donderdag, augustus 31, 2006

Ontwikkelingsland

Gisteren kwam een vriend met vrouw en kinderen op bezoek. Heel sportieve familie. Mijn vriend is triatleet, de kinderen zwemmen en spelen tennis. Zoon J., 11 jaar oud en eerder freel gebouwd, kwam net terug van een trainingskamp zwemmen. Zijn moeder vroeg of 40 (veertig) kilometer zwemmen op zes dagen niet van het goede te veel was? Ik dacht dat ik verkeerd verstaan had. Veertien? Neen, veertig dus. Op maandag, dinsdag, donderdag en vrijdag twee trainingen per dag, op woensdag en zaterdag slechts (?) één. Samen in de baan met en dezelfde training als de zestien- en achtienjarigen. Deze laatsten deden iets meer, maar dan enkel tijdens het uitzwemmen. Bovendien werd er meer dan eens heel pittig (lees intensief) getraind. De trainer bleek gediplomeerd te zijn, een licentiaat lichamelijke opvoeding bovendien. Ik vraag me af wat de bedoeling kan zijn om een elfjarig kind 40 kilometer te laten zwemmen op zes dagen tijd. Ligt het regionale kampioenschap van Bommerskonten misschien in het verschiet? Of de Grote Prijs van “de Vrolijke Vlinderslagzwemmers”? Of is het de bedoeling om enig potentieel talent naar de haaien te helpen? Bij een kind van elf moet watergevoel aangekweekt worden, en er moet geschaafd worden aan de techniek, desnoods opnieuw en opnieuw. Met een kind van elf moet voorzichtig omgesprongen worden, en er moet uitsluitend gewerkt worden aan het ontwikkelen van het aërobe uithoudingsvermogen. Zwemmers bereiken hun top doorgaans op een leeftijd, ouder dan 20 jaar. Waarom moet een kind dan al zo veel zwemmen op zo’n jonge leeftijd? Hoe moet dat dan verder? Volgend jaar 50 kilometer, het jaar nadien 60? Neen, het moet helemaal anders. Pas als een kind ouder en sterker wordt mag en moet de training, heel geleidelijk, opgedreven worden. Weerstandstrainingen mogen maar aan bod komen na de puberteit, en alleen dan kan ook met krachttraining begonnen worden. Ik vertel hier niks nieuws. Dit is in enkele zinnen samengevat het ABC van de jeugdtraining. Natuurlijk scoor je dan niet op de jeugdkampioenschappen, en daar wringt het schoentje. Hoewel een aantal trainers ongetwijfeld wèl goed werken, en wèl uitgaan van een visie, vrees dat dit verhaal niet uitzonderlijk is, maar eerder symptomatisch voor hoe er getraind wordt met kinderen. Moeten we nog verder zoeken waarom we een ontwikkelingsland zijn in de zwemwereld?

woensdag, augustus 30, 2006

zwarte gat

Frank Vandenbroucke tekende zondag een contract bij het Italiaanse Aqua&Sapone-Caffe Mokambo. Na de zoveelste frats van Frank, de zoveelste laatste kans. Ik hoop dat Palmiro Masciarelli, de ploegmanager, niet denkt dat hij Tom Boonen heeft binnengehaald. Maar goed, wat heet ook laatste, en vooral, wat heet kans? Eerst leek deze nieuwe overeenkomst me enigszins lachwekkend, onbegrijpelijk ook, net zoals het niet te vatten was dat ook Fassa Bortolo en later ook Mr Bookmaker voluit leken te geloven in de comeback van het gevallen godenkind. Toen ik echter verder inging op de motivatie van Masciarelli, kreeg ik sympathie, bijna zelfs begrip voor zijn beslissing. “Frank bekende dat hij domme dingen deed in zijn leven, maar ook dat hij steun nodig heeft als het minder gaat. Is dat zo dwaas misschien? Alle topsporters kennen dat gevoel. Als het goed gaat, staan ze te drummen, maar in minder goede tijden moet je het vaak alleen zien te rooien. Dat was een beetje zijn probleem.” (De Standaard, 30/08/06, pag.28) Of Vandenbroucke te weinig steun heeft gehad als het moeilijk ging, laat ik in het midden. Ik heb de indruk dat zijn manager Paul De Geyter van S.E.M. heel wat heeft gedaan voor Frank. Maar toch, er zit een grond van waarheid in Masciarelli's stelling. Niets is gemakkelijker voor een coach dan een atleet te begeleiden die van het ene succes naar het andere dartelt, niks is aangenamer dan tot diens entourage te behoren. “WIJ hebben gewonnen!” Wat klinkt dit mooi, hoe gemakkelijk is het ook gezegd? Atleten op de dool daarentegen slorpen energie, soms uit het diepste van je coachvezels. Ze vragen tijd en geduld. Zij worden dikwijls al te vlug gedumpt door een opportunistische coach en entourage, tijdens en na hun carrière. Van ster naar ster-veling. Het zwarte gat, heet dat dan. Vanuit deze optiek heb ik begrip voor Rudy Pevenage. Onder alle omstandigehden is hij achter zijn poulain Jan Ulrich blijven staan, ook als hij daarvoor enkele jaren geleden zijn bestaanszekerheid bij T-Mobile op het spel moest zetten, zelfs moest opgeven. Hij is ongetwijfeld (veel) te ver gegaan in zijn steun aan, haast liefde voor der Jan. Pevenage maakt nu moeilijke tijden door, en meer dan dat. Ik hoop dat hij, samen met Ulrich, nog zal kunnen terugkomen. Ik vrees er echter voor. De energie en tijd die ikzelf tijdens het afgelopen jaar in Luc Van Lierde heb gestoken is een veelvoud van de tijd en energie die pakweg Sven Nys van me vraagt. Luc vraagt sleurwerk, daar waar bij Sven een lichte toets volstaat. Over enkele dagen, volgende zondag in Monaco, zal blijken of zijn en mijn energie tot iets hebben geleid. Ik hoop echt dat we niet opnieuw zullen moeten rechtkrabbelen. De Ironman van Hawaii is niet ver meer af…

dinsdag, augustus 29, 2006

Thank you

Van nature uit ben ik niet echt een groot liefhebber van gemotoriseerde sporten, ondanks mijn background als trainer in de motorcross. De stilte van de natuur tijdens een heerlijke ochtendloop verdraagt geen gehuil van motoren. Ik hou ook meer van een slijmproducerende mensenmotor dan van een lekkende benzinetank. Toch zat ik vorige zondag aan het scherm gekluisterd tijdens de uitzending van de Grote Prijs Formule 1 in Turkije. Zappend kwam ik toevallig in de wedstrijd op 11 ronden van het einde. Felipe Massa stevende schijnbaar onbedreigd af op de overwinning. Achter hem was het universum van teammaat Michael Schumacher verengd tot de slipstream van Fernando Alonso’s wagen. In een haast bloedstollend gevecht eiste hij tevergeefs de tweede plaats op. Meer zelfs, het ging eigenlijk om de eerste plaats.Tussen het gehuil van de motoren en het schakelen naar hogere en lagere versnelling meende ik de schietgebedjes van Massa te horen: “Moeder Maria, geef Alonso de kracht om Michael van zich af te houden, help me mijn eerst zege te behalen. Ik wandel jaarlijks te voet naar Santiago de Compostella, en veel verder als het moet. Moeder Maria…”. Massa wist perfect wat de Ferrari-teamorders zouden zijn als Schumacher erin zou slagen Alonso voorbij te rijden. Schumacher faalde, Massa won. Even konden we meegenieten van zijn euforisch geroep door zijn micro die verbonden was met de paddock van zijn team. Ik verstond er niets van, tenzij minstens driemaal “Thank you”. Met die twee woorden maakte Massa aan iedereen die afgestemd had op deze uitzending duidelijk dat enkel teamwork deze overwinning mogelijk had gemaakt. Massa was een belangrijke, maar misschien niet de belangrijkste schakel in de weg naar deze overwinning. Zo, en niet anders is het ook in andere sporten. Kim Gevaert zou nooit Europees kampioene geworden zijn zonder een team rond haar dat ze haast blindelings vertrouwt. Stefan Everts is al van op zeer jonge leeftijd veruit de best omringde motorcrosser geweest. Marc Herremans beseft maar al te goed dat, naast zijn bijna fenomenaal doorzettingsvermogen en mentale kracht, een aantal mensen rondom hem onmisbaar zijn. Rond Luc Van Lierde is een team gebouwd. Enkel daardoor is hij terug in staat om opnieuw te trainen zoals het hoort. Zo zijn er hopen voorbeelden. Het zijn ook vooral de grootste kampioenen die dit beseffen.

