maandag, juli 31, 2006

Gemengde gevoelens

Sven bakte er gisteren niks van tijdens het Europese kampioen-schap mountain-bike in Italië. Hij voelde zich nochtans goed, vóór de wedstrijd. Wel maakte hij zich zorgen over de broeierige warmte. Terecht. Sven is een winter-, een regen-, een ijs- en een modderman. We hadden er nochtans alles aan gedaan om krampen en overdreven vochtverlies te voorkomen. Dagelijks een aanvullend supplement magnesium, extra aanvullen van de mineralen de dag voor de wedstrijd, minder opwarmen om vooraf vochtverlies te beperken, het lichaam koelen met ijs vóór de wedstrijd, prehydratatie, bijzonder veel aandacht voor vochtopname en koeling tijdens de wedstrijd. Het mocht allemaal niet baten. Vierentachtigste startplaats in het vertrek, en van bij de eerste trap volkomen machteloos om voldoende tegenstanders te remonteren. Geen moment in de wedstrijd dus, zonder twijfel al vooraf geveld door de loden hitte. Het zij zo. Als coach kan je dan alleen maar kalmte en rust brengen, en vooral niet overgaan tot overhaaste conclusies. Zeker niet meekletsen met coach De Bie die al onmiddellijk stelt dat Sven eens goed moet nadenken, dat het ook in Peking warm zal zijn, dat hij in het veld de koning is, en hier maar één van de deelnemers. Vreemd toch, en vooral fout. In zijn heel beperkte mountainbikecarrière werd Sven al Belgisch kampioen en werd hij ook al twaalfde op het Europese kampioenschap, zonder enige specifieke voorbereiding. Iedereen die iets afkent van wielrennen weet dat bij Sven het potentieel wel degelijk aanwezig is, en dat dit potentieel bovendien veel te groot is om nu al de handdoek te werpen. Natuurlijk moet er nagedacht worden, maar constructief. Als coach en atleet moet je kunnen leven met winst, maar ook met verlies. We hebben nog wel wat tijd. Maar, zoals ik al stelde, alleen rust, kalmte en een constructieve zoektocht naar oplossingen zijn hier op hun plaats. Het tij kan trouwens snel keren. Kijk maar naar de resultaten van Peter Croes in de wereldbekerwedstrijden triatlon. Vorige week zesde in Canada, nu twaalfde in Engeland, amper een dikke minuut van de winnaar, en vóór een aantal grootheden in hun discipline. Geen drie leeftijdsgenoten doen beter in het wereldbekercircuit. Na enkele rotwedstrijden, weer helemaal op schema dus voor Peking. Het zou jammer zijn mochten we na de twee slechte wedstrijden vooraf al de handdoek hebben gegooid. Of niet soms?

zaterdag, juli 29, 2006

Bananenrepubliek

Vorig jaar in september maakten Minister Anciaux en Topsportmanager Van Aken het resultaat bekend van de evaluatie van de Vlaamse sportfederaties. Hun verslag was duidelijk: ,,Op een aantal punten is het nog erger gesteld met ons topsportklimaat dan ik had verwacht'', zegt de minister van Sport, Bert Anciaux (Spirit). De sportfederaties wil hij de duimschroeven aanleggen. (….) Ik zal er zeker strenger op toezien dat het geld dat naar de topsportwerking van de federaties gaat, efficiënt besteed wordt'', verwittigt Anciaux. Wat bij welke sportfederaties precies schort, wil hij (nog) niet kwijt. De analyse van de ,,slechte toestand'' bleef dan ook vrij vaag.” (De Standaard 06/09/05) “De minister maakte bekend dat zeven atleten van Atletiek Vlaanderen geen contract meer krijgen. Bij Atletiek Vlaanderen hadden zeventien atleten zo'n statuut. Na een evaluatie komt daar nu verandering in. "Het is echter duidelijk dat niet iedereen van die zeventien ook het potentieel heeft om nog verder door te groeien tot een volwaardig competitief internationaal niveau", klonk het. De slachtoffers van de hakbijl zijn Veerle Dejaeghere, … “ (De Morgen 06/09/05). Een samenvatting van bovenstaande tekst luidt: 1. Te oud, eruit (zie Dejaeghere) 2. De budgetten moeten optimaal benut worden. De resultaatverbintenissen die in de contracten van de BLOSO-atleten zijn opgenomen zijn bovendien zeer streng. Te streng of niet, ik laat dat voorlopig nog in het midden. Enkele voorbeelden: Joeri Janssen moet drie maal onder 3’35” lopen op de 1500m, Peter Croes moet (moest) als 22-jarige nu al top-8 lopen op het E.K. triatlon, Kim Gevaert moet op de volgende O.S. twee maal een finale halen, en voor zover ik weet zelfs een medaille op de 200 m. Ondertussen lekt uit dat Gerrit Schellens, een bijna 40-jarige triatleet met een overigens schitterend palmares, onder impuls van de topsportmanager himself gedropt wordt op de administratie van Atletiek Vlaanderen. Tot nogtoe heeft hij daar geen poot binnengezet, wel werd het loon keurig gestort op zijn bankrekening. Ik begrijp hier niks van. Waar zit bij een 40-jarige atleet “het potentieel om nog verder door te groeien tot een volwaardig competitief niveau”? Wat heeft triatlon met de budgetten van atletiek Vlaanderen te maken? Is het dat wat de minister bedoelt met “Ik zal er zeker strenger op toezien dat het geld dat naar de topsportwerking van de federaties gaat, efficiënt besteed wordt''? Ik dacht ook dat de budgetten in hoofdzaak moesten gericht worden op de Olympische disciplines, dat de topsportmanager in eerste instantie was aangetrokken om ons land meer Olympische medailles te bezorgen. Kan iemand mij aanduiden waar ik triatlon over de volledige afstand kan terugvinden op het Olympische programma en hoeveel kans Gerrit Schellens maakt om ons land te gaan vertegenwoordigen op de O.S. (zoek niet achter het antwoord. Die kans is 0,000%) ? Kortom, het gaat hier simpelweg om een verdoken profcontract dat helemaal indruist tegen de vooropgestelde visie en dit binnen een federatie waar een aantal atleten die het helemaal niet slecht deden zonder boe of ba aan de deur werden gezet. En dat heeft alles te maken met met het feit dat de topsportexpert vorig jaar nog technisch directeur was van de Vlaamse Triatlonfederatie. Na de Sinterklaasactie in de tennis, is het nu de beurt aan de triatlon. Versta me niet verkeerd. Ik heb enorm respect voor Gerrit Schellens, en zijn prestaties zijn om U tegen te zeggen. Hij is op dit ogenblik onze beste atleet op de lange afstand. En hij mag voor mij best gesteund worden, maar dan op een reguliere manier, en niet zoals dat in de eerste de beste bananenrepubliek gebeurt. Er is niks veranderd, en er zal ook niks veranderen. Stommerikken!

