken. Trouwens, het schijnt dat van die klacht van Lefevere en Tom Boonen nog niks gekomen is. Naar het schijnt is dat voor straks, na het wereldkampioenschap. Dan zal het zijn voor straks, na de voorbereidingsperiode op het nieuwe seizoen, dan voor straks, na de klassiekers, dan voor straks, na … Jammer, jammer, jammer.

woensdag, september 20, 2006

Coachingprincipe

Ik krijg - terecht - na mijn blog “wedstrijdspirit” in een aantal comments behoorlijk wat tegenwind. Ook mijn vrouw vindt dat ik wel te scherp uit de hoek ben gekomen. Dit alles is voor mij meer dan voldoende om mijn mening toe te lichten, en zo nodig ook mijn excuses aan te bieden. Het interview met wielrenster An Van Rie was voor mij een kapstok om een – in mijn ogen - belangrijk coachingsprincipe aan te kaarten. Als je naar een kampioenschap gaat, dan ga je met de mogelijkheden die je hebt, en daar maak je dan het allerbeste van. Het heeft geen zin om, net vóór zo’n belangrijke wedstrijden nadelen en problemen die al veel langer gekend zijn op tafel te gooien, noch door een atleet, noch door de coach. Hierdoor verliest die atleet al onmiddellijk een groot gedeelte van zijn mogelijkheden. Soms kunnen die nadelen wel gebruikt worden door een coach om de druk weg te nemen, in de zin van “je doet wat je kunt, rekening houdende met het feit dat je niet dezelfde mogelijkheden hebt als je tegenstrevers.” Vanuit mijn eigen gedrevenheid, en mijn ervaring met atleten die ook met beperkte mogelijkheden zwaar geïnvesteerd hebben in hun carrière, in eerste fase zonder enige sponsoring, heb ik in mijn blog te weinig rekening gehouden met de inspanningen die An Van Rie zich zeker heeft getroost om op zo korte tijd haar huidige niveau te bereiken en een selectie te verdienen voor dit wereldkampioenschap. Waarvoor dus mijn excuses.

Wedstrijdspirit

Vandaag beginnen in Salzburg de wereldkampioenschappen wielrennen met de tijdrit voor beloften en voor vrouwen. In deze laatste categorie hebben we één vertegenwoordigster. An Van Rie. Dat wordt niks. Niet dat ik op de hoogte ben van de capaciteiten van Van Rie, ik volg het vrouwenwielrennen niet zo. Ik las wel een kort interview met haar. Na wat gezeur over de al te beperkte financiële middelen zei ze verder “Als ik de tijdritfietsen zie waarmee de mannen uitpakken, dan schaam ik mij voor het materiaal waarmee ik voor de dag moet komen. Mijn fiets kraakt.” Dit lijkt me, op zijn zachtst uitgedrukt, echt niet de goede wedstrijdspirit. Misschien is het beter voor An Van Rie om weg te blijven van het wereldkampioenschap. Dat er geen geld te rapen valt in haar discipline, dat weet ze allicht al veel langer. Dat daar geen verandering in zal komen ook. En van die fiets die kraakt… Ik ken tientallen triatleten die naast hun dagdagelijkse job wekelijks uren en uren trainen, die geen enkele kans hebben om uitgestuurd te worden naar een wereldkampioenschap, die geen sol verdienen met triatlon, die integendeel zeer veel geld uitgeven aan verplaatsingen, inschrijfgelden en materiaal, waaronder een fiets. Velen onder hen rijden met een juweeltje, en ze koesteren het als dusdanig. Het enige wat kraakt zijn hun spieren en gewrichten, als ze nog eens het laatste uit de kast halen om dat ene plaatsje dichter te eindigen. Ik ken ook toppers die jaren hebben geïnvesteerd hebben in hun sport vooraleer ze er, op bescheiden niveau, van konden leven. Misschien moet Van Rie eens met hen gaan praten. Ik ben er zeker van dat ze onmiddellijk 5 kilometer per uur sneller zal rijden. Op een fiets die niet kraakt.

dinsdag, september 19, 2006

werk aan de winkel

Morgen begin ik aan een nieuwe uitdaging. Samen met prof. Peter Hespel, inspanningsfysioloog van de Faculteit Bewegings- en Revalidatiewetenschappen, zal ik vanuit het topsport ABC van de KULeuven assistentie verlenen aan Joeri Jansen en zijn trainer Luc Wouters. Geen enkele atletiekkenner die eraan twijfelt dat Joeri een gigantisch talent is. Al in 2001 - hij was toen pas 21 jaar oud - dook hij onder de 1'45"-grens bij een 800 meter. De opvolger van Ivo Van Damme had zich aangemeld, zo leek het toch. Nadien ging hij nog vier keer onder die grens. Zijn beste tijd (1'44'38) dateert al van in 2002 tijdens de Memorial Van Damme, en na 2004 bleef die grens zelfs helemaal onbereikbaar. De overschakeling naar de 1500 meter bleek vooralsnog niet het te verwachten resultaat op te leveren. Nu dient wel te worden gezegd dat het afgelopen seizoen compleet de mist is ingegaan omwille van een stressfractuur. Het is niet verwonderlijk dat Joeri op 27-jarige leeftijd zo stilaan begint rond te zeulen met het etiket van eeuwige belofte. Ook is het niet verwonderlijk dat niet iedereen nog gelooft dat hij de torenhoge verwachtingen alsnog zal kunnen inlossen. Het zal niet gemakkelijk zijn. We gaan een team rond hem bouwen dat in hem gelooft. Dat is al een eerste stap. Er zullen daarna nog heel wat stappen moeten gezet worden. Er is werk aan de winkel.

maandag, september 18, 2006

Luiaards

Mijn hoofdactiviteit blijft, ondanks alles, nog altijd leraar lichamelijke opvoeding. Ik bevind mij trouwens in een gepriviligeerde situatie, omdat ik les mag geven in de sportafdeling van het Rozenberg S.O. van Mol. Sportieve leerlingen, gemotiveerd ook. Soms toch. Vandaag gaf ik uithoudingstraining in de les atletiek. De opdracht was vrij eenvoudig, en absoluut niet zwaar. Ik houd er immers rekening mee dat heel wat leerlingen de dag voordien in competitieverband gesport hebben. Mijn leerlingen (15-16 jaar) moesten drie maal een rondje afleggen van 2.5 kilometer, binnen de 14 minuten. Na 16 minuten moesten ze telkens opnieuw vertrekken voor hun volgende ronde. Een echte jog dus, loslopen zeg maar. Na één ronde had ik door dat er iets niet klopte, en na controle bleken, op een totaal van 22, 12 leerlingen binnenweg te hebben genomen (een ronde werd meer dan gehalveerd). Van die 12 leerlingen was er 1 basketbal-speler, 1 volleybalspeler en 10 (tien !) voetbalspelers. Een aantal van deze voetballers heeft de ambitie om het ver te schoppen, naar eigen zeggen althans. Ver schoppen? Excuseer? Wat bedoelen ze eigenlijk? De bal ver schoppen buiten de lijnen? Of ver over het doel? Of ver weg, in de voeten van de tegenstander?
Is het gedrag van deze toekomstige voetbalsterren uitzonderlijk of is het symptomatisch voor de mentaliteit van onze jeugdvoetballers? Heb ik pech dat ik net de meest luie jeugdvoetballertjes getroffen heb, verzameld in één klas? Laat daar, enkele uitzonderingen niet te na gesproken, geen twijfel over bestaan. De fysieke paraatheid blijft een oud zeer bij de Belgische voetballers en de huidige mentaliteit bij de jeugdspelers gaat daar weinig verandering in brengen. Vercauteren zei het zelf nog, toen hij het gelijkspel van Anderlecht tegen Lille analyseerde. De eerste helft hadden zijn spelers het goed gedaan, maar “wie in de Champions League succes wil boeken, moet dat niveau evenwel negentig minuten kunnen vasthouden.” (Gazet van Antwerpen, 14/09/06). Ik vrees dat Franky verder zijn heil zal moeten zoeken in Argentinië. In Vlaanderen zie ik niet direct beterschap.