maandag, augustus 28, 2006

Imago

Nooit lees ik nog een krant terwijl ik koffie drink. De gevolgen kunnen immers haast desastreus zijn. Daarnet nog. Ik verslikte me letterlijk, en het eerste wat ik nodig had was een schotelvod. Met dank aan François Colin van De Standaard/Het Nieuwsblad. Ik citeer even uit zijn column “Spits”: “In het Italiaanse scheidsrechtersschandaal staat niet alleen de toekomst van Juventus op het spel, maar de geloofwaardigheid van heel het land. (…) Het voetbal is ontzettend belangrijk geworden voor het beeld dat van een land bestaat. Daar moeten vooral politici zich van bewust zijn.(…)” Wablieft? Is het imago van België, en bij uitbreiding van iedere Belg, dus ook van mezelf, in het buitenland in handen van de ploegen die Europees Spelen? In handen van Ferera, Vercauteren, Dury, en godbetert van Boskamp? Van een provinciale trainer die onmiddellijk de pedalen verliest als hij eens buiten de landsgrenzen mag gaan voetballen, zij het dan nog in Cyprus? Wordt dat imago bepaald door het feit of Thomas Buffel al dan niet een balletje tegen de netten kan trappen, of door het feit dat Rene Vandereycken al dan niet Olivier Deschacht opstelt in het nationale team? Zijn wij voor dat imago afhankelijk geworden van belachelijke uitspraken en beslissingen van pakweg de heer Vaessen en co? Van het gesjoemel van Paul Put met één of andere obscure Chinees? Van het wanbeheer van zoveel eigengereide voetbalbesturen die vooral puin en schulden achterlaten? Waar kan ik me laten naturaliseren tot Fransman? Of Duitser, of Braziliaan? Hou toch op. Dergelijke prietpraat gaat er niet toe bijdragen dat voetbal wordt terug gebracht tot zijn juiste proporties: soms een mooie sport, waarvoor techniek, uithouding, snelheid en tactisch inzicht vereist is. Soms een mooie sport die, zoals iedere andere sport, emoties oproept, die mensen gelukkig en ongelukkig kan maken. Soms een sport die het slechtste in de mens bovenhaalt, en een spoor van vernieling achterlaat in stadions en omgeving. Soms een sport die te veel eer doet aan overroepen pseudovedetten. Maar dat is het dan ook. Stop dus die overshooting. O ja, tussen al die kletskoek vond ik, ergens verloren aan de zijkant van een blad vijftig woorden (drie lijnen op een A4-blad) terug over een echte sportman. Kenny Belaey, een bescheiden en hardwerkende gast, een acrobaat op de fiets, werd in Nieuw-Zeeland nog maar eens wereldkampioen in zijn discipline: fietstrial. Wie Kenny al eens aan het werk gezien heeft weet wat dit betekent. Wie Kenny als een aan het werk gezien heeft weet ook dat geen 5 % van de Belgische voetballers als sportman aan de hielen van Kenny komen. Proficiat Kenny !!! Misschien dat sommigen ginder, Down Under, moeten gedacht hebben: toch knappe gasten, die Belgen. Wie weet.

zondag, augustus 27, 2006

Under level

Ik ga nog eens schrijven over iets waarover ik niet mag schrijven. Maar ik ga zeker niet meer info verklappen dan je ook al kunt vinden op de weblog van Canvasloper en radiopresentator Koen Fillet. Ik blijf dus in een veilige zone, ver weg van schadeclaims en banbliksems die oppergod Jan Vanderstraeten voor mij in petto heeft als ik mijn soms te grote mond voorbijpraat. Negen maanden geleden ben ik ingegaan op de vraag om zes fysieke underlevels (één van hen op de foto links boven) above the level te krijgen, meer bepaald aan de start van de marathon van New York. In eerste instantie dacht ik dat mijn bijdrage zich zou beperken tot het aanschaffen van startnummers en het boeken van vliegtuigtickets en hotelvouchers. Fout, ik moest hen zodanig leren lopen dat ze ook nog eens de finish zouden kunnen halen. Gekkenwerk, dacht ik toen. Maar goed, iets of wat coach gaat zo’n uitdaging niet uit de weg. We zijn nu aanbeland op 10 weken van de startdag, nog 70 dagen scheiden ons van D-day. Gisteren voerde ik een lactaattest uit. Een zoveelste stap om de training te “finetunen”. Voor de ene was deze test al wat geruststellender dan voor de andere. Maar toch, ondanks alle informatie weet ik na negen maanden maar één ding, namelijk dat ik nog niks weet. Ik weet niet wie blessurevrij aan de start gaat komen, ik weet nog minder wie de finish zal halen. Worden het er zes, vijf of maar ééntje? Of zal ik daar misschien moederziel alleen staan? Zal ik zelf, onvoldoende getraind, de meubels moeten redden? Zeg het me, en ik ben je eeuwig dankbaar. Gisteren kregen we de gelegenheid om de eerste drie afleveringen eens te bekijken. Misschien zie ik het als betrokkene te veel door een gekleurde bril, maar ik vond het in ieder geval bijzonder goed meevallen. Sfeervol, dynamisch, boeiend en leerrijk voor iedere jogger die ambities heeft om zijn grenzen te verleggen van Athene tot Marathon. En vooral met bijzonder veel respect voor de deelnemers. Kijken, vanaf 15 oktober, zes weken lang op Canvas.

vrijdag, augustus 25, 2006

Over pottenstampers en underdogs

In mijn blog “Ramp” van 17 augustus zei ik dat het voor een coach zeer moeilijk werken was met atleten die zichzelf te hoog inschatten. Echt belachelijk wordt het soms wel wanneer een trainer compleet irreëele verwachtingen heeft, en nadien afgaat als een lekke gieter. Trainer Geeraerd van Roeselare noemde woensdag de spelers van Ethnikos Achnas, het plaatselijke voetbalclubje van een dorpje met 3000 inwoners ergens ten velde in Cyprus, een stelletje pottenstampers. Hiermee maakte hij het de coach van Achnas wel heel gemakkelijk. Ik heb zo’n flauw vermoeden hoe diens peptalk zal geklonken hebben. Heel lang is dat gesprekje zeker niet geweest. Hoe zou “pottenstamper” klinken in het Grieks (of is het Turks?). Nu, Geeraerd zal het geweten hebben. Voor amper 2000 toeschouwers kreeg zijn team een droge 5 – 0 pandoering aangesmeerd. Na de match maakte Geeraerd de grap helemaal compleet door ook dan nog bij zijn standpunt te blijven. Ik zie verder ook dat men zich in voetballand blijft bezondigen aan hoge verwachtingen. De beloftenploeg kon vorig jaar de kwalificatie voor de Europese eindronde niet meer missen. Kazachstan zou voor de nationale ploeg een meepakkertje worden die hen onmiddellijk op kruissnelheid zou brengen richting Europees kampioenschap. De feiten hebben deze verwachtingen inmiddels in een juist perspectief geplaatst. Anderlecht haalde tijdens de afgelopen 9 (negen)Europese C.L. wedstrijden geen enkel punt. En tòch heerst er na de loting voor de eerste ronde van deze Champions League een licht euforische stemming. Mogen we weten op basis waarvan de praesis van Anderlecht zijn ploeg hoger inschat dan Lille of AEK Athene? Drie goals slikken op het veld van Westerlo belooft echt niks goeds op Europees vlak. Wedden dat in Lille en Athene de opluchting groot moet zijn met Anderlecht in hun poule? Maar goed, het is nu aan Frankie Vercauteren om het Europese tij bij Anderlecht te keren. Het zou in ieder geval mooi zijn voor een ploeg met een dergelijk glorieus verleden. Het lijkt me echter logischer mocht Anderlecht zich nederig terugtrekken in een underdogpositie. Daar tegenover weet ik ook wel dat een coach hoge verwachtingen moet durven stellen, liefst tegen de limiet van wat realistisch mogelijk moet zijn. Rudi Diels had gelijk toen hij stelde dat twee Europese titels tot de mogelijkheden van Kim Gevaert behoorden. Deze ambities waren zeer goed onderbouwd op basis van een perfect inzicht in de mogelijkheden van Kim én van de tegenstand. Gisteren maakte ik met Luc Van Lierde een inschatting van wat voor hem mogelijk zou kunnen zijn in de Half Ironman van Monaco van volgende week zondag. Luc had net 125 kilometer gefietst op het parcours. Hij fietste met een gemiddelde van 27.5 km/u en hij overbrugde tijdens die rit een hoogteverschil van 2400 meter. Hij voelde zich niet fris, de benen waren loom. Logisch, tijdens de voorbije acht dagen fietste hij 475 km, vooral op een bergachtig wegen. Daarnaast zwom hij nog 18 km en liep hij er 60. Elementen die langdurig in overweging werden genomen zijn: Luc’s huidig prestatiepotentieel, zijn evaluatie van het fietsparcours, de tijden die vorig jaar in Monaco werden gerealiseerd en de deelnemerslijst. Mijn conclusie is dat een top-5 zeker tot de mogelijkheden moet behoren. Maar eerst moet hij dit nog bewijzen, en pas dan kunnen we echt beginnen praten over zijn mogelijkheden om in Hawaii te presteren. Stap voor stap. Het is soms wroeten in een verhaal van vallen en opstaan.

donderdag, augustus 24, 2006

Communicatie

Een goede coach haalt het maximum uit de mogelijkheden van zijn atleten/ploeg. Hij haalt er meer uit dan dan men dacht dat erin zat. Daarom is de beste coach niet altijd diegene die wint. Jan Ceulemans kon opkrassen toen hij nog riant uitzicht had op een top-drie plaats met Club Brugge, Franky Dury werd met een zesde plaats van Zulte Waregem de hemel in geprezen. Goede coaching steunt op vakkennis én op een goede communicatie. Dury kan het uitleggen, Ceulemans is een zwijgzame, ietwat introverte Kempenzoon die liefst van al met zijn hond langs de Nete wandelt, of zich ophoudt met mensen die veel verstaan met weinig woorden. Als coach heb ik soms zelfs de indruk dat praten met je atleten, ook over andere zaken dan het trainingsschema, dikwijls veel belangrijker is dan het uitkienen van het schema zelf. Door een goede communicatie breng je evenwicht in het leven van je atleet, neem je twijfels weg, doe je een atleet geloven in eigen kunnen, kan je hem boven zichzelf doen uitgroeien. Johan Boskamp zal het ondertussen ook wel begrepen hebben. Een fransonkundige Nederlander die terecht komt in een hoofdzakelijk nederlandsonkundig bestuur dat, ondanks het aantrekken van Michel Preud’homme, maar niet verlost geraakt van een wespenneststatuut en een zweem van intriges als een vervelende lichaamsgeur met zich meedraagt, dat is om problemen vragen. Als je dan nog je tactische inzichten moet wijs maken aan een groep die bestaat uit 5 Portugezen, 2 Brazilianen, 2 Senegalezen, 1 Fransman, 3 Kroaten, 1 Oekraïner, 1 Serviër, 1 Amerikaan en nog wat Belgen waarvan er een aantal de taal van Gezelle niet verstaan, dan is de rekening rap gemaakt. Eén op negen in de competitie en een kortstondig gesnuif aan de vetpot van de Champions League. Als ik Boskamp was zou ik mijn communicatie vooral onderhouden met mijn manager. Het wordt immers tijd dat die begint uit te zien naar andere oorden. Boskamp’s zwerftocht is nog lang niet voorbij.