donderdag, juli 27, 2006

Hoop

Een uurtje na Landi's raid kreeg ik een journalist van Het Nieuwsblad aan de lijn met de vraag of ik een verklaring kon geven voor de miraculeuze wederopstanding van betrokken renner. Daar sta je dan. Je weet heel goed dat het niet kan, niet op een normale manier. Nu niet, gisteren niet, morgen niet. Maar dat kan, mag je niet zeggen. Je hoedt je voor loze verdachtmakingen, voor wat voor valse beschuldigingen zou kunnen doorgaan. Je denkt in een flits aan tien jaar geleden, toen je, jong(er) en onervaren, nogal straight je idee gaf over de dopingsproblematiek. Emmers str... over mijn nek was het gevolg. Je denkt dus even na, wikt je woorden, kauwt erop en als je tijd hebt herkauw je ze nog even. Je giet je woorden in een plausibel verhaal over dehydratatie, baxters en nog wat fraais. Enkele dagen later sta je daar dan weer. IJskoud bij de fluit gepakt door Floyd. Eén troost, je bent niet alleen. Je bent één van de miljoenen. Schrale troost toch. Zeg ik vanaf nu waar het echt op staat? Natuurlijk weet ik waarom er zo'n grote oren meerijden in het peloton. Natuurlijk weet ik waarom heel wat voeten nog groeien als de herfst in de voetengroei al lang is ingetreden. Natuurlijk weet ik dat miraculeuze opstandingen na twee weken zware rittenwedstrijden met heel iets anders te maken hebben dan met een combinatie van koolhydraten en eiwitten. Natuurlijk weet ik dat bloeddoping al veel langer bestaat. Natuurlijk ken ik namen van renners die nog op de lijst staan van Fuentes. Natuurlijk weet ik dat mensen uit het wielermilieu die Landis' geval afdoen als een geïsoleerd geval beter weten, dat ze zelfs bewust liegen dat ze zwart zien. Natuurlijk was het me al lang duidelijk waarom Jan Ulrich altijd de verdediging van Armstrong bleef opnemen, als deze beschuldigd werd van doping, waarom Leipheimer niet van de toren is beginnen blazen toen bleek dat heel het zootje renners dat vorig jaar voor hem eindigde in de Tour de kluit van a tot z had belazerd. Natuurlijk weet ik dat renners nooit geleerd hebben te leren uit de fouten uit het verleden, en dat ook nooit zullen doen. En toch zal ik niet echt wild om me heen beginnen te schoppen. Waarom? Omdat ik ook weet dat er ook eerlijke renners zijn, dat sommigen grote prestaties hebben geleverd en nog leveren, gewoonweg clean. Zij verdienen het niet om over één kam geschoren te worden met het hele zootje bedriegers. Zij verdienen wel respect, en zij houden een sprankeltje hoop levendig. En zolang er hoop is....

Donkere wolken

Landis, Pereiro, Klöden, Sastre, Evans, Menchov, Dessel, Moreau, Zubeldia, Rogers. Minstens (lees dus "minstens") één van hen heeft gesjoemeld in de Tour. Een antidopingstest van één van de top-10 renners zou volgens de UCI een "abnormaal resultaat" hebben opgeleverd. Bovendien weet ik uit zeer goed ingelichte bron dan één van deze hoger vernoemde renners ook op de lijst van Fuentes staat. Als die renner niet dezelfde is als de nu geviseerde, dan hebben minstens twee renners van de top-10 boter op het haar. "Minstens" twee dus. Minstens. Laat ons hopen dat het niet Landis is. Het bestaansrecht van de Tour zou misschien wel eens in het gedrang kunnen komen. Men kan de kluit toch niet blijven belazeren, of toch? Hoewel, geruchten beginnen meer en meer in de richting van Floyd te wijzen. Plotse afzeggingen voor enkele criteriums waar onwaarschijnlijk veel poen te rapen valt worden door sommigen geïnterpreteerd als een veeg teken. Ik kan me ook voorstellen dat dit voor Phonak de doodsteek zou kunnen betekenen, na eerdere dopinghistories met o.a. Camenzind en Hamilton. Laat ons voor de wielersport ook maar hopen dat het Klöden en Rogers niet zijn. Ik vrees dat T-Mobile, na de roemloze en vooral pijnlijke afgang van der Jan en zeker nu ook Eddy Mazzoleni genoemd wordt in een dopingnetwerk, niet veel meer kan slikken. Van Rabobank weet ik dat ook zij enorm gesteld zijn op een clean imago. Mocht het Evans zijn, dan zou de link tussen het slikken van Davitamon-vitamines en goed presteren (mocht die er al zijn) meteen getorpedeerd zijn. Of Marc Coucke dan nog veel geld zou willen spenderen aan de wielersport blijft voorlopig een onbeantwoorde vraag. AG2R dan met Dessel en Moreau. We weten ondertussen hoe de Franse media met dopingzondaars, of would-be zondaars omgaan. Nietwaar, Lance? Hoe het Spaanse Balearenteam van Pereiro (één van de twee hoofdsponsors is een bank) en het Euskaltelteam zullen reageren is een beetje een vraagteken. Zij zijn in Spanje ondertussen al het één en het ander gewoon. Ik zie donkere wolken hangen boven de wielersport, en ik vrees nu echt wel dat er volgend jaar in het wielrennen heel wat minder geld zal omgaan. Wiens fout, denk je?

woensdag, juli 26, 2006

Pasta met zalm en scampi's

Deze morgen om half acht was ik in het zwembad van Herentals met twee atleten die de ambitie hebben om de Ironman van Hawaii te winnen. Marc Herremans voor de eerste keer, voor Luc Van Lierde zou het een hattrick betekenen. Ik weet dat de eerste betere kaarten in handen heeft dan de tweede om deze ambitie waar te maken, maar ondanks het meewarig schouderophalen van een aantal "kenners" blijf ik tot nader orde geloven in de kansen van deze laatste. Luc zit, na een bijzonder moeilijke periode die veel te lang heeft aangesleept, terug op de rails. Hij maalt niet om een ritje van Brugge naar de Kempen, hij traint zoals het hoort, hij komt alle trainingsafspraken na, en wat misschien nog het belangrijkst is, hij begint stilaan zelf te geloven in zijn kansen.
Na de zwemtraining vertrok Marc naar huis omwille van een eerder gemaakte afspraak. Voor Luc volgde een melkzuurtest op de atletiekpiste, 4 x 2000 meter. Het was al broeiheet deze voormiddag. Luc zag af, en al na de tweede 2000 meter snakte zijn oververhitte lichaam naar afkoeling. Hij ging door, tot tegen de limiet van zijn mogelijkheden. In totaal liep Luc 15 kilometer. Ik zag dat het goed was, perfect op het vooropgestelde schema.
Na een lichte lunch (pasta met zalm, scampi's en tomaatjes, bereid door de beste kokkin van de Boskant in Lichtaart) volgde dan een derde training. Zestig kilometer fietsen stond op het schema, met als specificatie "losrijden". Ik besloot mee te rijden. Losrijden met Luc moest nog wel lukken.
Al na één kilometer, en niks te vroeg, leek het me aangewezen om achter Luc te gaan rijden, afhankelijk van de windrichting nu eens links, dan weer rechts van zijn achterwiel. Met een klein verzetje maalde hij de kilometers af, op de rechte stukken continu cruisend tussen de 36 en de 40 km/u. Relax lag hij op zijn tijdritstuur, de romp bewegingsloos, de drooggetrainde dooraderde benen soepel ronddraaiend aan meer dan 100 omwentelingen per minuut. Na 1 u en 36 minuten stonden we terug aan mijn voordeur. 58 kilometer met een gemiddelde van 36 km/u. Gemiddelde hartslag bij Luc: 120 slagen/min. Pasta met zalm en scampi's voor de start van de Ironman. Misschien nog niet zo'n slecht idee.