zondag, september 17, 2006

Oogcontact

Na 10 minuten wist ik het al. Een kort oogcontact en een lichte, geruststellende hoofdknik maakten duidelijk dat hij zou toeslaan, waar en wanneer hij wilde. Eén explosieve inspanning volstond om nu al de puntjes op de i te zetten. 5 seconden werden er 16, 16 seconden werden er 28 … en zo ging dat verder tot meer dan 1 minuut. Achter hem hadden ook zij het onmiddellijk begrepen, sommigen haast moedeloos verder strijdend voor de tweede plaats. Toch nog eervol voor het jonge geweld dat bleef vechten tegen de oudere garde. Hiervoor heeft hij hard gewerkt, wellicht harder dan de anderen. Er is, tot nogtoe, niks veranderd. Sven Nys won met overmacht zijn eerste wedstrijd.

zaterdag, september 16, 2006

Manana

Morgen, in Erpe-Mere, begint Sven eraan. Ondanks de gemiste wereldtitel is hij dit seizoen opnieuw de te kloppen man. We twijfelen er echter niet aan dat er weerwerk zal komen, morgen al van Vanthourenhout, Vervecken en vooral van dorpsgenoot Niels Albert. Het was deze week niet echt gemakkelijk om het juiste trainingsprogramma op te stellen. Enerzijds is de wedstrijd van morgen niet belangrijk, en dus moet er niet echt afgebouwd worden. Anderzijds is het nooit slecht om al in de eerste wedstrijd een klopke te kunnen uitdelen aan de concurrentie. Een beetje frisheid lijkt dus aangewezen. Wat dan, hard trainen of niet? Omdat er volgende week woensdag en zaterdag een wedstijd geprogrammeerd staat, hebben we er uiteindelijk voor geopteerd om deze week nog vrij hard te trainen. Dit was zijn weekschema:
maandag: 50' rustige duurloop + 120' souplesse, lage hartslag
dinsdag: 240' duurtraining, waarvan 2 uur achter de moto (gem. 37.9 km/u)(zie inzet)
woensdag: 120' souplesse op de weg + 120' crosstraining met accent op korte, explosieve inspanningen
donderdag: 270' duurtraining, souplesse, lage hartslag
vrijdag: 30' jog + 120' duurtraining, souplesse
zaterdag: 120' losrijden
Totaal: 20 uur training op 6 dagen.

Ook Marc Herremans en Luc van Lierde liggen op schema voor de Ironman. Luc zal deze week 18 km gezwommen hebben, 520 km gefietst en 60 km gelopen. Dat lijkt me meer dan genoeg voor hem. Hij voelt zich trouwens van week tot week sterker worden.
Marc is momenteel op stage in Lanzarote. Bij hem groeit het vertrouwen van dag tot dag. Onder het goedkeurend toeziend oog van Dirk Van Gossum traint hij als een bezetene op het eiland dat hem niet gunstig gezind was. Ik heb dagelijks contact met Marc, en iedere keer opnieuw bekent hij ootmoedig dat hij, nog maar eens, meer heeft getraind dan op zijn schema staat. "Morgen doe ik wat minder" zegt hij dan. Morgen, manana... Hij lijkt wel een echte Spanjaard.

vrijdag, september 15, 2006

Huppelschoolslag

Daarstraks was ik getuige van een oefensessie Nordic Walking. Voor de niet ingewijden: Nordic Walking is een tegennatuurlijke manier van wandelen waarbij door middel van twee hinderlijke stokken het Noorse langlaufskiën wordt geïmiteerd, zonder sneeuw en glijpassen dan. Een weinig enthousiaste monitor die ongetwijfeld bezig was met zijn twaalfde stiel probeerde aan een zestal in foute kleuren uitgedoste oudere personen, die het gewicht der jaren en gelocaliseerde uitstulpingen ten gevolge van een Bourgondische levensstijl node meetorstten, de Noorse synchronisatie tussen de armen en de benen duidelijk te maken. Het resultaat hield bij de deelnemers het midden tussen een slecht uitgevoerde ganzenpas en de kordate stap van een landmeter die na een dubbele meniscusoperatie voor de eerste keer opnieuw de breedte van een bouwkavel afstapt. Even kreeg ik medelijden met de begeleidende stielman, tot ik plots bedacht dat hij misschien wel bezig was met een aantal uren gemeenschapswerk, omwille van overdreven snelheid, dronkenschap achter het stuur en vluchtmisdrijf. Het uitzitten van een effectieve gevangenisstraf is allicht ook geen pretje, flitste door mijn hoofd. Mijn medelijden verplaatste zich dan maar naar de walkingadepten die er nu gespannen bijliepen alsof ze bezig waren met een rondje al te moeilijk hoofdrekenen en worteltrekken. “Gooi die hinderlijke stokken toch weg, en wandel een eind weegs in de natuur”, wou ik roepen. Iets hield me echter tegen. Een goede opvoeding blijft, gelukkig, toch nog enige tijd nazinderen.
Ik wacht nu vol ongeduld op de volgende rage. Deze keer verwacht ik iets uit het Zuiden. Naar het schijnt is daar de huppelpas in combinatie met een armbeweging schoolslag heel populair aan het worden, vooral bij 50-plussers. Wetenschappelijk onderzoek heeft ook daar uitgewezen dat dergelijke manier van bewegen een hoger calorieverbruik veroorzaakt dan gewoon stappen. En wat nog belangrijker is: voor deze huppelschoolslag heb je geen stokken nodig. Een zwemband volstaat.

donderdag, september 14, 2006

Zweethandjes

Jean-Marie Dedecker ligt onder vuur, wegens het uiten van dopingbeschuldigingen en het niet willen noemen van de namen van de betrokken renners. Volgens mij zit de zaak zo. JM beschikt over informatie waarvan hij heel zeker is. Alleen, deze informatie komt uit zeer betrouwbare bron, maar dat is nog geen bewijs. Bovendien mag JM er vergif op nemen dat zijn bronnen hun staart zullen intrekken als puntje bij paaltje komt, dit wil zeggen als JM namen gaat noemen in de pers. Wie is dan de klos? Juist, JM. Wat is nu voor JM de enige oplossing? Dat een aantal renners en hun entourage zich al dan niet terecht (wie ben ik om daarover te oordelen) zullen aangesproken voelen, en dat ze hem een proces zullen aandoen wegens laster en eerroof. Waar of niet, en of zijzelf of anderen nu betrokken zijn, JM zal toch niks kunnen bewijzen. Maar dan begint het pas. JM wordt nu, met dank aan Tom Boonen en Patrick Lefevere, echt de vrije ruimte ingestuurd, op weg naar zijn zoveelste goal. Hij zal voor de rechter niet alleen de namen van de renners moeten prijsgeven, maar ook zijn bronnen. Die rechter gaat uiteraard verder op onderzoek, en hij roept de bronnen van JM bij zich. Dezen zullen dan onder ede ondervraagd worden. En dan wordt het pas link voor de bronnen van JM. Liegen onder ede is, voorzichtig uitgedrukt, een risico. En zij zullen dus het verhaal van JM moeten bevestigen, gekruid met alle details. En geloof me, dan komen de genoemde renners echt wel in lastige papieren. Op zijn minst worden zij geschorst door hun ploeg, en als Patrick Lefevere consequent is zal hij eisen dat ook hun volledige ploeg wordt uitgesloten van alle Pro-Tour wedstrijden. Wedden dat er op dit ogenblik in de wielerwereld personen rondlopen met zweethandjes?