woensdag, augustus 23, 2006

Vedettendom

In Knack (nr. 33, pag. 19) las ik bij een interview met Michiel Debackere, dopingbestrijder op rust, het volgende: “Stan Huygelen, een wetenschapper en vriend van me, lag mee aan de basis van het Salk-vaccin, dat kinderverlamming bestrijdt. Hij heeft miljoenen kinderlevens helpen sparen en handicaps helpen voorkomen. Hebt u ooit gehoord dat hij gehuldigd werd? Wat een schril contrast met veel van die sportvedetten, die zònder enige tegenprestaties miljoenen euro’s opstrijken.” Dergelijke uitspraken doen een mens op zijn minst even nadenken. Is de idolatrie van sportvedetten terecht, of loopt ze de spuigaten uit? Uiteraard kunnen vragen gesteld worden bij de soms astronomische bedragen die betaald worden aan sportlui. Persoonlijk heb ik er geen enkele moeite mee voor zover deze bedragen economisch verantwoord zijn. Ik vermoed zo dat de publicitaire return van Tom Boonen nog altijd een veelvoud is van het bedrag dat hem jaarlijks wordt betaald door zijn team. Tot zover geen probleem. Erger is het wanneer, zoals gangbaar is in het voetbal, en dan nog meestal aan pseudovedetten, bedragen worden uitgekeerd die absoluut niet in overeenstemming zijn met de inkomsten van de club en die de schuldenberg alleen maar groter maken. Uit eigen ervaring weet ik ook dat de verheerlijking van sportvedetten af en toe moet gerelativeerd worden. Toen ik, jaren geleden, als trainer, optrok met Eric Geboers, was het rond zijn mobilhome altijd een drukte van jewelste. Supporters verdrongen elkaar om toch maar een glimp van “the Kid” op te vangen. Op een keer zag ik enkele meters verder Georges Jobé zitten, toen gewezen drievoudig wereldkampioen, maar ondertussen fel weggedeemsterd na enkele mindere jaren. Hij zat op een vouwstoeltje, schijnbaar emotieloos en helemaal alleen, de drukte rond Eric te observeren. Hij ondervond toen aan den lijve de keerzijde van de medaille. “Het blijft niet duren, Eric” moet hij toen zeker gedacht hebben. De jaren hebben hem gelijk gegeven. Op het wereldkampioenschap veldrijden, enkele jaren geleden in Pontchateau, zag ik dan weer Berten Van Damme, de Leeuw van Laarne, zitten. Hij was toch de man die jarenlang haast heroïsche duels had uitgevochten met Eric de Vlaeminck. Hij zat daar, op een stuk krant, haast achteloos rondom zich kijkend. Niemand scheen Berten nog te kennen, en dit in zijn eigen sportbiotoop. Dit zijn maar enkele voorbeelden uit de zovele. Sportroem is vluchtig, vergankelijk, en jammer genoeg heel dikwijls (te) zwaar om dragen. Of wat moeten we anders denken van Pantani, Maradonna en dichter bij huis de gevallen engel Frank Vandenbroucke? Ook dit zijn maar enkele voorbeelden. Zielig wordt het zelfs wanneer ex-vedetten zich soms clownesk of aanstellerig gaan gedragen om hun tanende status hoog te houden. De meeste sporters kiezen trouwens niet voor deze verheerlijking. Meestal is het iets dat hen overkomt, iets dat ze er noodgedwongen moeten bijnemen. Achter de facade van afgod schuilt in vele gevallen een heel gewoon iemand. Dikwijls ook een kwetsbaar iemand, vol twijfels en onzekerheden, iemand die soms vruchteloos probeert om te gaan met de druk van de glorie. Ik heb ooit gewerkt met een groot kampioen. ’s Avonds, na een overwinning en bijhorende viering was hij misschien wel de eenzaamste mens die ik kende, en hij besefte dat meer dan wie ook. Nu ik er verder over nadenk, ik ben nog nooit jaloers geweest, op welke vedette dan ook.

dinsdag, augustus 22, 2006

Onuitgesproken vermoedens

Het dopingverhaal blijft de gemoederen beroeren. Liegt Landis of schreeuwt hij terecht zijn onschuld uit? Heeft Jones echt gesjoemeld met epo? Zijn de dopingtests betrouwbaar genoeg? Zijn er überhaupt nog zuivere topprestaties mogelijk? Ik zit er een beetje middenin. Ik werk al jaren met topatleten, en het is niet onlogisch dat ook over mijn atleten vragen worden gesteld in verband met hun clean imago. Het zal er wel bijhoren, zeker? Een vraag die ook meermaals terugkomt, is of ik kan zien of een atleet sjoemelt, zonder dat hij positief is bevonden bij een dopingcontrole. Nu, echt weten kan je het niet, vermoeden wel. Wanneer? Als bij een volwassen atleet de oren, neus, kin en voeten nog groeien op volwassen leeftijd (het vergelijken van foto’s zou wel eens flagrante zaken aan het licht kunnen brengen). Omdat de normale groei stopt rond 18-20 jaar. Als een atleet plots spectaculaire progressie begint te maken. Omdat ik als trainer weet hoe moeilijk het is, en hoe hard er moet gewerkt worden om op een normale manier een procentje winst te maken. Als een atleet met geen poot vooruit komt, en dan plots, van week op week, zelfs van dag op dag, een glansprestatie neerzet. Omdat ik als trainer weet hoe moeilijk het is en hoe lang het kan duren om een atleet vanuit een dip er terug bovenop te krijgen. Als een atleet een opgeblazen gezicht vertoont en zijn/haar ogen Aziatische trekken beginnen te vertonen. Omdat ik weet dat dit kan wijzen op het gebruik van corticosteroïden. Als een atleet erin slaagt om op zeer korte tijd spectaculair te vermageren, zonder prestatieverlies. Omdat ik weet dat normaal vermageren zonder prestatieverlies alleen mogelijk op een heel geleidelijke en uitgekiende manier. Ik vermoed hier dan sterk het gebruik van groeihormoon. Als een atleet, na jaren training, plots van fysionomie verandert en en op korte tijd abnormaal veel spiermassa bijwint. Omdat winst in spiermassa een kwestie is van maanden, zelfs jaren intensieve powertraining. Ik vermoed dan het gebruik van anabole steroïden en groeihormoon. Als een sporter op het einde van een loodzware bergrit waar hij heeft moeten knokken om zijn klassement te behouden blozend en fris ogend afstapt, zonder merkbare verhoging van het ademhalingsritme. Omdat ik er vanuit ga dat die dan toch minstens enige tijd uitgeteld zou moeten zijn. Ik vermoed dan het gebruik van epo of bloeddoping. Als ik weet heb van een plotse stijging van het hematocrietgehalte bij een atleet na periode van zware trainingsarbeid of in wedstrijdperiode. Omdat ik weet dat zware lichaamsinspanningen het aantal rode bloedcellen doet afnemen. Als ik weet heb van sporen van inspuitingen op de buik of op de armen. Omdat ik weet dat epo subcutaan in de buik wordt ingespoten of rechtstreeks in de ader. Als ik weet dat atleten zich voortdurend ophouden in gezelschap van personen die gekend staan als dopingleveranciers. Omdat ik weet dat de gelegenheid de dief maakt. Als ik zie dat atleten tijdens een al te korte periode heel de tegenstand op een hoopje fietsen of lopen, en dan weer zonder aanwijsbare reden wegzinken naar een middelmatig niveau of zelfs helemaal verdwijnen. Omdat ik weet dat talent, gekoppeld aan een juiste en normale trainingsopbouw garant staat voor een langdurige en evenwichtige carrière. Als… Het blijven echter vermoedens die niet altijd stroken met de werkelijkheid. En daarom moet je dikwijls zwijgen, zelfs als je zoudt willen spreken. Maar is het echt belangrijk? Ondanks Landis, Basso, Ullrich en co was er gisteren in Balen, in de gietende regen, 25.000 man opgedaagd om Tom Boonen, en met hem een heel wielerpeloton, een meer dan feestelijke ontvangst te bezorgen. Ondanks Jones en Gatlin zullen vrijdagavond 45.000 atletiekliefhebbers present tekenen op de Memorial Van Damme. En weet je? Ze hebben dik gelijk. Het zal weer een avond worden om duimen en vingers van af te likken.

maandag, augustus 21, 2006

Mentaal kwetsbaar?