dinsdag, juli 25, 2006

Enkele procentjes maken het verschil

Als ik de krant mag geloven - en wie ben ik om de woorden van De Standaard in twijfel te trekken - stopte Eldrick Woods voor het eerst een putter in de handen van zijn zoon Tiger toen die net 10 maanden oud was. Toen Tiger vier was werd hij lid van de plaatselijke golfclub, wel pas nadat hij, met voorgift van één slag en afslag vanop de vrouwen-tee, een pro-speler had geklopt. Het lijkt ongeloofwaardig, misschien is het dat ook, maar het maakt wel duidelijk hoe het komt dat Tiger Woods in zijn sport de absolute nummer één geworden is. Hij deed er alles voor, van kleins af. In diezelfde krant zegt José De Cauwer waar het schoentje knelt bij onze wielrenners, waarom zij ieder jaar opnieuw gedegradeerd worden tot zeurende meelopers in de Tour, tenminste toch wat betreft het eindklassement. "Ik ken genoeg renners die er heel veel voor doen, maar er niet genoeg voor laten. (...) De drive is groot, maar moet nog groter. Wanneer zeg je: ik kan niet meer. Reken maar dat Landis daar dwars doorheen ging op weg naar Morzine." Ondertussen haalt hij ook even uit naar onze klimmer in bange dagen. "Wij lachen om een Leffe meer of minder. Ik kan daar helemaal niet om lachen."
Ik zal er nog wat bij doen. Ik heb tijdens de wintermaanden al te veel discussies gehad met jong talent over uitgaan. Bij de Belgische renners is het zowat de gewoonte om vanaf het einde van het wedstrijdseizoen tot en met 1 januari de beest uit te hangen in het weekend. Twee keer uitgaan in het weekend, liefst tot een uur of vijf 's morgens. Moet toch kunnen. Stoom aflaten, heet dat dan. De batterijen weer opladen, en nog van die zever.
Bovendien worden onze beloftevolle jonge renners veel te vroeg om de oren geslagen met te dikke contracten van diverse topteams. Er is echt een opbod aan de gang om het jonge talent binnen te halen. Waarom zich dan nog uit de naad rijden?
Trainen, op tijd gaan slapen, voeding verzorgen, werken aan de zwakke punten, elf maanden op een jaar, misschien zelfs elf en een halve maand. Daar draait het om. Zoals José De Cauwer zegt, het zijn de procentjes die het verschil maken. Wijze man, die José.
Ach, het is niet alleen in het wielrennen dat het zo gaat. Eén van mijn eerste goede atleten was Kris Mariën, beer van een vent, ijzersterk, fanatiek op training. Hij domineerde de Belgische triatlon in het begin van de jaren negentig. Vijf maal werd hij kampioen van België, en ook in internationale wedstrijden stond hij zijn mannetje. In Kapelle o/d Bos werd hij eens tweede, net achter Normann Stadler, en vóór Thomas Hellriegel. Beiden gingen door toen Kris zijn carrière (vroegtijdig) stopte. Beiden wonnen ze ook de Ironman van Hawaii. Ook Kris kende hoogten en laagten. Er was eens een seizoen dat hij er niet veel van bakte. Wat ereplaatsen, maar verder niks. Nochtans trainde hij verschrikkelijk hard. Niks was te veel op training. Ik begreep het niet. Later kreeg ik de verklaring. "Die Mariën en zijne maat kunnen nogal zuipen" zei een cafébaas uit Mol me op een keer. Ik schrok. "'s Zaterdags, na de training, komen ze hier binnen, en dan kappen ze ongeveer 15 Hoegaerdens binnen. En ik zweer je, die mannen gaan kaarsrecht terug buiten." Vijf kilometer zwemmen, 180 kilometer zwemmen, en dan 15 Hoegaerdens bleken een slechte combinatie. Op een keer werd Kris Belgisch kampioen. Reden te over om er 's avonds eens goed in te vliegen, ondanks het feit dat er een week later weer een kampioenschap geprogrammeerd stond. In de vroege uurtjes werd hij naar huis gedragen, zich afvragend hoe hij heette, waar hij woonde en welke taal hij sprak. De volgende dag trainde hij weer, en zeven dagen later werd hij weer kampioen. Zijn carrière duurde al te kort.