woensdag, september 13, 2006

Stormpje in een glasje water

Jean-Marie Dedecker heeft nog maar eens met scherp geschoten, keet geschopt, de kat de bel aangebonden, en hij is als een olifant door een porceleinkast geraasd. Hij dwingt me dus dubbel productief te zien in mijn weblogactiviteiten. Volgens de senator gingen drie Belgische toprenners in februari op dopingkuur in Italië. Kostprijs: 24.000 euro. Gevolg: verontwaardiging alom in "het" wereldje. Vooral Tom Boonen voelt zich aangesproken. Ook Patrick Lefever, sinds 1 januari 2005 dopingbestrijder par excellence is des duivels, en hij dreigt met een rechtzaak. Eigenaardig.
Punt 1: Tom hoeft zich niet aangesproken te voelen. Zijn naam is niet gevallen, en binnen het begrip "toprenner" vallen in België nog wel een aantal andere namen. Tot nader orde is er geen enkele aanduiding dat Boonen aan het spul zit.
Punt 2: Patrick Lefever zou net blij moeten zijn dat hij steun krijgt van JM in zijn strijd tegen doping. Hij zou al zijn medewerking moeten verlenen om die namen op tafel te krijgen.
Punt 3: Van dat proces komt niks. JM Dedecker is zonder twijfel bijzonder goed geïnformeerd. Als het tot een rechtzaak komt, dan gaan er waarschijnlijk te veel dekseltjes gelicht worden, en daar zijn de betrokkenen niet mee gediend.
Het zal dus weer bij een stormpje in een glasje water blijven. Jammer.

Krakkemikkige looponkundigen

Zowat op het einde van de maand november 2005 kreeg ik plots 6 lopers onder mijn hoede. Nu ja, lopers... Veeleer een stel krakkemikkige looponkundigen, sommigen door verkeerde leefgewoontes verworden tot bijna schuifelende tweevoeters die de strijd tegen de aftakeling al lang hadden opgegeven, deze strijd misschien niet eens waren aangegaan. De besten moesten starten van niveau nul, sommige anderen van daar net onder. Twee dingen hadden ze wel gemeen: het besef dat het zo niet verder kon, en de vaste wil om te slagen in hun opzet: na elf maanden training de start en de finish halen van de grootste aller marathons, die van New York. Verder waren (zijn) het stuk voor stuk ook bijzonder toffe mensen. Hun namen moesten anoniem blijven, met uitzondering die van Koen Fillet die de toelating kreeg om zijn wedervaren te delen met andere muziek- en loopfanaten, want dat laatste is ook hij op relatief korte tijd toch geworden. Trouwens, als ik Koen bel, en ik heb zijn zoon aan de telefoon, dan hoor ik hem roepen: "Vader, uw trainer aan de telefoon". Ik heb zo het gevoel dat Koen nooit, maar dan ook nooit van zijn hele leven zou verwacht hebben dat hij met die zinssnede zou aangesproken worden. Gods wegen blijken ondoorgrondelijk te zijn!
Sinds maandag is een deel van de sluier der anonimiteit opgelicht. Tijdens een persconferentie zijn nu ook de overige vijf lopers in het volle daglicht getreden: Frank, Joke, Sylvie, Kristine en Geert Op de website van canvas vind je trouwens een heleboel informatie over deze getransformeerde loopuitslovers. Hier houdt de info dan weer op. Laat het me erop houden dat het een soms moeilijk begaanbaar pad is geweest, met voorziene en onvoorziene obstakels, met lichtvoetig zwevende deelnemers en struikelende, vallende en liggende marathondromers. Vanaf 15 oktober is het allemaal te volgen op "Over leven", op een moment dat ook ik nog niet kan weten hoe de afloop zal zijn. Het wordt alleszins leerrijk, en ik vermoed ook wel spannend. Ik kijk, jullie toch ook?

dinsdag, september 12, 2006

Biologieles 2

Midas Dekkers heeft het gemoed van heel wat sportfanaten beroerd. Mijn blog van gisteren is door een aantal van mijn vrienden op ongeloof onthaald. Ik moet er dus nog eens op terug komen. Midas Dekkers krijgt een forum in kranten, tijdschriften en op televisie. Daardoor voelt iedere - nog niet eens zo fanatieke - sportbeoefenaar zich meer en meer door Midas koud in het kruis gepakt, en vindt hij het dan ook nodig om weerwerk te bieden aan de heer Dekkers. Vandaag nog komt dat weerwerk van o.a. Patrick Vankrunkelsven (De standaard), bevlogen politieker, en bovendien ook nog eens arts. Een man met background, met "fond", een man die spreekt met kennis van zaken. Nadat hij toegegeven heeft dat er heel wat waarheid zit in Dekkers' betoog, verdiept en verliest hij zich in alle redenen waarom sport wèl goed is voor de mens, welke heilzame werking sport heeft voor al haar adepten. En hij heeft gelijk, meer dan gelijk. Jammer genoeg gaat hij, net als zovele anderen, voorbij aan de essentie van Dekkers' betoog, namelijk dat sport misschien wel buiten alle proporties wordt opgeblazen, dat excessen in de sport absoluut niks met gezondheid te maken hebben, dat mensen hun leven zodanig zouden moeten kunnen inrichten dat ze vanzelf gezond blijven ("weinig alcohol, niet te vet eten, geen drugs gebruiken") en in beweging komen ("af en toe eens lekker wandelen in de natuur"). Dat terzijde gelaten kan ik ongelooflijk genieten van eens "diep" te gaan tijdens een training, hou ik van topsport in al haar geledingen, word ik emotioneel als ik Tia en Kim in mekaars armen zie vallen en vind ik het trappen van strafschoppen na een gelijkspel in voetbal heerlijk spannend. Om nadien eens weg te zakken in een luie zetel, mèt een glas wijn en mèt het boek van Dekkers. Af en toe relativeren kan immers geen kwaad.