Sven Nys ging tijdens de voorbije winter van start in 48 veldritten. Daarvan won hij er 28. Zijn laatste cross reed hij op het einde van de maand februari, en minder dan drie maanden later was hij al terug klaar om tijdens de Ronde van België een meer dan gave prestatie af te leveren. Hij reed nadien nog het Circuito Montanes, een behoorlijk zware Spaanse rittenwedstrijd, en nog een aantal wegwedstrijden. “En passant” won hij nog een mountainbikewedstrijd in Ronse, en werd hij tweede op het Belgisch kampioenschap in deze discipline. Morgen gaat Sven van start in een Franse rittenwedstrijd, nadien rijdt hij de Grote Prijs Rik Van Steenbergen en de wereldbekerwedstrijd mountainbike in Oostenrijk. Zes dagen later begint hij dan aan een nieuwe serie van ongeveer 40 veldritten, minder dan vorig jaar omwille van zijn Olympische ambities. Zijn trainingsschema van de voorbije week? • Maandag:  Bostraining, zeer intensief. Gemiddelde hartslag 150, maximale hartslag 190  Wegtraining. 3 u souplesse Dinsdag: Looptraining: 64 min, gemiddelde hartslag 122  Wegtraining: 2u 47 min, souplesse. Gemiddelde hartslag 123 • Woensdag: Wegtraining: 138 km, gemiddelde snelheid 33.6 km/u, gemiddelde hartslag 121 • Donderdag:  Looptraining: 50 min loslopen, gemiddelde hartslag 106 • Vrijdag: Krachttraining op rollen: 60 min, gemiddelde hartslag 131, maximale hartslag 167  Wegtraining: 90 km achter de moto, gemiddelde snelheid 40.9 km/u, gemiddelde hartslag 136, maximale hartslag 176 • Zaterdag:  Wegtraining: 162 km, gemiddelde snelheid 33.7 km/u, gemiddelde hartslag 131 • Zondag:  Looptraining: 60 min zeer rustig  Wegtraining: 60 min losfietsen. Wordt er dan nooit een rustperiode ingelast? Niet echt, afgezien van een viertal weken na het veldritseizoen. In april wordt er stevig getraind, met o.a. dan al specifieke bostrainingen. Pas na het Europese kampioenschap mountainbike op het einde van de maand juli heeft Sven een week relatieve rust genomen, hoewel hij moeilijk in te tomen was. Is dit allemaal te veel? Dat zal pas blijken tijdens het komende veldritseizoen. Als ik de tegenstand was zou ik er toch niet al te gerust op zijn. Geldt een dergelijke opbouw als HET voorbeeld? Neen. Slechts weinige renners kunnen dit aan. Sven kan dit, omdat hij het geniet van elke meter die hij traint, omdat hij een onwaarschijnlijk recuperatievermogen heeft, omdat hij leeft zoals een profsporter moet leven, omdat hij geen onnozelteiten moet verkopen voor een camera. Hij kan dit misschien vooral omdat hij mentale rust heeft, omdat hij in evenwicht is met zijn familie en heel zijn entourage, omdat hij gelooft in zijn trainer en trainingsschema’s. Hij laat zich niet (meer) uit zijn lood slaan. De week na zijn gemist wereldkampioenschap was hij meer gebeten dan ooit om terug te slaan, ondanks zijn letsel. Het geflopte Europese kampioenschap mountainbike deed echt niks af van zijn gretigheid om te trainen. Zijn er nu nog mensen die menen dat Sven mentaal kwetsbaar is?

zondag, augustus 20, 2006

Leugen

Toen de Balco-affaire losbarstte stond sprintqueen Marion Jones meteen in het oog van de storm. Zij werd beticht van het gebruik van epo, groeihormoon, anabole steroïden en van wat er eigenlijk ook maar op de markt te koop was, boven, onder en naast de toog. Zij was des duivels, dreigde met rechtzaken, en ze vluchtte uiteindelijk in het moederschap. Niet vooraleer ze zich hautain afvroeg “who the hell is Kim Gevaert” toen die zich kritisch had uitgelaten over Jones’ verdere deelname aan grote atletiekmeetings. Ondertussen is weer eens duidelijk geworden wat we al langer wisten. Jones’ lief snoetje is een masker waarachter leugen en bedrog nog sneller rondrazen dan Florence Griffith toen ze haar fabuleuze 10.49 neerpootte. De prijs voor dit “record” is jammer genoeg ontzettend hoog geweest. Marion Jones, Justin Gatlin, Tim Montgommery, Carl Lewis, Lindford Christie, … het dopinggebruik van de Amerikaanse en andere sprinters neemt velocipedische proporties aan. Er werd me de vraag gesteld wat het nut van epo voor een sprinter wel kan zijn. Laat het op de eerste plaats heel duidelijk zijn deze atleten zeer hard trainen, niet alleen op de piste, maar ook en misschien vooral in de powerzaal. Het gevolg is dat zonder voldoende hersteltijd het lichaam wordt "afgebroken". Epo zorgt ervoor dat het hemoglobine en het aantal rode bloedcellen op peil blijft (of toeneemt) waardoor het herstel na de training fel bevorderd wordt. Epo laat een sprinter dus niet rechtstreeks sneller lopen, maar zorgt er wel voor dat hij/zij harder en langer kan trainen. Het zijn dan weer de anabole steroïden die zorgen voor meer (explosieve) kracht. We kunnen er dus voor haast 100 % zeker van zijn dat Jones zich niet alleen bezondigd heeft aan het gebruik van epo. Ik ben wel benieuwd met welke verklaringen ze voor de dag gaat komen. Ze kan misschien eens te raden gaan bij haar landgenoot Landis. Eerder deze week verscheen trouwens een open brief van deze praatjesmaker in de pers. Ik gun jullie nog even de meest hilarische passage. Het kan een mens alleen maar vrolijk maken en voor even toch de dreigende regenwolken naar de achtergrond verdringen. “(.....) Ondanks dit zet ik mijn jacht op de waarheid verder. Ik schrik voor dit gevecht niet terug. Bovenal besef ik heel goed dat deze situatie veel families en vrienden treft. Dit heeft zijn weerslag op de business en de sponsors die het wielrennen ondersteunen, en op de sport zelf. Om die reden ben ik vastbesloten om te bewijzen dat ik de regels volgde en fair en clean de Tour won. Hier staat méér op het spel dan mijn eigen integriteit. Ik dank u voor alle steun en geduld. Ik wil mijn eigen naam en die van het team zuiveren, en het imago van het wielrennen in ere herstellen. Dank, Floyd Landis, Tour de France Champion 2006”. Leugenaars.

zaterdag, augustus 19, 2006

Vluchten kan niet meer

De maanden van de waarheid komen eraan. Heel wat van mijn atleten moeten nu stilaan gaan bewijzen dat mijn geloof in hun kunnen terecht was en is, dat knappe trainingsresultaten kunnen omgezet worden in overeenkomstige wedstrijdprestaties. Aangezien de fameuze lat hoog ligt, moeten ze niet meer of niet minder dan laten zien dat ze tot de wereldtop behoren in hun discipline, of dat ze er tenminste dicht bij aanleunen. Peter Croes is met een zesde en een twaalfde plaats op een wereldbekerwedstrijd op schema voor Peking. Hij heeft ten opzichte van vorig jaar progressie gemaakt, laat dat duidelijk zijn. Maar er moet nog iets bij. Daarstraks was ik met hem op training. Hij ging diep, en het ging goed. Hij liep snel, zeer snel. Op 3 september zal hij echter moeten laten zien of “snel” op training ook snel genoeg is om op het wereldkampioenschap in Lausanne bij de zestien besten te eindigen. Ook Sven Nys doet het prima op training. Ik durf het bijna niet te zeggen, maar hij lijkt me nog sterker te zijn dan vorig jaar. Het is aan hem om deze indruk te bevestigen, op 9 september tijdens de wereldbeker mountainbike in Oostenrijk, en vooral drie weken later als de eerste grote veldritten eraan komen. Luc Van Lierde en Marc Herremans zijn deze week naar het zuiden van Frankrijk vertrokken. Ze gaan daar de Half Ironman van Monaco, die plaats vindt op 3 september, voorbereiden. Deze wedstrijd is de laatste tussenhalte op weg naar de Ironman van Hawaii. Marc wil er winnen, en Luc mag met minder dan een top-10 plaats absoluut niet tevreden zijn. Eigenlijk liggen de verwachtingen zelfs iets hoger gespannen. Geloof me, de druk zal groot zijn. Pieter Jacobs tenslotte, mischien wel het grootste jonge rondetalent, moet ondanks zijn jeugdige leeftijd in de Ronde van de Toekomst als stagiair bij Unibet laten zien dat de hoge verwachtingen realistisch onderbouwd zijn. Hij zal er moeten knokken tegen andere talenten die toch enkele jaren ouder zijn. Vluchten kan niet meer. De tijd van verstoppertje spelen is voorbij, en goedkope excuses worden niet aanvaard. Het is erop of eronder. Ook voor mijzelf. Dat is zo als de lat hoog ligt.

vrijdag, augustus 18, 2006

relativeren

In 2003 beslisten Marc Herremans en ikzelf To Walk Again op te richten. Onze eerste bedoeling was fondsen te verzamelen om medisch onderzoek naar het herstel van ruggenmergletsels te steunen. We hebben dan ook een mooi project opgezet aan de ULB, samen met de professoren Brotchi en Balériaux. Kostenplaatje: 175.000 euro. Al heel vlug wilden we ook iets meer concreet doen voor de rolstoelgebruikers, vooral dan op het vlak van sportbeoefening. In het Sportacentrum van Tongerlo hebben we daarom een centrum opgericht, waar onder deskundige begeleiding gratis sportbeoefening wordt aangeboden. We hebben er ook een fitnesscentrum ingericht, exclusief voor en volledig aangepast aan personen in een rolstoel. Er worden allerlei initiatielessen, sportdagen en sportkampen georganiseerd, nu al onder begeleiding van drie hooggekwalificeerde mensen, waaronder twee licentiaten lichamelijke opvoeding. Bovendien komen ook gerenommeerde revalidatiecentra zoals Pellenberg en Hof ter Schelde bij ons trainen met hun revalidanten. Kostenplaatje om dit allemaal mogelijk te maken: dit jaar nog 165.000 euro, vanaf volgend jaar 40.000 euro minder. Om dit te realiseren hebben we zowat heel het land afgerotst, in de hoop bedrijven en serviceclubs te overtuigen om ons te steunen voor dit project. We hebben ook heel veel spontane hulp gekregen. Alleen van de overheid blijkt steun zowat onmogelijk. Deze week gingen we op bezoek op het sportkamp dat vandaag eindigt. We zagen dertien kinderen in een rolstoel, razend enthousiast bezig met badminton. Geen gezever over doping, lamentabele voetbalprestaties of wat dan ook. Misschien wel sport in haar zuiverste vorm, ver ook van medailles en geldgewin. We zouden allemaal eens op bezoek moeten gaan. Geloof me, het wordt zo veel gemakkelijker om het reilen en zeilen in de sportwereld te relativeren.