zondag, juli 23, 2006

Landissyndroom

Peter Croes. Ambitieus, gebeten, een doordrijver. Niet altijd even gemakkelijk in de omgang, een beetje eigenwijs ook. Enkel tevreden met echt goede resultaten. Hard werkend, erkentelijk en getalenteerd. Vooral ook eerlijk tegenover zichzelf en anderen, zich nooit verstoppend achter goedkope excuses. Slecht is slecht, punt. Iedere coach wil wel zo'n atleet. Vandaag nam hij deel aan een wereldbekerwedstrijd triatlon in het Canadese Corner Brook. Na de mindere prestatie tijdens de wereldbekerwedstrijd in Madrid, en na het debacle tijdens het Europese kampioenschap was een top-10 plaats, ondanks een onwaarschijnlijk sterk deelnemersveld, meer dan wenselijk. Niet alleen zijn BLOSO-statuut staat immers op de helling. Ook het verlengen van een aantal sponsoringscontracten is verre van evident. Vooraf had ik samen met Peter en zijn vader de wedstrijdtactiek doorgenomen. Aangezien de loopcapaciteiten van Peter nooit tot hun recht kwamen wegens een te groot strijdershart tijdens het fietsonderdeel, en daaruit volgend nodeloos en nutteloos krachtenverlies, was de opdracht deze keer heel duidelijk: geen trap te veel tijdens het fietsen, en dan de gashendel helemaal open tijdens de afsluitende tienkilometerloop. Ik kon het verloop van de wedstrijd live volgen op internet. Na enkele kilometer fietsen was het weer prijs. Peter Croes in de aanval, samen met landgenoot Axel Zeebroeck en de Nieuwzeelandse topper Kris Gemmell. Ik vloekte binnensmonds, en ook zijn vader voelde zich machteloos, zo ver van het gebeuren. "Ik denk dat ik nu wel de handdoek gooi" , zei hij me. Hoewel, naargelang de wedstrijd vorderde, en de voorsprong opliep, begon ik te geloven in de juiste beslissing van Peter. Hij begon in derde positie aan het looponderdeel, achter de ongenaakbare Gemmell, en met ongeveer 2 minuten voorsprong op het beste wat de triatlon te bieden heeft op deze afstand. Peter hield vrij goed stand, en hij sleepte een haast miraculeuze zesde plaats uit de brand, op één minuut van de winnaar, en op amper 17 sec van de Spanjaard Rana, gewezen Europees kampioen. Een schitterend resultaat tussen de wereldtop, en plots, na een paar ontmoedigend slechte resultaten, een beetje onvoorzien weer mooi op koers naar de Olympische Spelen in 2008. Ik noem dergelijke onverwachte kantelingen voortaan het "Ladissyndroom". Maar toch, daar sta je dan als coach. Tevreden met het resultaat van een atleet die, gelukkig, zijn kas heeft geveegd aan de vooropgestelde en goed geargumenteerde richtlijn. Best dat ik zelf niet daar was, ik zou hem van zijn fiets geschreeuwd hebben, en hij zou dan misschien als vijftiende over de streep gekomen zijn. Fout. Zou ik niet iets anders gaan doen?

vrijdag, juli 21, 2006

Meer vragen dan antwoorden

Ik pieker soms. "Soms" schippert op een schaal van zelden tot dikwijls, afhankelijk van wat in mijn eigen vluchtige sportuniversum, en bij uitbreiding in DE sportwereld gaande is. Ik stel mezelf, mijn trainingsschema's, mijn coaching wel eens in vraag, soms tijdig, en naar ik uit het verleden heb geleerd, soms ook te laat. Ik loop ook wel eens te denken over vragen waarop ik niet dadelijk een antwoord kan geven, soms niet durf te geven. Een grabbel in de vragenton levert bijvoorbeeld het volgende op: 1. Hoe kan iemand die volledig onderuit is gegaan, na meer dan twee weken Tour, na twee loodzware bergetappes, één dag later, na amper één nacht recuperatie, in een nog zwaardere bergetappe verrijzen uit zijn as? 2. Hoe komt het dat bij een aantal renners de voeten (en oren) nog groeien als ze al enige tijd de twintig gepasseerd zijn? 3. Waarom zijn niet alle renners die op de lijst van dokter Fuentes en bovendien op de lijst van de favorieten stonden uit de Tour geweerd? 4. Waarom hebben we geen renners meer die bergop kunnen rijden? 5. Waarom hebben we geen renners meer die in de Tour een deftige tijdrit kunnen rijden? 6. Waarom hebben we geen renners meer die in de Tour een deftig eindklassement kunnen rijden. 7. Waarom zijn voor de Belgische renners zelfs de Ardense hellingen te lang, te zwaar, te steil, te... 8. Waarom hebben we in de atletiek geen enkele loper meer die zelfs maar in aanmerking komt voor een plaats in een Olympische finale? Waarom hebben we geen opvolgers voor Roelants, Lismont, Puttemans, Van Damme, Brijdenbach, Parmentier e.d. 9. Waarom zal het in 2008 in Peking niet beter gaan dan in Athene 2004? 10. Hoe los ik het "krampprobleem" van Sven Nys op? 11. Hoe krijg ik Luc Van Lierde in optimale conditie aan de start van de Ironman? 12. Zal Peter Croes de resultaatverbintenis van BLOSO alsnog kunnen nakomen? 13. Welk probleem heeft mountainbike- en veldritcoach Rudy Debie met P.V.D.B.? 14. ...

donderdag, juli 20, 2006

Pap in de benen

Ik heb gisteren Sastre’s demarrage en Floyd Landis’ zwanezang niet kunnen volgen op televisie. Niet dat de Tour me niet interesseert, hoewel, misschien minder dan de vorige jaren, toen hij minder boeiend en veel voorspelbaarder was. Vreemd. Wat wil ik, wat willen de meeste mensen eigenlijk? Neen, tegen alle radioverspreid gezondheidsadvies in ben ik ’s namiddags in de Ardennen gaan rondkletsen met mijn fiets, overmoedig, mezelf al na enkele kilometers afvragend of ik eigenlijk niks beters te doen had. Ik denk maar aan lang uitgestrekt liggen in de koelere lommerte van mijn tuin, humo en ijskoude Red Bull bij de hand. Het was me te laf, te drukkend, te zwoel.Bovendien legde mijn fietsvriend me grijnzend, quasi achteloos, een te hoog tempo op, zich vermoedelijk, haast zeker, wrekend op mij, voor de moeilijke momenten die ik hem al had bezorgd op diezelfde wegen. Ik durfde nooit naar de top van de helling te kijken, neen, het te snel ronddraaiende achterwiel van mijn tempobeul was mijn focus. Ik voelde me Ulrich in het wiel van Armstrong, vergeef me de vergelijking. Hoewel mijn zweetporiën de deuren wijd open hadden gezet, lukte drinken niet meer. Mijn sportdrank hield het midden tussen lauwe, haast hete thee van onbestemd aroma en uiensoep die te lang in de zon had gestaan. Aan de voet van La Redoute had ik het wel helemaal gehad, de benen konden al lang niet meer, hadden zelfs nooit gekund. Pap was botermelk geworden. Simpson flitste door mijn hoofd. Toen weigerde ook de geest alle dienst. Ik reed niet voor een klassement, de strijd om de gele trui werd duizend kilometer verder beslecht tussen kerels met meer karakter dan ik. Vooral meer talent ook, en een onomkeerbaar voordeel in jaren. Schakelen naar een 34 x 27 dan maar, kleiner kon niet. Zo economisch mogelijk bovenkomen was nog de enige boodschap, zonder achterwiel voor me, enkel nog smeltend asfalt, met witgekalkte “Go Phil, Go Phil Go Phil…". Supporters van Philippe Gilbert, vermoed ik. Aanmoedigingen voor Phil Anderson moeten al jaren vervaagd en mee weggesmolten zijn.. Wat heet economisch? Het bleef labeur, contact houden met het zadel zat er niet in. Prullecoureur.