maandag, september 11, 2006

Les biologie

Midas Dekkers, Nederlands bekendste bioloog heeft de laatste dagen voor heel wat opschudding gezorgd bij de voorstelling van zijn boek “Lichamelijke oefening”. Hierin haalt hij haast vernietigend, maar toch ook met een knipoog, uit naar de sport en haar fanaten. Dekkers zegt zo o.a. 'Wie sport, leeft twee jaar langer. Maar wat heb je daaraan, als je twee jaar van dat lange leven met sporten hebt gevuld? Dan kun je evengoed niet sporten.' Vorige week las ik een interview met hem in de krant (de Morgen, 31-08-06), en zondag nog hoorde ik hem op televisie. Natuurlijk stelde hij de zaken zwart-wit en vergrootte hij zijn controversiële stelling uit. Extra promotie voor zijn boek, natuurlijk. Als je echter even tussen de lijnen door leest en hoort, dan kan je hem niet eens echt ongelijk geven. “Een half uur bewegen elke dag kan ook heel gemakkelijk zonder die dure lidgelden en paarse sportuitrustingen. Neem gewoon de fiets naar het werk of om boodschappen te doen, neem trappen in plaats van liften, doe zelf het huishouden en maak schoon, nou, dan heb je genoeg beweging op een dag. En dan is het beweging die nog een zeker nut heeft ook. Ik vind het zo zinloos, mensen die op een machine staan te zweten in de sportschool." Doe je dat, dan is het inderdaad niet nodig om je uren per week af te beulen op de fiets of al joggend in de bossen. We worden heus niet gezonder door altijd meer en harder te willen fietsen en lopen. Sport heeft maar tot op zekere hoogte iets te maken met gezondheid. Competitiesport en topsport zelfs helemaal niet. Drie tot viermaal per week heel rustig sporten gedurende 30 tot 45 minuten is meer dan voldoende. Al wat we meer doen verhoogt het risico op oververmoeidheid en overbelasting. Ik heb trouwens het afgelopen jaar zes asportievelingen begeleid om na minder dan 12 maanden training de marathon van New York te kunnen lopen. Trouwe lezers van de weblog van Koen Fillet hebben al begrepen dat het niet altijd van een leien dakje is gelopen, en dat miserie soms troef was. Misschien zal dit ook duidelijk kunnen worden uit de weblog van een andere deelnemer, Geert Gitaar. Vanaf vandaag, na negen maanden stilte, is hij terug online. Ook persoonlijk kan ik ervan meespreken: zwemmen lukt niet meer wegens chronische ontsteking van één of andere pees in mijn schouder, mijn patellapees zeurt onophoudelijk als ik te lang loop, en als ik weer eens als een gek over mijn toeren heb gedraaid met mijn koersfiets dan duurt het soms dagen vooraleer mijn benen weer fris aanvoelen. Hij heeft groot gelijk, die Dekkers.

Van de regen in de drop

Ondanks het schitterende weer zat ik gisterenmiddag voor de televisie. Als ik vroeger al – en ik druk me nu voorzichtig uit – twijfels geuit had over het niveau en de toekomst van het Belgische voetbal, dan ben ik nu helemaal gerust gesteld. Wij zijn gered, het is nu nog slechts een kwestie van tijd. Een duidelijk opgewonden Bert Anciaux ging tijdens De Zevende Dag zwaar in de clinch met voorzitter De Keersmaecker van de Belgische voetbalbond. De laatste maal dan toch, want van nu af beschouwt de minister de voetbalbond niet meer als een gesprekspartner. "De clubs presteren niet meer Europees, de zakelijke belangen van de bond worden compleet verkeerd aangepakt en de opleiding van de jeugd loopt fout. Ik ga rechtstreeks met de clubs praten over de opleiding van jeugdspelers." Zo zei de minister letterlijk. En nu, Bert? Misschien eerst een cursus jongleren met de bal en met links op doel schieten organiseren voor de topsportmanager en zijn expert. Of wie anders gaat, vanuit het ministerie, het Belgische voetbal redden? Wie gaat een deftige jeugdopleidingsstructuur uittekenen en evalueren? Of gaat de minister ervan uit dat alle clubs goed bezig zijn met hun jeugdwerking, dat alleen goed opgeleide en dus gediplomeerde trainers werkzaam zijn bij de jeugdploegen? Hebben ze hun blad met de ontwikkelingslijnen al ingevuld? Wie gaat controleren of het geld van het opleidingsfonds goed besteed wordt in die clubs? Wie gaat de tien opleidingscentra die de minister belooft oprichten? Wie gaat zorgen voor het privékapitaal dat de minister belooft? Is het misschien de bedoeling dat er een schaduwvoetbalbond wordt opgericht in het kabinet van de minister, met voorzitter, trainers, coachen en nog wat volk met de nodige kennis van zaken? De vlieghaven van Zaventem lijkt me wel een geschikte plaats om dit ambitieuze project onder te brengen. Beseft de minister niet dat het bij de clubs, die hij wel als valabele gesprekspartners beschouwt, mogelijk nog veel meer mis loopt dan bij de bond zelf? Dat het gebrek aan langetermijnvisie (waar heb ik dat nog gehoord?) dat hij verwijt aan de voetbalbond, nu net het grote euvel is bij de meeste clubs? Hoe heet je zoiets? Zal ik het voorzeggen? Van de regen in de drop. Als de minister eens heel even op adem wil komen en rustig wil nadenken, dan zal hij beseffen dat, als hij iets wil doen aan het niveau van het Belgische voetbal, hij niet zonder de voetbalbond kan en misschien zelfs mag, met zijn 500.000 leden en zijn 300.000 wedstrijden op jaarbasis. En wat staat er nadien op het programma? Ik heb de indruk dat het ook in het basketbal niet al te goed gaat. We hebben ook geen rondewinnaars meer en in golf spelen zijn we ook geen toonaangevende natie…
Minister Anciaux lijdt sinds kort aan een sterke profileringsdrang. Insiders beweren dat hij wat betreft sport op zijn kabinet meer en meer zelf de touwtjes in handen neemt. Hij fietst de Mont Ventoux op, gaat op weekendtrip naar Zweden om Kim en Tia om de hals te vliegen en hij werpt zich op als de voetbalredder des vaderlands. Als het moet degradeert hij daarvoor de voorzitter van de voetbalbond publiekelijk tot een stuk onbenul en veegt hij in één beweging de grootste sportbond van het land eigenhandig met blik en borstel op een hoopje. Zou dat iets te maken hebben met de komende gemeenteraadsverkiezingen? Of met de federale verkiezingen van juni volgend jaar?

zondag, september 10, 2006

Druk

Het is nu ongeveer 1.30u 's nachts. Ik ben net terug van een trouwfeest. Prettige sfeer, terug mensen ontmoet die ik járen niet meer heb gezien. Toch waren Sven en Peter niet ver uit mijn gedachten. Ik wikte en woog hun prestaties, tussen pot en pint, tussen hoofd- en nagerecht. Ik woog hun feedback af tegenover mijn persoonlijke verwachtingen. Het botste soms, hoewel ik weet dat beiden altijd eerlijk zijn in hun zelfevaluatie.
Eerst Sven. Hij reed in Oostenrijk een wereldbekerwedstrijd mountainbike. Zelf had ik een top-20 vooropgesteld. Het werd een 31° plaats. Op het eerste gezicht ontgoochelend dus,tot ik een tevreden Nys aan de lijn kreeg. Startplaats 74, voortdurend op achtervolgen aangewezen. De eerste ronde was een ramp. Twee keer van voet aan de grond zelfs, opgehouden door een aantal "voorliggers". Dan op tempo, de één na de ander passerend. 60° plaats, volgende ronde 50°, dan 45°, en zo verder tot de 22° plaats, één ronde van het einde. Sterk. De vierde en de vijfde ronde haast even snel rijdend als de leider, vooral imponerend in het klimwerk. Tot de benzinetank leeg was, met nog een tiental minuten te rijden. Met het gekende resultaat tot gevolg. Hans Vandeweghe van De Morgen die ter plaatse was sprak van een sterke prestatie. "Als Sven bij de eerste 10 kan van start gaan, dan rijdt hij zo in de top-10, in het slechtste geval in de top-15", zo zei hij mij aan de telefoon. Ik ga er dus van uit dat het zeker niet slecht was, misschien zelfs goed. En toch zal er nog hard moeten gewerkt worden. Een kampioen mag niet tevreden zijn met een 31° plaats.
Vervolgens Peter. Op 5 kilometer van het einde liep hij in 24° positie, op amper 44 sec. van de leider. Naar eigen zeggen ging het zeer goed, soepel. Peter liep geconcentreerd, zijn tegenstrevers observerend, klaar om op te schuiven naar een plaats bij de top-15. Tot er, omwille van een misstap, een kramp in de dij schoot. Einde van de soepele tred, einde van het uitzicht op een mooi resultaat. 28° dan maar, op iets meer dan 2 minuten van de winnaar. Ik geloof Peter, hij zoekt nooit excuses bij een slechte prestatie. Ondanks het matige eindresultaat wil ik hier toch spreken van een rehabilitatie, na het debacle van vorige week. Als Peter nu nog eens een topprestatie neerzet in Peking, over 14 dagen, dan zit hij terug op schema richting Olympische Spelen. Het is nu aan hem om niet alleen mij, maar ook het BLOSO en het BOIC verder te overtuigen van zijn potentieel. De druk blijft, hij zal er mee moeten leven.