donderdag, augustus 17, 2006

ramp

Werken met atleten die zichzelf te hoog inschatten, die de lat altijd weer te hoog leggen is één van de vervelendste problemen waarmee je als coach kunt geconfronteerd worden. Het te hoge verwachtingspatroon is dikwijls gebaseerd op onvoldoende zelfkennis, of op een éénmalige, relatief uitzonderlijke prestatie van de atleet. Dergelijke prestaties zijn in bijna alle gevallen veeleer een vloek dan een zegen. De atleet is raar of zelden nog tevreden, zelfs niet wanneer hij gepresteerd heeft op het toppunt van zijn echte kunnen. Uiteindelijk draait het er zowat altijd op uit dat de coach de laan wordt uitgestuurd, wegens onbekwaam. Bij ploegsporten is het niet anders. Het te hoge verwachtingspatroon is daar echter vooral gebaseerd op een reputatie, zelfs indien die reputatie behoort tot lang vervlogen tijden. Naar de fundamenten van de “reputatie” van de Belgische voetbalploeg moet al diep gegraven worden. We moeten al terug gaan naar de jaren 80 en begin de jaren 90, naar namen als Ludo Coeck, Eric Gerets, J.M. Pfaff, Jan Ceulemans, desnoods nog naar Raymond Goethals en Paul Van Himst. Het wordt stilaan duidelijk dat deze reputatie een ondraaglijke last wordt. Altijd opnieuw wordt veel (te veel) verwacht van het nationale team. Kan iemand me zeggen waarop dit verwachtingspatroon gebaseerd is? Het clubvoetbal is afgegleden tot een dwergstatuut, zie de prestaties van onze beste teams in de Champions League. De nationale selectie krijgt slag om keer kletsen van landen die eigenlijk ons tweede klassevoetbal niet zouden mogen overstijgen (maak ik hier dezelfde fout?). Het nationale beloftenteam slaagt er niet in om zich ook maar één keer te plaatsen voor de eindronde van het E.K.. Toch was dit voor de sportjournalisten die nu moord en brand schreeuwen vorig jaar nog voldoende om hen te verkiezen tot sportploeg van het jaar. Een compleet fout signaal was het. En dat terwijl Dirk Crois en zijn roeiers daar stonden, met al hun medailles en internationale topprestaties. Onbegrijpelijk, haast schandelijk zelfs. Vooral getuigend van onvoldoende kennis van wat “echte” sport is en kan zijn. Maar goed, “onze” voetballers kunnen gewoon niet beter, en waarschijnlijk is een gelijkspel tegen Kazachstan het allerbeste wat dit contingent vedetten te leveren heeft. En daar kan Rene Vandereycken of wie dan ook niks aan veranderen. Hij kan alleen maar werken met het materiaal dat hij krijgt, en dat is klaarblijkelijk echt geen vetpot. Als het verzamelde voetbaljournaille daar ook eens van overtuigd raakt, dan gaat iedereen veel gelukkiger zijn en minder zagen. Misschien gaan woorden als “ramp, catastrofe en dramatisch” dan ook elders in de krant, en heel wat meer op hun plaats worden gebruikt.

woensdag, augustus 16, 2006

Vakman

De Rode Duivels staan weer eens voor een match van de waarheid. Dit keer mag er niet verloren worden. Meer zelfs, “een ramp als we het weer niet halen”, dixit Timmy Simons. Een wat? Een ramp? Beste Timmy, kijk eens verder dan de tip van je voetbalschoen… Maar goed, ik begrijp dat het voor het Belgisch voetbal echt wel nodig is dat de nationale ploeg de eindronde van het Europese kampioenschap haalt. Aan René Vandereycken zal het niet liggen. Toevallig ontmoette ik hem enkele jaren geleden ter gelegenheid van een “Sportcafé” ergens ten velde in het Vlaamse land. René praatte honderduit over zijn visie over training, en zijdelings over de problemen die hij had gehad met Michel Verschueren, de zelfverklaarde Mister. De manager van Anderlecht bleek met argusogen iedere training te volgen, en hij was slechts tevreden als de spelers totaal afgepeigerd het veld verlieten. “Goed getraind, René, zo moet het”, zei hij dan. Van supercompensatie en van het nut van rustige trainingen had de vroegere physical coach blijkbaar nooit gehoord. René van zijn kant was wèl zeer goed op de hoogte van de belangrijkste begrippen van de trainingsleer, en vooral van de toepassing ervan. Minder vertrouwen heb ik in de fysieke paraatheid van de Belgische voetballers. Nog niet zo heel lang geleden deed ik melkzuurtesten bij teams uit vierde, derde, tweede en eerste klasse. De resultaten liggen hier nog altijd, ik heb ze even terug doorgenomen. Het was bedroevend. Het gemiddelde niveau oversteeg het peil van de modale jogger niet, wel integendeel. In eerste klasse kwam ik zelfs spelers tegen die al “in het rood gingen” als ze van de kleedkamer naar de middencirkel jogden. Een enquete onder de trainers van de hoogste afdeling maakte nadien veel duidelijk. Match inbegrepen bleek de gemiddelde trainingsduur per week om en bij de 10 uur te bedragen. Daarbij hoorde ook het loslopen, stretching, oefenen op stilstaande fasen, tactische oefeningen enz. Tja, zo kan je geen 90 minuten aan hoog tempo spelen, no way. Ik hoop echt voor René dat zijn selectie bestaat uit allemaal spelers die de gekende uitzonderingen op de regel vormen, of dat het in Kazachstan nog erger gesteld is. Zoals ik al zei, aan René zal het niet liggen. Hij is een vakman.

dinsdag, augustus 15, 2006

Moraal

“De Zwitserse wielerploeg Phonak houdt op het einde van het seizoen op te bestaan. Dat maakte de Zwitserse baas en zakenman van het team, Andy Rihs, dinsdag bekend op een perscon-ferentie.” (www.nieuwsblad.be, 15/08/06). Ook de belangrijkste co-sponsor, iShares, die minimum nog drie jaar in zee wou gaan met het team, heeft ondertussen de handdoek gegooid. Tijdens de Tour, vóór Landis’ raid, had het ploegmanagement nog een aantal (9) contracten verlengd, de meesten tot einde 2008. Ik schat dat het totale budget van dit team om en bij de 12,5 miljoen euro moet bedragen. Weg dus met dit budget, de straat op ook met 24 renners en bijhorend personeel. Met dank aan Floyd Landis. Wat een aantal glazen bier en whisky toch kunnen aanrichten. Floyd wordt zeker geheelonthouder, tot het einde van zijn dagen. Houdt het hierbij op? Neen. Uit bijzonder goed ingelichte bron weet ik dat, in België, een zeer groot bedrijf klaar stond om met een idem dito budget in het wielrennen te stappen. Het budget was ruim genoeg om een heus protourteam op poten te zetten. Alle details waren besproken. Op vrijdag 28 juli moest het contract gefinaliseerd worden, jammer genoeg net de dag na de val van Floyd. Einde bespreking. Hoogst waarschijnlijk is dit geen uitzonderlijk geval. Heel wat van de huidige sponsors houden hun hart vast. Ze bidden en hopen dat ze hun contract verder kunnen uitdoen zonder al te veel schade aan hun imago. Aan een eventuele contractverlenging wordt niet eens meer gedacht. Meteen wordt duidelijk waarom Patrick Lefever zo duivels tekeer gaat tegen Floyd Landis en co. Uiteraard is hij niet zo’n moraalridder. Gemakkelijkheidshalve heeft hij de nultolerantielijn zelf getrokken op 1 januari 2005, misschien juist in de ijdele hoop om de huidige situatie te vermijden. Zo konden ook uitschuivers zoals de aanwerving van F. V.D.B en R.V. worden verwezen naar de prehistorie, toen iedereen wel eens in de fout ging. Bovendien was de aanwerving van J.M. helemaal conform de nieuwe dopingsmoraal, aangezien de “Leeuw” na die datum niks meer mispeuterd heeft. Maar Lefever beseft meer dan wie ook dat hij het verdomd moeilijk gaat krijgen om contracten te verlengen en om nieuwe sponsors aan te trekken. Hij kan echter beter mee de hand in eigen boezem steken. Landis’ bedrog is niet het gevolg van een fout in juli, het is een uitwas van een te fel uitgezaaide kanker die al woedt van vóór 1 januari 2005. Lang, lang ervoor…En Patrick weet dat!

maandag, augustus 14, 2006

Open deur

Toen ik in mei het plan opvatte om een weblog op te starten had ik het mezelf niet gemakkelijk gemaakt. Ik had me namelijk voorgenomen om, afgezien van een aantal vakantiedagen, zowat iedere dag een blog te schrijven. Tot nogtoe is me dat aardig gelukt: 94 blogs op 97 dagen, een niet onaardige score, al zeg ik het zelf. Waarom ik het doe? Omdat ik graag schrijf, uit ijdelheid (een beetje toch), en omdat ik ervan droom om zo een stem te krijgen die misschien iets kan veranderen binnen het nog altijd niet rechtlijnige sportbeleid. Omdat ik dus de beste stuurman aan wal wil zijn, zelfs coach langs de zijlijn. Toen ik deze morgen de krant opendeed en las dat minister Anciaux bereid is om Veerle Dejaeghere een nieuwe kans te geven, kreeg ik even het gevoel dat mijn droom al een beetje werkelijkheid is geworden. De minister zat na het triatlonverhaal in Atletiek Vlaanderen immers met een probleem. Zonder deze story was het gemakkelijk geweest om Veerle als quantité negligable te (blijven) beschouwen. Maar nu? Dejaeghere buiten en een triatleet binnen, verzin daar maar eens een aanvaardbare uitleg voor. Dejaeghere, om verdere ambras te vermijden, zonder meer terug binnen halen kan evenmin. Dat zou immers betekenen dat de evaluatie van vorig jaar compleet heeft gefaald. Gelukkig voor de minister scoorde Veerle met een vijfde plaats op het E.K. bijzonder goed, een geschenk uit de hemel zeg maar. En zo kan de deur die stevig vergrendeld leek, genereus, zonder gezichtsverlies en met een brede glimlach, weer open gezet worden. Ik vraag me af wat Veerle nu gaat doen. Maakt ze zich op voor een triomfantelijke terugkeer, of zal ze hooghartig foert zeggen? Misschien beseft ze wel dat trainen en presteren, louter voor zichzelf, zonder de druk van tijden en limieten, kan leiden tot betere resultaten. Ik ben echt benieuwd.