dinsdag, juli 18, 2006

Sportkot

Morgen heb ik om 10.30 u een afspraak in de faculteit voor Bewegingswetenschappen en Revalidatie van de KULeuven, kortweg het Faber genoemd. Het is al bijna dertig jaar geleden dat ik daar ben afgestudeerd. Een eeuwigheid haast, ik word oud. En toch is er niet veel veranderd. Hier en daar werd hoop en al iets opgefrist. Er lopen zelfs nog proffen rond van in mijn tijd, minder kwiek misschien, maar meer nog dan in mijn studentenleven omgeven door een aureool van wijsheid. Eigenaardig toch. Ik kan me niet voorstellen dat ze toen een stuk jonger waren dan ik nu. Zouden die jonge studentjes die ik daar tijdens het academiejaar zo zelfzeker zie rondslenteren mij ook zien als een haast oude man? Ik ga er deze keer er niet om te studeren, ik ga er om advies in te winnen. En eigenlijk ben ik blij dat ik dat in mijn eigenste "Sportkot" kan doen. Coachen van topatleten vergt vandaag een multidisciplinaire aanpak. Alleen kan je het niet meer. Mijn aanspreekpunt is inspanningsfysioloog professor Peter Hespel. Wij overleggen samen, hij adviseert en stuurt bij. Hij kent alles van aërobe, anaërobe en vetdrempels, maximaal zuurstofopnamevermogen, melkzuurcurves, hypoxietraining en voedingssupplementen. Morgen buigen we ons over Luc Van Lierde en Sven Nys. Luc heeft er net een relatieve recuperatieperiode opzitten, en hij moet nu getuned worden voor zijn laatste aanloopfase naar de Ironman in Hawaii. Er staat een doorgedreven inspanningstest op het programma, en een ultieme test van een nieuwe set pedalen. De problematiek van Sven ligt op een heel ander vlak. Sven deed het zondag goed tijdens het Belgische kampioenschap mountainbike. Zijn grootste tegenstanders waren echter niet Paulissen of Meirhaegen, wel de hitte die bij hem voor een extreem, en voorlopig niet bij te vullen vochtverlies zorgt. Telkens weer zijn krampen het blokkerende gevolg. Sven is een winterman, hij houdt van koude, regen, wind en sneeuw. Warme weersomstandigheden zijn niet aan hem besteed. Ik vrees echter dat de weergoden daarmee volgende week geen rekening gaan houden tijdens het Europese kampioenschap in Italië. We moeten dus een oplossing vinden. Ik hoop echt dat de wetenschap ons niet in de steek zal laten.

maandag, juli 17, 2006

Die komt nooit meer terug

Eén jaar geleden scharrelde hij een beetje doelloos rond tijdens het Europese kampioen-schap in Kluisbergen. Handen nonchalant in de zakken, quasi ongeïnteresseerd, wegkijkend van wie hem herkende. En dat waren er heel wat. Toch een blijvend sympathieke kop. Olympisch gelauwerd, ex-wereldkampioen, goud-getipt, betrapt, gevallen engel, twee jaar lang verstoten uit en verstoken van zijn discipline. Slenterend droeg hij hartepijn en vooral ook overgewicht met zich mee. Te veel kont, zo heet dat in wielermiddens. Die komt nooit meer terug, dacht ik bij mezelf. Niet zonder mededogen. Een beetje droefenis zelfs. Ik had hem enige tijd vooraf ontmoet in Leuven Centraal, neen, niet als gevolg van betrapt-zijn. Zo erg was het ook weer niet. Ook ik was daar maar voor één avond, gelukkig. Hij was daar om medailles uit te delen, aan delinquenten die de keuze hadden tussen drugs en sport om detentieschade tegen te gaan. Medailles dus voor hen die goed hadden gekozen. Oersymphatiek zat hij daar, maar dat alleen helpt niet in één der hardste sporten. Nog eens, die komt nooit meer terug. Zo dacht ik toen toch van Filip Meirhaegen. Vandaag, één jaar later. Belgisch kampioenschap in Bastogne. Al na één ronde, drie renners voorop. Nys, Paulussen, Meirhaegen. Alle drie gebeten. Twee om die ene uit hun wereldje weg te houden, die ene om er zich definitief tussen te nestelen. Eén ook om defintief eerherstel op te eisen. Sven, Roel en Filip, alle drie hadden ze redenen te over om te winnen. Ze pokerden, bluften, vielen aan, om beurten. Zoekend en aftastend, wachtend op een moment van zwakte van de anderen, op de zwaarste klim. Sven nestelde zich definitief, zoniet tussen, dan toch bij de grote twee. Roel baalde, en Filip triomfeerde. Ik was fout, die dag dat ik dacht: die komt nooit meer terug.

zaterdag, juli 15, 2006

Verzonnen verhaal uit het warme Zuiden

Carcassonne, namiddag, vrijdag 14 juli. De wagen van Discovery met Johan Bruyneel aan het stuur komt naast de Rabobankwagen rijden. "Hey Erik", roept Bruyneel door zijn raampje. Erik Breuking doet of zijn neus bloedt. "Hey Erik", roept Bruyneel opnieuw, "luister eens even". Breukink wendt lichtjes het hoofd en kijkt Bruyneel weinig geïnteresseerd aan. "Erik, we moeten iets regelen." Een golf van triomf borrelt op in Breuking. Moeten? Iets regelen? Niks moet. Eindelijk, na zeven jaar van onophoudelijke vernedering door Bruyneel en Armstrong: wraak! De grote sportbestuurder komt hem, die zo dikwijls met lege handen achter bleef, om een gunst vragen. "Wat regelen, Johan, wie regelen? Jij bent toch de allerbeste sportbestuurder, jij dirigeerde Armstrong en jouw renners altijd toch zo magistraal naar etappezeges en eindzege. Laat nu maar eens zien wat je echt kunt." "Erik, kom, zever nu niet. Natuurlijk weet ik dat mijn succes volledig afhankelijk was van Armstrong. Iedereen weet dat. Ik kon daar toch ook niks aan doen. Je moet me helpen. Jij hebt al drie etappes gewonnen, en ik sta met lege handen. Denk je echt dat mijn bazen daarmee blijven lachen? Al een heel jaar zijn ze pisnijdig door al die geruchten over het dopinggebruik van Lance. George is helemaal door de mand gegaan. In de Popo heb ik me lelijk misrekend, en daarstraks heeft Salvoldelli opgegeven. Eén grote nul is het tot nogtoe. Ik heb ondertussen ook alle boyguards moeten ontslaan. Geen kat is nog geïnteresseerd in mijn ploeg, en heel onze merchandising is nog slechts een ineengezakte pudding. Ik mis de camera's, de interviews, de bewonderende blikken. Komaan Erik, je begrijpt me toch, de Popo moet winnen vandaag." Breuking geniet met volle teugen. Hij blijft monkelend voor zich uit staren. "Verdomme Erik, jij hebt al drie keer gewonnen. Help mij, en ik help jou." Het wordt stilaan interessanter en interessanter voor Breuking. Toch nog maar zwijgen, je weet nooit wat er nog uit de bus valt. "Luister Erik, als Oscar die Ballan ringeloort, en voor de schijn af en toe een flutdemarrage uitvoert, dan staat mijn team voor de rest van de Tour ter beschikking van Menchov. We maken tempo als jullie dit willen, we stoppen af waar het nodig is. Bovendien heb ik heel goede contacten met Patrick Lefevere. Die rijdt er ook maar voor spek en Boonen bij. 'k Heb hem al zover gekregen dat hij vandaag niet zou jagen op de vier vluchters. Zo kon hij heel het Lotto-team zich laten kapot rijden voor niks. Bekaf zijn die gasten. Evans zal er in de bergen vlug alleen voor staan. En de prijs voor de etappewinst is natuurlijk voor jouw renners. En dan nog iets. Als Menchov de Ronde mocht winnen, dan krijg je mijn stem bij de verkiezing van sportbestuurder van het jaar, en je mag gerust zijn, ik heb nog een aantal andere stemmers op zak." Breuking denkt even na. Die Bruyneel schijnt dan toch wel echt iets van koers te kennen. Dan kijkt hij opzij, recht in de hoopvolle, smekende ogen van Bruyneel. Hij kan een haast onmerkbare glimlach niet onderdrukken. Hautain knikt hij Bruyneel toe. Dan rijdt hij verder.