vrijdag, september 08, 2006

Steun

Er blijkt na mijn blog van vorige maandag enig misverstand te zijn ontstaan. Ik maakte na een belangrijk weekend een evaluatie van de prestaties van mijn atleten, en, laat ons eerlijk zijn, Peter Croes haalde daar op basis van zijn prestatie op het wereldkampioenschap een onvoldoende. Ik schreef dat hierdoor het krediet dat hij had opgebouwd tijdens de werelbekerwedstrijden in Canada en Engeland weg was. Ik heb niet de gewoonte om rond de pot te draaien met mijn atleten. Als het goed is, dan zeg ik het. Als het niet goed is ook. Dat schept duidelijkheid bij alle partijen. Ik werd hierop aangesproken door een aantal personen, die dit blijkbaar geïnterpreteerd hadden alsof ik niet meer zou geloven in Peter. Laat me duidelijk stellen dat dit absoluut niet het geval is. Peter is een loepzuiver talent, een triatleet die op jonge leeftijd al bijzonder mooie prestaties heeft neergezet. Naast twee Europese titels als junior was hij als 20-jarige ook al vijfde in de wereldbekerwedstrijd van Madrid, en dit jaar nog zesde in de wereldbekerwedstrijd in Canada. En hij is pas 22 jaar. Er zijn nog niet al te veel jonge gasten die dit kunnen voorleggen. Peter komt er. Is het niet vandaag, dan morgen. Ik geloof trouwens ook heel erg in zijn potentieel op de lange afstand. We gaan nog heel mooie dingen meemaken met hem. Maar misschien, ik zeg wel misschien, komt Peking te vroeg. Peter zal in 2008 amper 24 jaar oud zijn, en de sterkste jaren komen er nadien pas aan. Hij zit daarenboven ook nog eens in een bijzonder zware sport en de concurrentie is bikkelhard. Het niveau is er zo ontzettend hoog. Presteren aan 99% van je mogelijkheden in plaats van aan 100% wordt onmiddellijk afgestraft. Ik geef hem in ieder geval de tijd, en als het moet veel tijd. Ik weet waar we mee bezig zijn, en waar we heen willen. Ondanks de strenge, maar eerlijke evaluatie die ik maakte zal hij op mijn onvoorwaardelijke steun kunnen blijven rekenen. Laat dat heel duidelijk zijn. Ik hoop dat zijn sponsors, het BOIC en het BLOSO in diezelfde richting willen meedenken. Peter Croes is het meer dan waard. Trouwens, hij heeft deze week gereageerd zoals het hoort. Hij heeft de knop heel vlug omgedraaid, en zijn blik op Hamburg gericht. Daar kan hij, nu zondag al, zich proberen te rehabiliteren. Ik hoop dat het hem lukt. Mocht dit niet het geval zijn, dan zal hij niet alleen staan. Dan doen we verder, tot we ons doel hebben bereikt.

donderdag, september 07, 2006

Te weinig grote teut

Knokke is al enige jaren uitgegroeid tot de plac-to-be van de Belgische triatlon, iedere eerste woensdag van september. Tien minuten na de opening van de inschrijving voor deze wedstrijd is het deelnemerscontingent (1000 atleten!) volgeboekt, tot spijt van nog honderden andere triatlonfanaten. Een droom voor iedere organisator, een droom die moet verdiend worden, iedere editie opnieuw. Ik was er gisteren bij, als toeschouwer. Tot bijna twee uur na de finish van de winnaar zag ik triatleten zich schuifelend, haast strompelend richting aankomst bewegen. Sommigen hadden de blik op oneindig, anderen star naar beneden gericht. Misschien is triatlon toch niet de beste "sport voor allen", dacht ik zo.
Luc Van Lierde en Marc Herremans kwamen uiteindelijk niet aan de start. De wedstrijd van Monaco had te diepe sporen nagelaten. Twee dagen recuperatie bleken ruim onvoldoende. Bovendien had Marc pijn aan zijn ribben, en was Luc maandagochtend opgestaan met behoorlijk wat rugpijn die ook nog uitstraalde naar zijn linkerbeen. Niet zo best. Ik hoop dat beiden mits de nodige behandeling volgende week hun normale trainingsschema zullen kunnen oppikken.
De winnaar van de Zwintriatlon, Marino Vanhoenacker, maakte indruk op mij. Scherp, afgetraind, zonder meer "good loocking" nam hij gemakkelijk afstand van de tegenstand, of wat daar voor hem moest voor doorgaan. Deze wedstrijd was een tussendoortje, een laatste kleine test voor zijn grote objectief dit jaar. De Ironman van Hawaii. Fysiek kan hij het aan, daarover bestaat geen twijfel. In de Ironman van Klagenfurt finishte hij in een tijd van 8u en 7 min, na een solotocht over 226 kilometer (3.8 km zwemmen, 180 km fietsen, 42 km lopen). Tegen meer dan 40 km/u raasde hij op zijn dooie ééntje over de Carinthische wegen,daarna liep hij nog eens een marathon aan meer dan 15 km/u. Sterk, heel sterk. Marino Vanhoenacker is één van die topatleten die we hebben, samen met een heel deel andere toppers onvoldoende gekend, soms zelfs miskend. Te weinig grote "teut", waarschijnlijk.
Met Marino, Rutger Beke, Luc Van Lierde en Marc Herremans zullen we in Hawaii, tijdens de allergrootste, de zwaarste en de meest legendarische uithoudingsproef van één dag,niet onopgemerkt blijven. Geloof me maar. Jammer dat de VRT (tot nogtoe) beslist heeft om er niet bij te zijn. Ze gaan iets missen.