zondag, augustus 13, 2006

Eer

Ik ben mijn “carrière” als trainer in 1989 eigenlijk begonnen in de motorcross, hoewel ik toen ook al de latere meervoudige Belgisch triatlonkampioen Kris Mariën onder mijn vleugels had. Het waren schitterende, gouden jaren. Ik maakte als trainer van Eric Geboers zijn laatste wereldtitel mee. Ondertussen werkte ik ook met de Amerikaan Donny Schmitt die onderdak had gevonden in het Suzukiteam van Sylvain Geboers, de broer van Eric. Tweemaal wereldkampioen in de 125 cc, en later nog eens in de 250 cc waren het resultaat. Na Eric Geboers kwam Georges Jobé, helemaal weggedeemsterd na zijn vroegere drie wereldtitels. Niemand geloofde nog in Georges, alleen zijn vrouw Fabienne en ikzelf. Driemaal per week kwam Jobé trainen in Mol, niks was hem te veel. En zie, hij werd nog tweemaal wereldkampioen in de 500 cc-klasse. Eric, Donny en Georges, complete atleten, en vooral, keiharde werkers. Lopen, fietsen, zwemmen, krachttraining, het stond allemaal in hun schema. Op het einde van de jaren tachtig werke ik ook met een aantal jonge crossers, talenten zoals dat heet. Onder hen de piepjonge Stefan Everts, toen zowat zestien jaar, en al onder contract in het Suzukiteam. Stefan was getalenteerd, altijd goedlachs en vriendelijk, maar ook een speelvogel. Als beginnend coach had ik toen waarschijnlijk te weinig psychologisch doorzicht, want vandaag moet ik heel nederig bekennen dat ik in die tijd wel eens gedacht heb dat Stefan, omwille van in mijn ogen te weinig doorzettingsvermogen, nooit het palmares van zijn vader zou evenaren. Onze wegen gingen uiteen, en de speelvogel verdween. Stefan trainde als een bezetene, en werd de aller- , maar dan ook allerbeste in zijn sport. Ik had het verkeerd ingeschat, helemaal verkeerd. Als we mekaar nog eens tegenkomen, dan zie ik weer die vriendelijke en goedlachse gast, ondanks alle titels en glorie dezelfde gebleven. Schitterend. Nu weet ik dat het een eer is om, al is het heel lang geleden, al is het kortstondig geweest, al is mijn inbreng in zijn latere carrière nihil geweest, met zo’n kampioen te kunnen werken.

zaterdag, augustus 12, 2006

Kritiek

Ik krijg in sommige comments op mijn blog een beetje de wind van voren, en ook erbuiten word ik over mijn stuk over Ivan Sonck aangesproken. Het gaat zelfs zover dat mij enige boosaardigheid wordt verweten. Goed, voor de laatste maal, over Gevaert en over Sonck. Het gaat hier niet om boosaardigheid van mijn kant. Het gaat ook niet direct om de kritische bedenkingen van Ivan Sonck bij de tijden van Kim Gevaert en co tijdens haar recordrace(s). Het gaat om voortdurende afbraakpolitiek ten opzichte van Gevaert. Sonck uit, bij iedere prestatie van Kim, steeds weer zijn bedenkingen: Goud op E.K. indoor stelt niks voor, zilver op E.K. outdoor: tegen wie?, brons op W.K. indoor: absoluut niet relevant, wegens wegblijven van toppers. Ook nu weer: "Ik wens haar proficiat, maar zij heeft geluk gehad dat een aantal toppers er niet waren. Maar goed, dat is niet de fout van Kim..." Ik wil het dan nog niet hebben over het feit dat hij stelt dat hij bij buitenlandse atleten wél vragen zou stellen als ze dezelfde vooruitgang zouden maken als Kim. Kijk, als we het hebben over boosaardigheid, dan is mijn vraag naar respect voor een atlete als Gevaert van een heel ander kaliber dan het voorgaande. Of zie ik dat dan zo fout? Ik kan dit alleen maar betreuren. Ik weet verdomd heel goed wat atleten moeten doen om aan de top te komen. Ik sta wel eens tussen dergelijke atleten, die in alle stilte keihard trainen, over de limiet gaan, tot kotsens toe. Ik sta wel eens tussen atleten die, ondanks alle inspanningen, het niet halen, en dan weer opnieuw moeten beginnen, van nul. En dan is een minimum aan respect op zijn plaats. Dat is al wat ik vraag, niks meer of niks minder. Is dat te veel gevraagd? En daar ga ik voor blijven knokken. Voor Kim en voor anderen, via mijn weblog of hoe dan ook. Ik word er, onder ons gezegd, eigenlijk een beetje misselijk van. We leven inderdaad in een bekrompen sportwereldje.

vrijdag, augustus 11, 2006

Mosselen met wijn

Ach, ik ga niet meer reageren op de uitlatingen van Ivan Sonck, die ondanks alles volhardt in de boosheid. Ik lok nu even geen polemieken meer uit, en ik laat al wat te fel reilt en zeilt in de sportwereld overwaaien tussen de te veel neerplensende regenbuien die me beletten op mijn fiets te kruipen. Ik moet me trouwens concentreren op mijn schrijfwerk. Ik werk op dit ogenblik aan twee boeken. Het nieuwe boek van Marc Herremans, de opvolger van “Ironman, op zoek naar een nieuwe uitdaging”, moet op het einde van de maand november persklaar afgeleverd worden bij de uitgeverij. Ik haal het wel, Marc en ikzelf zijn trouwens al een heel eind opgeschoten. Het andere boek is een ander paar mouwen. Hierin beschrijf ik het wel en wee van de zes lopers die, vertrekkend van niveau nul of iets daaronder, voor het Canvasprogramma “over Leven” in twaalf maanden tijd moeten klaargestoomd worden voor de marathon van New York. Heel dit project is bijzonder boeiend, zowel de training als het geschrijf. Ik heb er immers geen flauw benul van wie aan de start zal komen, laat staan wie zal finishen. Wie vandaag topfit is, ligt morgen misschien (definitief) in de lappenmand, en wie enkele weken geleden defintief “out” leek te zijn wordt over 12 weken misschien wel de sterkste finisher. Het wordt hoe dan ook een verhaal van vallen en opstaan. In mijn ergste nachtmerries sta ik alleen aan de start…Zo dadelijk werk ik hier rustig aan verder. Niet te lang echter. Straks ga ik kijken van de halve en hele finale van Kim. Welke medaille zij ook haalt, het wordt genieten, 22 seconden vol spankracht, topsport van de bovenste plank, het resultaat van dagen-, maanden-, jarenlange trainingsarbeid. En daarna wachten mosselen met een glas wijn. Het kunnen ook meerdere glazen zijn. Goud moet gevierd worden, minder dan weer doorgespoeld. Een vrijdagavond kan toch mooi zijn, zelfs voor een bevlogen coach.

donderdag, augustus 10, 2006

Knap werk

Kim deed wat van haar verwacht werd. Ze deed zelfs meer. Ze werd niet alleen Europees kampioene, ze zette bovendien nog eens een tijd neer die elke vorm van minimalisering of relativering in de kiem smoort. Niemand van de afwezigen deed beter dit jaar, punt. Geen gezever deze keer over falende apparatuur en andere lulkoek. Simply the best. Ik ga zelfs verder, mischien zelfs simply the best in een dopingvrije sprintwereld. Kim heeft zeer veel te danken aan haar coach Rudi Diels, altijd daar in goede en slechte dagen. Hij is het die elf jaar lang heeft gewerkt met Kim. Stap voor stap heeft hij een ruwe diamant bijgeslepen tot een prachig juweel. Zonder overhaasting, maar toch gedreven, gepassioneerd. Om er nog maar eens op terug te komen, ik heb het hier over een man met een visie, een kenner, een vakman. Knap werk, Rudi!