vrijdag, juli 14, 2006

Lat

Volbloed kampioenen zoeken naar de limieten van hun belastbaarheid, ze schurken aan tegen de grens van het mogelijke en het onmogelijke. The sky is the limit, alleen de top telt. Ze leggen de lat hoog, zo hoog mogelijk. Tia Hellebaut doet dit iedere keer opnieuw, letterlijk en figuurlijk. De lat moest en zou op 2 meter blijven liggen. Opdracht volbracht, en dus volgende keer enkele centimeter hoger met die lat. Kim Gevaert wil ongetwijfeld naar die 11 sec rond op de 100 meter. Vier hondersten nog, een flits, een fractie slechts, en toch zo moeilijk te overbruggen. En binnenkort zal ze alleen maar echt tevreden zijn met de Europese titel, daar in Göteborg. Ik heb in mijn "stal" ook een aantal van hetzelfde soort adrenaline-aangedreven specimen. Marc Herremans wou deze week naar de top van de hoogste big-wall ter wereld, en in Hawaii wil hij dit jaar winnen, bij voorkeur met een wereldrecord er bovenop. Het objectief van Sven Nys is om opnieuw wereldkampioen te worden in het veldrijden, en ook in Peking mikt hij op Olympisch eremetaal in het mountainbiken. Luc Van Lierde heeft al te lang in de hel vertoefd, hij wil terug naar de kampioenenhemel, naar de echte top in de Ironman, en liefst binnen de twee jaar. Er rest hem niet zoveel tijd meer. De jonge Peter Croes is lang niet tevreden met een Belgische titel, hij wil naar de Olympische Spelen. Als het even kan, niet voor een figurantenrol. Ze leggen de lat dus hoog, wellicht soms te hoog. Voor een coach is dit niet altijd even simpel. Hij wil en moet mee met zijn atleten, even ambitieus, gedreven en fanatiek. Soms zelfs tegen beter weten in. Identificatie noemt dit in de sportpsychologie. Het is dikwijls schipperen tussen reëele en irreëele doelen, tussen dromen en werkelijkheid. Het vergt psychologisch inzicht om verwachtingspatronen bij te vijlen en gaaf te houden, de scherpe kantjes ervan weg te werken, om de doelen bij te sturen. Het is niet altijd even gemakkelijk, dikwijls zelfs aartsmoeilijk om de lat nu eens te laten zakken, dan weer hoger te leggen. Evenmin is het simpel om een vallende lat op te vangen en niet op het hoofd van zijn atleet te laten stuiteren. Moeilijke job, dat coachen.

donderdag, juli 13, 2006

Donderdag 13 juli Lichtaart

Ik ben al terug thuis, in Lichtaart, ongeveer één week vroeger dan voorzien. Gemengde gevoelens zijn mijn deel, ons deel, dat is duidelijk. Maandagavond, 20.00 u plaatselijke tijd in Yosemite Park zag het er nochtans nog goed uit, zeer goed zelfs. Niks liet toen vermoeden dat we minder dan 24 uur later weer op weg zouden zijn naar San Francisco, in het donker turend langs een erg slingerende en moeilijke baan, vechtend tegen de slaap. Marc was, zelfs een beetje onverhoopt, rond 18.00 u aangekomen op een hoogte van 300 meter, een onvoorstelbare prestatie. Hij zat toen perfect op schema om de klus in vier dagen te klaren, één dag vlugger dan voorzien. Ongeveer 1800 keer had hij zich die dag opgetrokken, schurend tegen de rotswand, en bovendien een zitje van ongeveer 10 kg meeslepend aan zijn verlamde onderlichaam. Hij volgde een vast stramien: 5 keer optrekken, even rust, 5 keer optrekken, even rust... Iedere 50 meter werd een langere pauze ingelast, nodig om op adem te komen en om de andere klimmers de tijd te geven het traject van Marc voor te bereiden en al het materiaal hogerop te hijsen. Honderd veertig liter water, eten en bijkomend materiaal, samen goed voor bijna 250 kg. Om 20.00 u waren alle klimmers, zes in totaal, geïnstalleerd op hun portaledge (soort klein veldbed tegen de wand), en probeerden ze op krachten te komen na een bijzonder zware dag. Glenn en Guy, gasten uit één stuk en Marc's beschermengels zagen toen al dat het moeilijk zou worden om het vooropgestelde doel te bereiken, wellicht te moeilijk. Marc leek uitgeput, en hij had veel pijn ter hoogte van het middenrif, daar waar de druk van het willoze onderlichaam bij iedere optrekbeweging naar het einde van de dag onhoudbaar groot geworden was. Bovendien had een schurend touw een brandwond veroorzaakt tegen zijn dij. Na een gesprek met Marc besloten Glenn en Guy 's ochtends de strijd te staken. Omdat ze de twijfel zagen in Marc's ogen, en omdat ze wisten dat ophouden de enige juiste beslissing was, goten ze al het water naar beneden. End of the mission. Dinsdag, om 14.00 u was Marc weer op de begane grond, duidelijk ten einde krachten, fysiek én mentaal. Vooral ook teleurgesteld, onmachtig bij het gevoel gedeeltelijk te zijn mislukt. De lat lag te hoog, deze keer toch. In het verlengde van Glenn's beslissing om de strijd te staken besliste ik om zo vlug mogelijk met Marc naar huis terug te keren. Ik kon de ernst van de pijn en de verwondingen niet volledig inschatten, en uit ervaring weet ik dat Marc bij lichamelijke problemen van de ene minuut op de andere kan beginnen daveren van de koorts. Tijdens de urenlange rit naar San Francisco analyseerden we de oorzaken van het niet slagen. Onvoldoende voorbereiding, onderschatting van de uitdaging, te veel hooi op de vork tijdens de laatste maanden, onaangepast materiaal... alle redenen passeerden de revue. Dat was nodig, want terwijl hij nog zijn wonden likt weet Marc vandaag één ding: hij komt terug, om boven te komen. (op foto, van links naar rechts achter Marc: Glenn, Johan, Malcolm, Chris en Guy)