dinsdag, september 05, 2006

Dreigement

Twee voetbaljournalisten zitten aan de bar in een hotel, een beetje troosteloos draaiend met hun bijna leeg whiskyglas.
"Toch straf, die Vandereycken."
"Ja, jong, straf. Leert die gast nu niks uit het verleden?"
"Lef heeft hij anders wel. Hij trekt onze analyses in twijfel, denkt dat hij het beter weet. En dat terwijl hij het verschil tussen aanvallend en verdedigend voetbal niet eens kent. Ik vrees echt dat we het volgende Europese kampioenschap weer eens thuis, achter het scherm, zullen moeten volgen."
"Zover gaan we het niet laten komen. Ik stel nog eens de vraag: weet die Vandereycken nu echt niet hoe de Rik, jaren geleden al, met Walter Meeus heeft afgerekend? Of hoe dat we zelf, nog niet zo lang geleden, Wasseige eruit gebonjourd hebben?"
"...."
Een verzonnen verhaal? Ja. Fictie? Neen.
Hoe moet ik anders volgend citaat van Wim Vos, journalist van de Gazet van Antwerpen interpreteren? "Nog dit: niet zelden was een publieke botsing tussen bondscoach en media de voorbode van een voortijdig vertrek/ontslag van de bondscoach. Meeuws, Leekens, Waseige: nooit kwam het nog goed tussen hen en de pers." (GvA, 5-09-06, p.23)
Een duidelijk dreigement.
Bij dergelijk gespierde taal kon François Colin van De Standaard/Het Nieuwsblad niet achterblijven. "Heel het land stelde zich vragen bij de keuzes van Vandereycken. (...)Vandereycken was in alle staten vanwege de kritiek op zijn voorzichtige aanpak. Hier en daar liet hij zich ontvallen dat hij zijn gram wel zou halen. Het begin van een zinloze strijd, waarvan ieder de verliezer zo kan voorspellen." (De Standaard, 6-09-06, p.25).
De reden van dit rondje spierbalrollen? Moegetergd door een aantal pseudokenners die het blijkbaar beter weten dan hijzelf heeft Vandereycken het aangedurfd om zijn ongenoegen te laten blijken aan de heren voetbaljournalisten. Een persstop van 24 uur. Het resultaat is er al. De messen zijn geslepen. Het vlijmscherpe lemmet komt al vervaarlijk dicht bij Rene Vandereyckens' strottenhoofd. Als hij vanavond niet wint, dan zal er bloed vloeien, en het verzameld voetbaljournaille zal in dat bloed een rondedans uitvoeren. Mocht Rene toch winnen met zijn team, dan is het enkel uitstel van executie. De heren zijn immers al aan het schoffelen, sommigen tussen de lijnen, anderen heel expliciet. De tackles langs achter, studs vooruit, zijn ingezet.
Ach wat, ze doen maar. Ofwel ligt (lag) Jan Peeters onder vuur, ofwel de hele voetbalbond. Hen werd wel eens een gebrek aan consistentie in hun beleid verweten, een gebrek aan visie zeg maar. Misschien terecht. Maar hier halen de heren nu al, na amper één match in de voorronde, zelf iedere poging om terug een ploeg op poten te zetten neer. Allen wanen ze zich Rik De Saedeleer die bij pot en pint, bij whisky en konijnenpoot, samen met Guy Thijs de ploeg opstelde en de tactiek bepaalde. Gezellig, als vrienden onder elkaar.
Ze kennen er niks van. In maart werd Luc Van Lierde nog weggefietst tijdens de Half Ironman in Californië. Zondag maakte hij weer de aansluiting met de top. Dat had tijd nodig, en niemand hoefde mij te zeggen hoe ik die tijd moest invullen. In 2003 deed Marc H. als rolstoelatleet meer dan 13 uur over de Ironman in Hawaii. Vandaag droomt hij van het wereldrecord, meer dan 3 uur sneller. Ook hier hoefde geen enkele journalist me te zeggen welke planning is moest volgen. Tijdens het eerst jaar dat ik samenwerkte met Sven Nys werd ik meer dan eens neergebliksemd in de pers. Een jaar later werd hij wereldkampioen...
Een individuele sport is niet te vergelijken met een ploegsport, hoor ik al zeggen. Juist, een ploeg vormen duurt nog veel langer dan een enkeling klaarstomen voor een topprestatie. Dat vraagt nog meer een visie op lange termijn.
Ik heb het vroeger al gezegd. Vandereycken is een vakman, en hij kent veel meer van voetbal dan al die pseudotrainers achter hun laptop samen. Laat hem werken op zijn manier, het is misschien wel de enige kans om uit het dal te klauteren.

Sire, er zijn geen Belgen meer

Maandagochtend kreeg mijn gevoelen van nationale trots een gigantische boost. Wie werd er immers wereldkampioen jumping in Aken? Als ik de krant mag geloven was het onze landgenoot Jos Lansink, meervoudig Nederlands kampioen en winnaar van de gouden medaille met Oranje tijdens de O.S. van 1992 in Barcelona. Of was Ludo Philippaerts, die negende werd, de eerste Belg? Trouwens,is Andrei Tchmil de laatste Belg die Milaan-San Remo heeft gewonnen? Of was het Fons De Wolf? Liep Mohammed Mourhit tijdens het wereldkampioenschap in Sevilla samen met Salah Hissou een ereronde als Marokkaan of als Belg? Waarom droeg hij dan zo fier die Marokkaanse vlag met zich mee? Van vlag gesproken, hoe zou Bart Veldkamp, die in Nederland niet meer in aanmerking kwam voor een Olympische selectie, zich gevoeld hebben toen hij tijdens de voorbije Olympische Winterspelen gebombardeerd werd tot Belgische vlaggendrager? Sire, zijn er nog Belgen?
Ook verder van huis is het op zijn minst gezegd niet altijd meer duidelijk welke lading schuil gaat onder welke vlag. Is Merlene Ottey nu wel een Jamaicaanse, dan wel een Sloveense? En Kipketer dan? Die lijkt me ook niet direct een exemplaar van het Scandinavische type. In Qatar en Dubai zijn ze ook nogal sterk in die fratsen. Laten we ons in ieder geval echt niet te veel illusies maken in de bedoelingen van die nieuwe Belgen. Allen hebben ze wel ergens een extra-sportieve reden om van nationaliteit te veranderen. Een fiscaal aantrekkelijker stelsel, een grotere kans om geselecteerd te worden voor de Olympische Spelen of wat dan ook. Ik heb er als Belg alleszins geen boodschap aan dat Jos Lansink zijn pet afdoet tijdens de Brabanconne. Moet ook niet.
Het koppelen van nationale trots aan sportprestaties heeft in het verleden alleen maar ellende gebracht. Of zijn we misschien vergeten tot welke wantoestanden dit geleid heeft in het vroegere Oost-Europa, waar grote sportprestaties het bewijs moesten leveren dat de lokale politieke doctrine leidde tot welvaart en gezondheid? Is de jarenlange koude oorlog tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-unie niet de belangrijkste oorzaak van het falende Amerikaanse dopingbeleid? Heeft het feit dat onderzoekers van het Chinese antidopingagentschap volgens het officiële Xinhua-nieuwsagentschap in een sportschool in het noordoosten van China het schokkend bewijs van collectieve doping aantroffen niet te maken met het feit dat binnen twee jaar de O.S. doorgaan in Peking, en dat China met een mondiale overheersing in de sport zijn economische en politieke macht extra in de verf wil zetten? Ik denk dat met Jos Lansink op het podium, het Wilhelmus veel beter klinkt.