woensdag, augustus 09, 2006

Selectiecriteria

" Vandaag 10km in Goteborg met maar liefst 3 belgen. Ze hadden 3e, 5e en 8e tijd, maar bakten er in wedstrijd niets van... Paul, kan jij hier zinnige uitleg aan geven ? Die Duitser die won liep zijn pr (had slechter pr dan onze belgen), hoe komt dat de Belgen niet kunnen wat die Duitser wel kan ...? " Een vraag op mijn comment, een poging tot antwoord waard. In België worden atleten vastgepind op minima, die bovendien zeer streng zijn. Enerzijds is dit zeer gemakkelijk voor een selectiecommissie, anderzijds is het absoluut geen garantie op succes. Het dwingt de atleten tijdens het jaar van de waarheid zeer vroeg te pieken, of, indien het te lopen minimum uitblijft, te blijven pushen op training en op wedstrijd om de selectienorm alsnog te halen. Neem nu Kristof Beyens. Op de Nacht in Heusden liep hij 2 hondersten boven de limiettijd, onvoldoende en niet opgevist. Als "gunst" kreeg hij wel een week uitstel om het minimum toch nog te halen De volgende week, vlak voor het E.K. ondernam hij dan maar een nieuwe poging. In Engeland lukte het dan, in uiterst gunstige omstandigheden. Was Beyens toen beter dan tijdens de Nacht? Waarschijnlijk niet, maar in plaats van rustig op te bouwen naar het E.K. was hij gedwongen, nog maar eens, diep te gaan tijdens een meeting. Het was nota bene al zijn zesde meeting in drie weken. Is dat een ideale voorbereiding? Vergeet het. Tijden zeggen ook niet alles. Soms worden minima gelopen tijdens wedstrijden waarvan het verloop volledig verschillend is dan dat van topcompetitie. Een toptijd halen in een fond of halve fond wedstrijd met gelijkmatig tempo is veel gemakkelijker dan een toptijd te halen tijdens een wedstrijd met ritmeveranderingen. Dit laatste is meestal de gang van zaken tijdens een E.K., W.K. of O.S. Hoe moet het dan wel? Kijk, ofwel geloof je in atleten, ofwel geloof je er niet in. Ofwel twijfel je aan het talent van iemand, ofwel twijfel je er niet aan. Maar als je in een atleet gelooft, geef hem of haar dan krediet over een aantal jaren, bijvoorbeeld van het ene kampioenschap naar het volgende, zonder altijd opnieuw terug te vallen op het (veilige) systeem van selectiecriteria. Selecties zouden moeten gebaseerd zijn op prestaties, maar zeker en vooral ook op het oordeel van mensen die het kunnen weten, zoals trainers met ervaring. Geef die atleten een topbegeleiding, dwing hen mee te doen aan de grootste competities, aan de kampioenschappen. Daar, en alleen daar leren ze het vak. Zijn we vergeten dat Kim Gevaert niet eens mocht meedoen in Sydney? Ze had wel het talent, maar ze haalde niet de gevraagde norm. De resultaatverbintenissen voor de BLOSO-statuten zijn nog zo'n verhaal. Atleten, zelfs heel jonge en getalenteerde, moeten, enkele jaren vóór de Olympische Spelen al, de normen halen die vooropgesteld zijn om naar die Spelen te gaan. Indien ze die niet halen, worden ze niet meer gesteund om enkele jaren later die normen te kunnen halen. Moeilijk? Maar goed, dit heeft allemaal te maken met een VISIE. En een visie is natuurlijk veel moeilijker dan het opstellen van selectiecriteria. Er zou ECHT iets moeten veranderen.

dinsdag, augustus 08, 2006

meer dan 100%

Gisteren hadden Sven Nys en ikzelf een vergadering met bondscoach Rudy De Bie. Samen namen we de mountain-bikeplanning van Sven door. Het debacle van het Europese kampioenschap heeft niks veranderd. Op 9 september neemt Sven deel aan een wereldbekerwedstrijd in Oostenrijk, en mogelijk later nog aan een kleinere wedstrijd. Voor volgend jaar zijn er dan, naast het Belgische, het Europese en het wereldkampioenschap nog drie wereldbekerwedstrijden gepland. Dan zal duidelijk worden of Sven de selectienormen heeft gehaald, en of hij met enige gewettigde ambitie richting Peking kan en mag vertrekken. Het (broodnodige) vertrouwen is alleszins nog ongeschonden, zeker van onze kant uit. Na een weekje recuperatie begon gisteren ook de ultieme voorbereiding op het veldritseizoen, voorlopig nog altijd het hoofdobjectief van Sven. Om alle waarden nog eens op punt te zetten begonnen we met een melkzuurtest. Even checken hoe het, na een zwaar “voorseizoen” met enkele rittenwedstrijden, gesteld was met de uithoudingsgrens, het maximale prestatievermogen, de maximale hartslag en het maximale melkzuurgehalte. Ik zag dat het goed zat, meer dan goed. Nooit voorheen trapte Sven een hoger wattage, en ook voor alle andere waarden scoorde hij van zeer goed tot uitstekend. Vandaag trainde hij dan in totaal vijf uur: een fietstraining (rustig) van 4 u en 30 min, gevolgd door een ontspannen duurloop van 30 min. Morgen staat er een bostraining met als doel het verhogen van de explosiviteit op het programma, en nadien volgt dan nog een souplessetraining van 2 u. Sven leeft voor meer dan 100 procent voor zijn vak. Ik denk dat hij er begin oktober weer zal staan…

maandag, augustus 07, 2006

Brief aan Ivan Sonck

Beste Ivan, ik ken je al heel wat jaren, hoewel onze contacten in de meeste gevallen eerder sporadisch te noemen zijn. Ik ken je als een rechtlijnig journalist, een kenner die geen blad voor de mond neemt. Vooral aangaande de dopingproblematiek vertoon je een bewonderenswaardige rechtlijnigheid, nooit bang om namen te noemen. Ik veronderstel dat de gebeurtenissen van de laatste weken minstens een aanzet gegeven hebben tot een glimlach op je gelaat. Toch vermoed ik dat een victorieuze "zie je nu wel" is er niet bij geweest, overtuigd als je al jaren was van je grote gelijk. Tot daar mijn meegaandheid. Meer problemen heb ik (maar wie ben ik?) met een andere, onwrikbare en halsstarrige houding. Morgen loopt Kim Gevaert haar eerste wedstrijd op het E.K.. Ik vermoed dat ten huize Sonck de messen al geslepen worden, voor zover ze niet al vlijmscherp en goed geölied klaar liggen. Of wordt het deze keer een heuse hakbijl? Als Kim niet wint wordt het wel al te gemakkelijk en dan zullen enkele giftige pennentrekken volstaan om enkel nog puin achter te laten. Als Kim wel wint volstaat blij graaien in de grabbelton van een aantal dooddoeners om hetzelfde resultaat te bereiken. Om toch maar niks te vergeten help ik je even: de Europese landen stellen op atletiekgebied weinig of niks voor; Christine Arron en Ivet Lalova zijn er niet bij, om maar te zwijgen van de geschorste Europees kampioene Thanou; de tijdopname, de meting van de windsnelheid en de fotofinish kunnen het laten afweten... Je kunt het zo gek niet bedenken. Ik ben zeker dat je nog wel één of ander nieuw argument achter de hand houdt, mocht het echt mislopen en Gevaert alle verwachtingen zou inlossen. Maar misschien ben ik fout. Misschien is de hetze tegen Kim niet ingegeven door extra-sportieve redenen. Misschien komt op een bepaald ogenblik de échte kenner boven, die beseft dat een tijd van 11.10 en 11.04, zuiver voorbereid en gelopen, echte topklasse is; dat Kim tijdens de voorbije vier jaar nooit heeft ontgoocheld op een groot internationaal kampioenschap; dat een zilveren en een bronzen medaille op een wereldkampioenschap indoor, twee gouden medailles op een Europees kampioenschap indoor, twee zilveren medailles op een Europees kampioenschap outdoor en twee finaleplaatsen op de Olympische Spelen echt iets betekenen. Kortom, dat Kim véél meer respect verdient dan ze tot nog toe van jou heeft gekregen.

zondag, augustus 06, 2006

Trainen voor de Ironman

Ik heb wel eens te maken met mensen die eerder sceptisch staan tegenover de comeback van Luc. Eigenlijk kan ik het hen niet kwalijk nemen. Luc is tijdens de voorbije jaren al te ver weggedeemsterd. Laat wel één zaak duidelijk zijn: Luc werkt als een bezetene om terug daar te staan waar hij thuishoort. Ter illustratie zijn training van de laatste twee dagen. Zwemtrainig zaterdag (tempotraining): de kern van de training (totaal 4000 m) was 100-200-300-400-500-600 meter aan hoog tempo zwemmen. Luc zwom tussen de 1'11" en 1'09"/100m Looptraining zaterdag (tempotraining): 1. 3000m inlopen op Finse piste 2. 3000m in 3'25"/km, gevolgd door 400m jog 3. 2000m in 3'18"/km, gevolgd door 400m jog 4. 4x1000m in 3'12"/km, telkens gevolgd door 400m jog 5. 3000m uitlopen op Finse piste. Totaal: 17 km. Fietstraining zondag (duurtraining): 180km individueel, gemiddelde snelheid 34 km/u, + 100 omw./minuut, gemiddelde hartslag 115. Weektotaal: Zwem: 22km. Fiets: 510km. Loop: 65 km. Naast Luc heb ik nog zo'n trainingsbeest met het oog op de Ironman in Hawaii. Marc Herremans. Voor hem telt dit jaar maar één plaats. Hiervoor wil hij diep gaan, nog maar eens. Trainingen van 4 tot 6 uur op de rollen, haast onmenselijk, zijn niet uitzonderlijk, en zeker niet te veel gevraagd. Het zal echter niet gemakkelijk zijn. Carlos Moleda stuurde me een email waarin hij me liet weten dat de winnaar van de kwalificatiewedtrijd in Texas wel eens roet in het eten van Marc zou kunnen strooien. Een beresterke zwemmer, en ook een zeer sterke biker. Hij heeft bovendien ook een onmis-kenbaar "voordeel" ten opzicht van Marc. Hij heeft een been-amputatie. Hierdoor beschikt hij over heel wat meer werkzame spieren dan Marc. Toen ik Marc hiervan op de hoogte bracht, zei hij: "So what? Dan gaan we nog wat harder trainen..."

zaterdag, augustus 05, 2006

Lente en herfst

Vanmorgen heb ik training gegeven aan Peter Croes en Luc Van Lierde. Omstreeks 7.30 u was een zware zwemtraining gepland, gevolgd door een “pittige” looptraining op de piste. Marc Herremans had er ook moeten bij zijn, maar hij moest forfait geven wegens ziekte. Peter doet het, na een moeizame seizoensstart, op dit ogenblik zeer goed. Na zijn laatste twee wedstrijden staat hij tiende op de Olympische lijst van de International Triathlon Union. Deze lijst wordt opgemaakt op basis van de resultaten op de wereldbekerwedstrijden sinds mei van dit jaar. Een plaats bij de eerste vijftig geeft vanwege de ITU automatisch startrecht voor de Olympische Spelen. Peter moet echter ook nog voldoen aan de criteria van het B.O.I.C. Die zijn een stuk zwaarder, maar zeker niet onhaalbaar. Ondanks de striemende en weinig contructieve kritiek van Kathleen Smet, de technisch directeur van de Vlaamse triathlon federatie (“Peter’s zwemtrainingen zijn een ramp, en hij zou beter van zwemtrainer veranderen”), zwom hij vandaag als een speer. Trouwens, vorige week nog kwam hij in Engeland met de allerbeste zwemmers uit het water. De looptraining verliep iets moeizamer. De vermoeide benen wilden niet echt mee, en daarom pasten we deze training aan. Luc Van Lierde hervindt meer en meer zijn tweede jeugd. Week na week zie ik hem groeien. Hij zwemt en loopt weer zoals in zijn best jaren, en naar eigen zeggen fietste hij op training nooit beter dan nu. Deze week zal hij uitkomen op meer dan 20 km zwemmen, 65 km lopen en 500 km fietsen, ondanks regen en wind. Peter en Luc, een beetje zoals lente en herfst. In de lente zijn er wel eens voorjaarsbuien, maar de zomer komt er hoe dan ook aan. De herfst loopt dan weer onvermijdelijk over in de winter, maar ik hoop dat Luc nog gaat zorgen voor een aantal prachtige nazomerdagen.