dinsdag, juli 11, 2006

maandag 10 juli yosemite park

Hij is er aan begonnen, vanmorgen om 9 u plaatselijke tijd, samen met Glenn, Guy, Johan, Chris en Malcolm. Het is hier heet, broeiheet tegen de wand. Toen ik Marc de eerste meters zag afleggen dacht ik: dat redt hij nooit. Moeizaam, ongeveer 20 cm per optrekbeweging, schurend tegen de rotswand, al heel vlug hijgend en schuddend met de armen. Melkzuur in mijn armen, riep hij me toe. Maar hij deed verder, uiteraard. Om 14.00 u was hij al aardig opgeschoten. 150 meter hoog hing hij, en alles was ok. De hitte in Hawaii was erger dan dit, zei hij via walkie-talkie. Hij hoopt vandaag 250 meter hoog te komen. Voorlopig alles ok dus! Morgen meer info.

donderdag, juli 06, 2006

Even tussenuit

Vanaf 20 juli terug info van achter de schermen. Tot dan! Indien mogelijk komt op deze blog wel info over Marc's beklimming.

woensdag, juli 05, 2006

El Capitan

Overmorgen, vrijdagochtend is het zover. We vertrekken dan naar Californië voor wat misschien wel Marc's grootste uitdaging is sinds zijn ongeval. Als alles goed gaat begint hij volgende week maandag aan de beklimming van El Capitan in Yosemite Park, het big-wall mekka, het Disneyland van de rotsklimmers. "El Cap" is een reusachtige verticale wand die haast dreigend boven het park uit torent. Naar men zegt is hier het moderne rotsklimmen uitgevonden. Iedere zomer komen klimmers uit alle werelddelen afgezakt naar Yosemite om tegen de rotswanden van het park hun klimkunsten uit te proberen of bij te schaven. Veertien verschillende klimroutes zorgen ervoor dat gedurende maanden aan een stuk een bont allegaartje klimfanaten dag en nacht langzaam omhoog schuifelen tegen de wand. De allersnelsten slagen erin om in minder dan 24 uur boven te geraken, de meesten doen er meerdere dagen over. Marc zal er ongeveer vijf dagen over doen, bijgestaan door een team van 4 of 5 klimmers. Centimeter per centimeter naar boven, ongeveer 250 meter per dag. Eten en slapen doen ze op een klein veldbedje, vastgesjord aan een aantal haken in de rots, naar het einde toe meer dan duizend meter boven de begane grond. Mark is niet de eerste verlamde klimmer die dit huzarenstruk wil volbrengen. Al in 1989 bereikte Mark Wellman, een verlamde alpinist, na acht dagen de top. Tien jaar later deed hij dat nog eens over. Marc weet dus dat het kan, niet kunnen staat trouwens niet in zijn woordenboek. Toch zal ik blij zijn als het weer vrijdag is, als Marc zonder kleerscheuren de top heeft bereikt.

dinsdag, juli 04, 2006

Vakman

In de Tour is het net niet, en net wel. Hushovd net wel in het geel, dan weer net niet. Een dag later nog maar eens net wel. Ook Hincapie, nu eens net niet, dan weer net wel, net als Tom Boonen. En wat dan met Mathias Kessler. Net geen ritwinst, de dag nadien net wel. Mooi van Kessler, mee varend in het peloton met averij, zwabberend en pompend op een zinkend schip. Ik ken één van de kapiteins van dat schip vrij goed. Ploegleider Valerio Piva. Jarenlang heb ik op zondag naast hem in de volgwagen gezeten, rijdend achter één van toenmaligs beste semiprofessionele teams. Een gedreven man, die Piva. Zelf was hij in zijn jongere jaren en niet onverdienstelijk renner. Twaalf jaar lang reed hij in het profpeloton, heel wat jaren aan de zijde van de toenmalige wielergrootheid Moreno Argentin. Hij kende de koers door en door, en hij zag wat een leek niet zag. Wat een leek dan wel zag, een renner die kapot zat, die verrekte van de krampen, dat zag hij dan weer niet, dat wou hij niet zien. Hij accepteerde geen flauwe kul, geen praatjes. Inzinkingen mochten bij andere renners, niet bij de zijne. Zonder verpinken, zonder een sprankeltje mededogen reed hij onze renners voorbij, als hun benen het niet meer toelieten de besten te volgen, als het vat af was, als ze moegestreden waren vóór de echte strijd begonnen was. Een belangrijke ontsnapping zonder één van de onzen was inacceptabel, not done. Hij stuurde dan iedereen in de vuurlijn, keihard. Rijden moesten en zouden ze, tot het gat dicht was. Als het moest offerde hij iedereen op, zonder uitzondering. Koersen was een vak, en dat leerde je vooraan in het peloton, niet achteraan. Van hem leerde ik heel wat van de koers, en als toetje spijkerde ik dank zij hem mijn onbestaande Italiaanse talenkennis bij met een arsenaal zuiderse scheldwoorden. Ik kan me levendig voorstellen hoe hij achter het stuur zat tijdens de laatste twee ritten, zenuwachtig schuifelend op zijn zetel, hopend, biddend, roepend in het oortje van Kessler. We hebben al te lang geen contact meer gehad. Ik bel hem, onmiddellijk na de Tour. Er is heel wat bij te praten.