maandag, september 04, 2006

Evaluatie

Gisteren was een stressy dagje. Van ’s ochtends zeven uur zat ik voor mijn computer om live de triatlon in Monaco te volgen. Ondertussen had ik ook nog voortdurend telefonisch contact met Dirk Van Gossum die Marc volgde over heel het parcours. Luc deed het meer dan behoorlijk, ik mag eigenlijk wel zeggen heel knap. Tweede zwemtijd, vijfde fietstijd en derde looptijd. Derde ook in de eindafrekening. Mooi zo. Hij had zelf ook een bijzonder goed gevoel. Vooral het feit dat hij nog eens stand hield tijdens het fietsen, op zo’n zwaar fietsparcours dan nog, geeft vertrouwen. Luc is terug op een meer dan aanvaardbaar niveau. Een top-10 in Hawaii moet kunnen, misschien zelfs iets meer. Hoewel, ik blijf voorzichtig. Monaco is niet Kona. Ook Marc deed het uitstekend. Ondanks een lekke band tijdens de laatste ronde deed hij 40 minuten beter dan vorig jaar. Hij voelde zich ook zoveel sterker. Als de weersomstandigheden een beetje meewillen (maar alleen dan), dan breekt Marc het record van Carlos Moleda in de Ironman. Hij gaat dan als rolstoelatleet dicht in de buurt van de 10 uur komen. De Franse bergen waren mijn atleten goed gezind. Over Peter Croes kan ik kort zijn. Hier gelden geen excuses. Hij was slecht, heel slecht. Punt. Het krediet dat hij tijdens de laatste twee maanden had opgebouwd is weg, vervlogen in de Zwitsere Alpen. Ik dacht dat hij er klaar voor was, hij dacht het ook. Op zich kan en wil ik hem niks verwijten. Hij had goed en ernstig getraind, hij leeft voor zijn vak, en dat hij talent heeft staat bij mij buiten kijf. Maar daar koopt ge niks mee. Hij heeft nu geen keuze. Er resten hem nog twee wereldbekerwedstrijden. Volgende week in Hamburg, en twee weken later in Peking. Hij zal daar moeten presteren. Er hangt heel wat van af, en hij weet dat. Ik geloof dat de druk groot zal zijn. Maar een atleet die de lat hoog legt moet daarmee kunnen leven. ’s Namiddags ging ik naar Langdorp waar een mountainbikewedstrijd voor de Flanders Cup werd gereden. Sven reed daar als voorbereiding op de wereldbekerwedstrijd van volgende week in Oostenrijk. Hij won er, logisch. Niet zo ver achter hem werd Bjorn Brems tweede. En jong gastje nog, letterlijk een belofte. Hij was ook al vijftiende op het wereldkampioenschap in zijn categorie. Houd die maar in de gaten, dat wordt wat! Een andere belofte had dan weer brute pech. Pieter Jacobs kwam zwaar ten val in de Ronde van de Toekomst, en hij brak zijn borstbeen. Einde van het seizoen, afscheid ook van de amateurs. Volgend jaar wordt hij prof bij Unibet, en dan begint hij van nul. Maar ook in hem geloof ik. Nog ééntje om in de gaten te houden.

zondag, september 03, 2006

Inleggertje

Laat me bij de aanvang van deze blog duidelijk zijn. Ik ben geen voetbalhater. Hoewel dit me soms wel verweten wordt. Neen, integendeel zelfs. Ik kan dat gemakkelijk bewijzen, haast zwart op wit, al moet ik hiervoor wel in mijn persoonlijk archief duiken. Daar ga ik. Ik heb de jeugdcategorieën van Sefa Sport (de Sefa, zeiden we toen) doorlopen. Eén keer zijn we zelfs bijna kampioen gespeeld, op de meet geklopt door die paljassen van Vorselaar. Ik ben er nog niet goed van. Ik was overal inzetbaar, vooral waar er volk tekort was. Mijn gloriedag beleefde ik als junior in de voetbaltempel van FC Beekhoek. Ik scoorde daar een hattrick. De einduitslag was toen 0-15, als ik me niet vergis. Ik heb, toen de zaken nog goed draaiden, persoonlijk businessseats gehad bij FC Tielen (bij “den IJsboer”), in die tijd spelend in derde afdeling. Bij diezelfde ploeg ben ik later, onder Walter Meeuws, ook nog aan de slag geweest als physical trainer. Toen Walter bij Lommel trainer werd heeft hij nog minstens een jaar van mijn genereuze diensten gebruik gemaakt om het armtierig conditioneel niveau van zijn ploeg op te krikken. Dit lukte wonderwel, en tegen ieders verwachting eindigde Walter dat seizoen vijfde in de eindrangschikking. Ik kijk wel eens naar een match op televisie, en zelfs live pik ik wel eens een matchke mee. Vooral dan als ik uitgenodigd ben. En - hier komt nu het ultieme bewijs van mijn sympathie voor het voetbal - mijn toekomstige schoonzoon is een bijzonder fanatieke en praktiserende supporter van Anderlecht. En toch heb ik hem met open armen ontvangen. Mijn dochter heeft zelfs een bijzonder goede keuze gemaakt. Hijzelf trouwens ook. Iedereen eindelijk overtuigd? Sta me dus nu toe in onverdachte omstandigheden mijn ‘Torinstinkt” (zie mijn hattrick) te volgen, en sierlijk te zweven naar de voorzet die Roger Vanden Stock zo perfect voor open doel zwiept. “Men moet wel weten wat men wil in dit land. Geld is er genoeg. Als tien procent van het overheidsgeld dat aan kunst, opera of muziek wordt besteed naar ons gaat, hebben we genoeg. Wat hebben we nog buiten voetbal? Clijsters en Henin. Als het voetbal verder afglijdt zoals met wielrennen als is gebeurd, zal het in dit land revolutie zijn.” (De Standaard, 2-09-06, pag. 20). Excuseer? Hoezo, wat hebben we nog buiten voetbal? Beste Roger, ooit gehoord van Tom Boonen (wielrennen), Sven Nys (veldrijden) , Kenny Belaey (fietstrial), Stefan Everts (motorcross), Benny Vansteenlant (duatlon), Kim Gevaert (atletiek), Tia Hellebaut (atletiek), Muriel Sarkany (muurklimmen) …? Al deze sporters (en ik vergeet er nog wel een aantal) zijn de absolute wereldtop in hun discipline, en ze hebben dat al bewezen met één of meerdere Europese of wereldtitels. Hun prestatieniveau steekt mijlenver uit boven wat het Belgisch voetbal op dit ogenblik te bieden heeft. En trouwens, kan het Belgisch voetbal nog verder afglijden? Bijvoorbeeld als de nationale ploeg op haar élan verder gaat. Of als Anderlecht de tweede ronde van de C.L. niet haalt. Of als Standard al heel rap uit de “Tuttenfrutten Cup” wordt geknikkerd. Of als toch mocht blijken dat er str… aan de knikker was bij de belachelijke 5-0 nederlaag van Roeselare in Cyprus. Of… En indien wel, denkt mijnheer Vanden Stock dan echt dat de revolutie gaat uitbreken in België? Man, man, man toch. Trouwens, Vanden Stock weet niet waarover hij het heeft. Voor de periode 2007-2009 heeft Bert Anciaux voor de muzieksector jaarlijks 22.7 miljoen euro uitgetrokken (De Standaard 24-06-06, pag. 2). Tien procent is 2.27 miljoen euro. Mocht het nog niet duidelijk zijn: dat is minder dan 10% van het jaarbudget van Anderlecht. Gaan hiermee echt de voetbalmeubelen gered worden? Die van Anderlecht, of van heel het Belgische voetbal? Nog maar eens: man, man, man toch, erg, erg, erg.. Voilà, eigenlijk was dat maar een inleggertje. Nu ga ik mijn trui voorlangs over mijn hoofd trekken, mijn sixpack tonen aan de uitzinnige spionkop, met uitgestrekte armen als een vliegtuigje naar de cornervlag lopen en daar een prachtig dansje uitvoeren. En dan wacht ik Roger op, die onderweg is naar mij. Ik zal me moeten schrap zettten, als hij mij bespringt en zijn machtige dijen rond mijn middel slaat. Man, man, man…