Over de landgrenzen

Er bestaat voor de Europese zwem-kampioen-schappen maar een heel matige interesse bij de Vlaamse media. Deels terecht. De Belgische zwemmers bakken er, nog maar eens, heel weinig van. Hoe dit komt? Te weinig vijftigmeterbaden, gebrek aan talent , te veel ongeschoolde zwemtrainers en dus verkeerde trainingsmethoden. Te weinig visie ook. De volgende wedstrijd is steeds de belangrijkste, altijd opnieuw moet van de toptijden iets afgepitst worden. Ondanks de relatieve gloriejaren met Becue, Deburghgraeve en Lempereur was het vroeger niet echt beter. In het begin van de jaren negentig was ik eens op stage in Lanzarote met mijn triatleten. Ik zag er iedere dag een (top?)trainer aan het werk met zijn ongeveer dertigkoppige selectie. Allemaal dezelfde training, allemaal even hard. Toen ik hem vroeg waarom iedereen hetzelfde zware programma moest volgen, en of hij geen rekening hield met de individuele mogelijkheden en tekorten zoals basisconditie, vermoeidheid en overtraindheid, zei hij mij letterlijk: “Ik train keihard met die gasten. En als er ook maar één ervan goed presteert, dan heb ik goed gewerkt.” Sindsdien heb ik zo mijn bedenkingen bij de gang van zaken in de zwemwereld. Ik heb overigens de indruk dat deze methode gangbaar is bij te veel zwemclubs. Survival of the fittest, heet dat. Soms is het lang zoeken naar de fittest. Zolang niet iedere zwemmer individueel benaderd wordt, wordt het niks! Brigitte Becue sloeg de nagel op de kop, toen ze haar bedenkingen formuleerde bij de aanstelling van een toptrainer Zij vond het veel belangrijker dat er eerst werk zou gemaakt worden van de opleiding van de trainers in de clubs. De toptrainer kan immers maar werken met het materiaal dat hij in handen krijgt. Anderzijds is het gebrek aan aandacht van de media voor het Europese kampioenschap jammer, misschien wel onterecht. Ik kijk wel eens naar de zwemwedstrijden op dit kampioenschap. Heerlijke sport van de bovenste plank. Vorige woensdag nog was ik getuige van de 200 meter vrije slag bij de mannen. Ik zag de Pieter van den Hooghenband aan het werk, krachtig, majestueus uitzwemmend voor de concurrentie. Met nog 50 meter te gaan lag hij nog voor op het wereldrecord, tot hij verzwakte, te veel om een nieuw rekord te vestigen. Maar toch, nog maar eens een nieuwe titel, de zoveelste. Enkele jaren geleden ontmoette ik Pieter bij hem thuis. Rustig, joviaal, fris ogend, freler dan op televisie. Een gewone jongen, zonder capsones. Misschien zou de televisie bij ons meer aandacht moeten besteden aan dergelijke kampioenen. Het is alleen jammer dat we hiervoor over de landgrenzen moeten.

vrijdag, augustus 04, 2006

Hypocrisie

Blijkbaar heeft mijn blog over de "bananen-republiek" voor een extra golfje gezorgd in een overigens al vrij woelige zee. Zowel "De Morgen" als "Het Nieuwsblad" hebben één en ander opgepikt, en de reacties die ik kreeg via en buiten mijn blog logen er niet om. Het is nu goed geweest. Ik hoop wel dat mijn schrijfsels de heren aan de top scherp houden, alert in al hun beslissingen. Ik hoop dat ik, zoals in het schitterende lied van Bram Vermeulen, nu en dan een steen kan verleggen in een rivier op aarde. Wie ook dacht een steen te verleggen is ex-wielerjournalist Luc Van Loon. Jaren na datum getuigt hij in "Het laatste Nieuws" over het dopinggebruik in het peloton. Van Loon is "de hypocrisie beu". Wild schopt hij om zich heen, tackelend met de twee voeten vooruit, de stuts gericht naar de meest kwetsbare en pijnlijke lichaamsdelen van renners (o.a. Eddy Merckx) uit wiens hand hij jarenlang at, bedelend om een artikeltje voor zijn krant. Van Loon slaat de bal helemaal mis. Hij had TOEN moeten getuigen, als hij tenminste ballen aan zijn lijf had. TOEN had hij de hypocrisie aan de kaak moeten stellen, TOEN had hij gedegouteerd moeten zijn, en vooral een andere job moeten zoeken. Maar dat kon natuurlijk niet. Hij moest toen, toen hij nog geen EX-wielerjournalist was, zijn job veilig stellen. Het enige dat ik onthoud is dat hij schaamteloos en respectloos misbruik heeft gemaakt van het vertrouwen van een aantal mensen. Sommige dingen doe je niet, als je ook maar een greintje beroepsethiek door je aderen hebt stromen. De steen van Van Loon is een flinterdun keitje, een schilfertje dat meedwarrelt bij de minste rimpeling op het water. Misschien is er nog wel een goede kant aan zijn verhaal. Er bestaat in de opleiding journalistiek een vak ethiek. Dergelijke verhaaltjes komen voor de docenten als een geschenk uit de hemel. Over hoe het niet moet, niet mag, niet kan...

woensdag, augustus 02, 2006

Talent

  • Dinsdag 18 juli: 6 u training met beklimming van de Tourmalet, Col d'Aspin (2x) en Plat d'Adet.
  • Woensdag 19 juli: 4 u training met beklimming van Hautacam
  • Donderdag 20 juli: 5 u training met beklimming Soulor en Hautacam
  • Vrijdag 21 juli: 1 u losrijden
  • Zaterdag 22 juli: 5 u training met beklimming Tourmalet en Luz Ardiden
  • Zondag 23 juli: 6 u training met beklimming Superbagnères, Peyresourde, Aspin en Tourmalet

Plant Lance Armstrong een come-back? Reed Alexander Vinokourov in de Pyreneeën alle frustraties uit zijn lijf? Niks van dat alles. Dit is het trainingsprogramma dat tweedejaarsbelofte Pieter Jacobs afwerkte tijdens een stageweek in het hooggebergte. Pieter, stil, rustig, maar niet minder gedreven en ambiteus, zoekt de zwaarste confrontaties op, op training en in wedstrijden. Tijdens de voorbije jaar zette hij in de Giro delle Regioni en in de Ronde van Navarra zijn voet al naast de allerbeste amateurs. Klasse te koop, maar toch nog met een hele weg te gaan. Ik hoop voor Pieter dat de zaak Landis geen losse flodder zal zijn in een zwerm gedopeerde duiven. Ik hoop dat de zuivering in het peloton doorgaat, en dat over enige tijd renners nog enkel zullen afgerekend worden op talent en trainingsarbeid. Ik zeg het jullie, we hebben dan weer een echte topper.

dinsdag, augustus 01, 2006

De oplossing

Hoe kan het dopingmonster gestopt worden? Niemand vindt (vond) op dit ogenblik een pasklaar antwoord. De betrapte sporters, aangevoerd door Landis en Gatlin, ontkennen natuurlijk in alle toonaarden. Lance Armstrong, niet gehinderd door kennis van Landis’ dossier, neemt zonder meer onmiddellijk de verdediging van zijn landgenoot op zich, ondanks de klare taal van de UCI wat betreft het resultaat van het dopingonderzoek. Hij werd toch ook, weeral onterecht natuurlijk, in verband gebracht met het gebruik van epo. De sportbestuurders spelen de vermoorde onschuld, en al te veel worden de betrapte renners afgedaan als geïsoleerde gevallen, verwaarloosbaar in de totaliteit van het peloton. Mooi toch hoe de maskers vallen. En zie, plots komt DE oplossing vanuit Duitsland overgewaaid. De grote Duitse TV-zenders dreigen met de afbouw van de rechtstreekse wieleruitzendingen. Wat rest van de Ronde van Frankrijk, van de andere grote ronden, de klassiekers, de grote atletiek-, tennis- en voetbaltoernooien zonder media-aandacht? Niks, drie keer niks. Geen kat (lees sponsor) zou nog geïnteresseerd zijn om nog één schamele eurocent in een niet gemediatiseerd event te investeren. De geldkraan zou met onmiddellijke ingang toegedraaid worden. Wedden dat dit een gigantische impact zou hebben op organisatoren, ploegverantwoordelijken, renners, atleten…Wedden dat de cleane sporters alles in het werk zouden stellen om broodroof door een stel bedriegers te verhinderen? Wedden dat dopinggebruik niet meer stilzwijgend zou geduld worden in het peloton? Als in plaats van de protourploegen, de media nu eens een charter ondertekenen, waarin ze stellen dat ze zich enkel nog focussen op een cleane sport, en dat ze afhaken bij het minste bedrog. Zouden ze dit aandurven?