maandag, juli 03, 2006

Uit het goede hout gesneden

"Denk je dat je een top-drie plaats kunt behalen?" vroeg ik de dag vóór de triatlon in Antwerpen aan Steffen Liebetrau. Steffen was tijdens de laatste drie edities van de Ironman in Lanzarote telkens tweede. Langzaam maar zeker bouwt hij aan zijn weg naar de top. "Natuurlijk", antwoordde hij. "Of dacht je misschien dat ik bijna 800 km ver rijd om zomaar een figurantenrol te komen vervullen?" "Tevreden met je resultaat?", vroeg ik aan de Australiër Richie Cunningham, toen hij lang uitgezakt op een stoel probeerde te herstellen na zijn overigens mooie vijfde plaats. Hij bekeek me koel, bijna misprijzend. Mijn vraag en zijn zienswijze wezen duidelijk in een verschillende richting. "Tevreden? Met een vijfde plaats? Man toch, zelfs als ik tweede was geworden, dan nog was ik niet tevreden geweest. Er is dan nog altijd één plaats die beter is, nu zijn het er vier. Hoe kan ik dan in godsnaam tevreden zijn?" "Een achtste plaats is toch niet zo slecht. De tegenstand was echt wel sterk vandaag." Dat zei ik tegen Spencer Smith, voormalig Europees en wereldkampioen. "Komaan, Paul, hou op. De dag dat ik hiermee tevreden ben kan ik beter stoppen met triatlon. Ik zou me echt aanstellen als een idioot. Ik crashte gewoon tijdens het fietsen, en er kwam absoluut geen herstel tijdens het lopen. Jammer, maar dit is echt niet goed. Ik heb trouwens nog moeten knokken voor die achtste plaats. Ik ben erg ontgoocheld. Ik wou beter doen, veel beter dan dit!" Spencer keek me aan, met die donkere, haast dreigende ogen in die karakteristieke kop van hem. Robuust, net weggeplukt uit een middeleeuws ridderepos, misschien iets te zwaar gebouwd om te schitteren op de lange afstanden. Het evenbeeld van zijn vader, Bill Smith, zijn coach, manager, vriend ook. Onafscheidelijk waren ze, tot hij enkele jaren geleden plots, veel te vroeg, overleed. Een tweede klap kreeg Spencer vorig jaar, ergens in mei. Hij werd aangereden door een wagen, die bovendien ook nog kantelde en boven op hem terecht kwam. Spencer was er erg aan toe. Inwendige bloedingen, gebroken voet, scheenbeen, ribben, sleutelbeen en schouder. Even werd gevreesd voor zijn leven. In november begon hij terug voorzichtig te trainen, gedeukt, maar niet gebroken. Zijn imposant koetswerk had hem gered. In maart werd hij derde in de halve triatlon van Californië, in april tweede in de Ironman van Arizona. Een mirakel, gevolg van een onverzettelijk karakter en een groot strijdershart. Maar ondanks alles, niet tevreden. Gebeten om tijdens de volgende wedstrijd beter te doen, zich nooit verschuilend achter het verschrikkelijke ongeval van vorig jaar. Steffen, Richie en vooral Spencer. Ze wonnen niet, maar ze zijn uit het echte kampioenenhout gesneden. Ik ben vooral blij dat ze er bij waren. Mannen als zij maken de Marc Herremans Classic groot.

2 Comments:

At 7/04/2006 09:43:00 a.m., Anonymous marc said...

Paul, ik vind het echt heel boeiend om je stukjes over topsport te lezen. Het komt goed uit de verf dat je naast een heel sterk lichaam meer nog over een onverzettelijk karakter moet bezitten om een echte kampioen te worden. Ben ik verkeerd als ik denk dat daar het verschil ligt tussen Clijsters en Henin? Waarmee ik zeker niet wil zeggen dat Kim geen kampioene is. Maar mij lijkt het dat zij die onverszettelijkheid ontbeert. Groet. marc.

 
At 11/29/2006 11:59:00 p.m., Anonymous Anoniem said...

You have an outstanding good and well structured site. I enjoyed browsing through it
» »

 

Een reactie plaatsen

Links to this post:

Een link maken

<< Home