zaterdag, september 02, 2006

Vragen en antwoorden

Het belooft een druk triatlonweekend te worden. Marc Herremans en Luc Van Lierde hebben hun laatste trainingen afgewerkt in het zuiden van Frankrijk. Morgen gaan ze van start in de Half Ironman van Monaco. 1900 meter zwemmen, 90 kilometer fietsen op een loodzwaar parcours, een zware bergrit waardig, en tot slot een halve marathon over de lichtglooiende wegen van het prinsdom. Marc voelt zich sterk, veel sterker dan vorig jaar nog, en hij hoopt één uur sneller te doen. Als hem dat lukt, dan staan er ons in Hawaii nog mooie momenten te wachten. Luc van zijn kant twijfelt. Tijdens de voorbije jaren heeft hij er op een dergelijk zwaar parcours niks van gebakken. Een helling oprijden stond gelijk met “parkeren”. Ik weet dat hij het kan, ik ben zo overtuigd van het gigantische potentieel dat in hem schuil gaat, maar of hij het zal kunnen ligt volledig in zijn handen. Je kunt op een atleet inpraten, je kunt proberen hem te doen geloven in zichzelf, maar als hij aan de start staat is hij alleen, en dan heeft hij, en alleen hij zijn lot in eigen handen. Maar hij heeft geen keuze. Als hij morgen mislukt, dan wordt het wel bijzonder moeilijk om nog maar eens recht te staan, om nog maar eens te geloven in een comeback. Als hij morgen lukt, dan beloof ik vuurwerk in Hawaii. De drive van Marc Herremans en het talent van Luc, het zou wat geven. Jammer genoeg is dit slechts vluchtig wishfull thinking. Peter Croes zal morgen ook weten hoe laat het is. “Ik heb er zin in”, zei hij me gisteravond nog aan de telefoon. Zijn opdracht is zeker niet minder, wel integendeel. In Lausanne geeft hij de volledige wereldtop partij tijdens het wereldkampioenschap op de Olympische afstand. Zijn doel is te finishen tussen de 16 besten. Ik hoop dat bij hem het fietsparcours een bondgenoot zal zijn. 7 rondjes van 6 kilometer, met telkens twee hellingen van ongeveer vijfhonderd meter. De eerste heeft een gemiddeld stijgingspercentage van 10.5%, de tweede is met een stijgingspercentage van 12% nog lastiger. Loodzwaar, maar voor Peter is dit misschien een mogelijkheid om weg te raken uit het pak, en met een select groepje te kunnen beginnen aan de loopproef. Ik denk dat dit zijn enige kans is om zijn doelstelling te bereiken. Anderzijds mag het fietsonderdeel niet al te veel krachten opslorpen. Peter zal nog verdomd snel moeten kunnen lopen tijdens de afsluitende 10 kilometer. In ieder geval sneller dan 32 minten, wil hij meespelen met de grote jongens. Bon, morgennamiddag zal ik al heel wat wijzer zijn. Ik zal zo stilaan een antwoord kennen op een paar vragen die me al enige tijd bezig houden: Kan Marc het wereldrecord van Carlos Moleda breken? Zijn de ambities van Luc om in Hawaii opnieuw te schitteren gewettigd? En zit Peter nog altijd op schema voor de Olympische Spelen in Peking?

vrijdag, september 01, 2006

Misprijzen

Ieder iets of wat zichzelf respecterende intellectueel heeft wel eens de neiging om zich eerder laagdunkend uit te laten over sport. Het lijkt veel hoogstaander om uit te pakken met literatuur, muziek en kunst in het algemeen. Sport wordt aanzien als een haast verwaarloosbare bijzaak, voer en vermaak voor het volk, een vrijblijvend gebeuren dat weinig of niets bijdraagt aan de bredere context van het maatschappelijke gebeuren. Als leerkracht lichamelijke opvoeding werd ik meer dan eens geconfronteerd met half schertsende maar desalniettemin oliedomme uitspraken van sommige collega’s algemene vakken zoals: “Ha, ik zie dat je een balpen vast hebt. Kun je er ook nog mee schrijven?”. Een andere collega zei me ooit (natuurlijk weer bij wijze van grap maar uiteindelijk veel dommer dan grappig) : “Jij hebt ook gestudeerd, maar dan aan de technische afdeling van de universiteit...” Van waar komt deze neerbuigende houding tegenover sport? In de bakermat van onze geschiedenis, het oude Griekenland, werden in de antieke gymnasia hoogstaande intellectuele discussies gevoerd. Plato en Aristoteles hielden zich op in de directe omgeving van deze gymnasia. We lijken wel al te ver te zijn afgedwaald van de vroegere Griekse idealen. Ik zie wel beweging in he sportbeleid. Budgetten worden vrijgemaakt om topsportmanagers, topsportexperts, toptrainers te benoemen en topsportstatuten te creëren. Ik juich dit toe, maar aan het echt belangrijke, het essentiële wordt gewoon voorbij gegaan. Het grootste misprijzen voor de sport en het belang ervan zal vandaag immers nog maar eens manifest tot uiting komen wanneer één miljoen leerlingen hun lesrooster onder ogen krijgen. Tweeëndertig uren les, soms zelfs zesendertig. Twee ervan zullen besteed worden aan hun lichamelijke ontwikkeling. Twee armzalige uurtjes van vijftig minuten…Het is nonsens van de beleidsmakers om te verwijzen naar de mogelijkheden die de leerlingen hebben om sport te beoefenen buiten het onderwijs. Jammer genoeg maken al te veel leerlingen daarvan geen gebruik, en is de school de enige plaats die gestructureerd lichaamsbeweging zou kunnen aanbieden en het belang ervan zou kunnen aanleren. Ik vrees echter dat dit geschrijf minder is dan een regendruppeltje in de oceaan. Een politicus scoort immers beter als hij zijn kop laat zien op een gemediatiseerd sportevenement dan wanneer hij zijn tijd steekt in het uitdokteren van de mogelijkheid om het aantal uren lichamelijke opvoeding op school op te drijven, om die honderduizenden leerlingen aan te bieden waar ze recht op hebben. Het verband tussen regelmatige sportbeoefening en een grotere stressbestendigheid en zich mentaal goed voelen is al zo dikwijls wetenschappelijk bewezen. De spreuk “mens sana in corpore sano (een gezonde geest in een gezond lichaam)” dateert als van in de oudheid. Als ik dan nog lees (De Tijd 18-05-06) dat het aantal voorschriften voor antidepressiva in België is tussen 1997 en 2004 bijna verdubbeld is, van 109 miljoen tot 199 miljoen doses, en dat in 2004 11,3 procent van de Belgen zich een antidepressivum liet voorschrijven, dan vraag ik me af of de politiekers beseffen welk een verpletterende verantwoordelijkheid ze dragen.