maandag, juli 03, 2006

Uit het goede hout gesneden

"Denk je dat je een top-drie plaats kunt behalen?" vroeg ik de dag vóór de triatlon in Antwerpen aan Steffen Liebetrau. Steffen was tijdens de laatste drie edities van de Ironman in Lanzarote telkens tweede. Langzaam maar zeker bouwt hij aan zijn weg naar de top. "Natuurlijk", antwoordde hij. "Of dacht je misschien dat ik bijna 800 km ver rijd om zomaar een figurantenrol te komen vervullen?" "Tevreden met je resultaat?", vroeg ik aan de Australiër Richie Cunningham, toen hij lang uitgezakt op een stoel probeerde te herstellen na zijn overigens mooie vijfde plaats. Hij bekeek me koel, bijna misprijzend. Mijn vraag en zijn zienswijze wezen duidelijk in een verschillende richting. "Tevreden? Met een vijfde plaats? Man toch, zelfs als ik tweede was geworden, dan nog was ik niet tevreden geweest. Er is dan nog altijd één plaats die beter is, nu zijn het er vier. Hoe kan ik dan in godsnaam tevreden zijn?" "Een achtste plaats is toch niet zo slecht. De tegenstand was echt wel sterk vandaag." Dat zei ik tegen Spencer Smith, voormalig Europees en wereldkampioen. "Komaan, Paul, hou op. De dag dat ik hiermee tevreden ben kan ik beter stoppen met triatlon. Ik zou me echt aanstellen als een idioot. Ik crashte gewoon tijdens het fietsen, en er kwam absoluut geen herstel tijdens het lopen. Jammer, maar dit is echt niet goed. Ik heb trouwens nog moeten knokken voor die achtste plaats. Ik ben erg ontgoocheld. Ik wou beter doen, veel beter dan dit!" Spencer keek me aan, met die donkere, haast dreigende ogen in die karakteristieke kop van hem. Robuust, net weggeplukt uit een middeleeuws ridderepos, misschien iets te zwaar gebouwd om te schitteren op de lange afstanden. Het evenbeeld van zijn vader, Bill Smith, zijn coach, manager, vriend ook. Onafscheidelijk waren ze, tot hij enkele jaren geleden plots, veel te vroeg, overleed. Een tweede klap kreeg Spencer vorig jaar, ergens in mei. Hij werd aangereden door een wagen, die bovendien ook nog kantelde en boven op hem terecht kwam. Spencer was er erg aan toe. Inwendige bloedingen, gebroken voet, scheenbeen, ribben, sleutelbeen en schouder. Even werd gevreesd voor zijn leven. In november begon hij terug voorzichtig te trainen, gedeukt, maar niet gebroken. Zijn imposant koetswerk had hem gered. In maart werd hij derde in de halve triatlon van Californië, in april tweede in de Ironman van Arizona. Een mirakel, gevolg van een onverzettelijk karakter en een groot strijdershart. Maar ondanks alles, niet tevreden. Gebeten om tijdens de volgende wedstrijd beter te doen, zich nooit verschuilend achter het verschrikkelijke ongeval van vorig jaar. Steffen, Richie en vooral Spencer. Ze wonnen niet, maar ze zijn uit het echte kampioenenhout gesneden. Ik ben vooral blij dat ze er bij waren. Mannen als zij maken de Marc Herremans Classic groot.

zondag, juli 02, 2006

Weekend

Bijna middernacht, zondagavond. Gemengde gevoelens. Enerzijds ontgoocheld, anderzijds tevreden, heel tevreden. Sven Nys had normaal vandaag zijn derde mountainbikewedstrijd van het seizoen moeten rijden. Er kwam niks van. Darm- en maagproblemen. Te ziek om recht te staan, laat staan te fietsen op topniveau. Niet erg bemoedigend na het debacle van van vorige week. Luc Van Lierde, zachtjes aan gegroeid naar een goede vorm, bijna zijn beste. In Antwerpen had hij moeten bewijzen dat de aansluiting bij de wereldtop een feit was. Met de beste wil van de wereld kwam er dan toch niks van, nada. Out met een letsel, gekneusde ribben en een scheur in de tussenribspieren, na een stomme val, vorige zondag. Ontmoedigend, voor Luc, en voor de coach. Peter Croes had recht te zetten wat scheef stond na het weinig succesvolle Europese kampioenschap van vorige week. Het ging goed vandaag in de Marc Herremans Classic, tot één van zijn pedalen het begaf. Exit Peter, exit eerherstel. Prettig is anders voor een coach. Crash dan van Marc Herremans, rondtollend op de coblestones na een ongelukkig manoeuver van zijn toeverlaat Dirk Van Gossum. Bijna uitgeteld. Hoewel, Marc uittellen is niet zo simpel. Hij heeft al erger buitelingen overleefd. Maar anderzijds zag ik een prachtig revival van de triatlon in België. Een schitterende wedstrijd in het centrum van Antwerpen, met het beste deelnemersveld ooit in de halve triatlon, waar ook ter wereld. En een schitterende winnaar, Andrew Johns. Ik heb weer eens prachtige mensen leren kennen. Andrew, Lisbeth Kristensen, Pete Jacobs, Spencer Smith en nog een aantal anderen. Allemaal kampioenen, grootheden in hun discipline, een verzameling van wereld- en Europese kampioenen. Vriendelijk en bescheiden, dikwijls bijna bohémiens, verhuizend naar daar waar hun sport hen voert. Levend voor en van hun sport, zwemmend, fietsend en lopend door het leven, in het heetst van de strijd soms leidend, bijna altijd lijdend. Daarbuiten sloffen ze rond met een heerlijk eerlijke smile. Het was al bij al nog niet zo slecht, het voorbije weekend.

zaterdag, juli 01, 2006

Blos op de kaken

Ulrich, Basso, Mancebo, Sevilla. Hun ademhaling ging de laatste dagen al iets vlugger, hun spieren pompten meer en meer op. Spartelen , tegen beter weten in aanklampen, handen nu eens onderaan het stuur, dan weer bovenaan. Schuiven naar het puntje van het zadel. Met gekromde rug nog maar eens een plaagstoot opvangen, nog een, en nog een, ondanks de wetenschap dat de finale uppercut er zit aan te komen. Hun blik af en toe richting top, wetend dat die onbereikbaar is. Leiders worden lijders. Gokken dan maar, stoïcijns, met een pokerface. Tot de finale demarrage, los uit de wielen, definitief, afscheid van de kopgroep, afscheid van de wielersport (?). De Tour is onthoofd. Zo lees ik toch in de kranten, zo hoor ik op radio en TV. De Tour is niet dood, de wielersport is vandaag misschien levender dan eergisteren. Hoewel, niet alle valsspelers zijn eruit geknikkerd. Er zitten er nog, handenwrijvend, opgelucht ademend, voorlopig nog buiten schot. Zij die anders denken zijn naïef. Of denken zij misschien dat die dokter Fuentes alleen het patent heeft op al die rotzooi? Maar ik zie een lichte blos verschijnen op de kaken van de Tour, op de kaken van de wielersport. Geen nekslag dus, wel teken van nieuw leven. Hoe dan ook, de Tour wordt spannender dan ooit. Wie wint? Valverde, Cunego, Salvoldelli, Evans, Leipheimer, Hincapie, Di Luca, Rasmussen, Simoni, Klöde ...? Waar wordt de Tour beslecht? In de bergen? In de tijdritten? Iedere ontsnapping kan de goede zijn, niet alleen voor de dagzege, maar ook voor de eindzege. Ondanks alles, kijken maar. Het zou wel eens heerlijk spannend kunnen worden.