donderdag, juni 29, 2006

Bang

Ondanks alle geruchten over doping, ondanks inside-informatie, ondanks een natuurlijke afkeer van valsspelers, ondanks wat dan ook ben ik altijd, van zover ik me herinner, een geweldige wielerfan geweest. Ik was een hevige supporter van stadsgenoot Rik Van Looy, ik verzamelde als snotaap prentjes van al wie ook maar ooit in een professioneel team zat of had gezeten. Noël Forré, Edgard Sorgeloos, Patrick Sercu, Jean-Baptist Claes, Willy Vannitsen, Guido Reybrouck, ze zaten allemaal gevangen, mooi gesorteerd in mijn plakboek. Als kind had ik al een fiets met een kromme guidon, nu staat er in mijn inkomhal een prachtige Colnago te blinken. Mijn schaarse vrije tijd breng ik door op een weinig comfortabel zadel, ik maak en maakte schema's voor sommige van de beste renners van België. Jarenlang zat ik haast ieder weekend naast Valerio Piva in de volgwagen van het semi-professionele ASLK-Eddy Merckx-team. Ik volg de klassiekers op de voet, en de bergetappes in de Tour vind ik schitterend, heerlijk om mee te maken. Ik heb op l' Alpe D'Huez naast Van Impe gelopen, en ik heb daar de zwanezang van Eddy Merckx meegemaakt. Didi Thureau heb ik met schuim op de lippen hopeloos zien vechten om zijn gele trui te behouden, en tientallen magere achterblijvers heb ik met mededogen een zetje gegeven, in de hoop hun lijdensweg naar de top iets te verlichten. Ik heb zowat alle grote Alpencols met de fiets verkend, mezelf het snot voor de ogen gereden op de Mont Ventoux, en op vlakke wegen ben ik ongelukkig als mijn snelheidsmeter een gemiddelde snelheid van minder dan 30 km/u aangeeft. Daarom ben ik nu bang, bang voor wat komen gaat in de Tour. Bang dat mijn geliefde wielersport een definitieve nekslag wordt toegediend.

Pijn verbijten

Zondag is er de Marc Herremans Classic. Een triatlon, georganiseerd door Bob Verbeeck van OctagonCis, en pas aan zijn derde editie toe. Maar desondanks, met verve en veruit de grootste triatlon in België, meer zelfs, één van de grootste triatlons over de halve afstand ter wereld. Aankomst voor het stadhuis in Antwerpen, rechtstreeks op televisie, deel uitmakend van de Ironman 70.3 serie, en een deelnemersveld om u, wat zeg ik, U tegen te zeggen. Met Normann Stadler, Luc Van Lierde en Thomas Hellriegel starten niet minder dan drie ex-winnaars van de Ironman van Hawaii. Gewezen Europese kampioenen op de Olympische afstand Andrew Johns en Spencer Smith tekenen present. Deze laatste is ook meervoudig wereldkampioen op deze afstand. Verder de Australiërs Richie Cunningham en Pete Jacobs, behorend tot de grootste specialisten op de halve triatlon, en ook nog Rutger Beke, Steffen Liebetrau, Marino Van Hoenacker en Peter Croes. Het wordt knokken voor een plaatsje bij de top vijf. Daarenboven wil Marc Herremans - nog eens - stunten. Een halve triatlon in minder dan vijf uur. Het kan, maar hij zal alles, maar dan ook alles uit de kast moeten halen. Of dit eigenlijk verstandig is, één week vóór hij El Capitan in Californië wil bedwingen? Eén ding is zeker, er gaat gebikkeld worden, om de eerste plaats, en om de beste Belg. Ik had goede hoop dat Luc Van Lierde zijn zegje zou doen in dit debat. Tot een stomme val vorige zondag roet in het eten gooide. Een hele week pijn, toch maar doortrainen. Vandaag werd de pijn haast ondraaglijk, uiteindelijk zocht Luc een dokter op. Een echografie bracht duidelijkheid. Een scheurtje van twee centimeter in een tussenribspier. Nog maar eens pech voor Luc. Deze keer gooit hij echter de handdoek niet. Luc zal starten, met een stevige tape op het pijnlijke ribstuk. Hij is bereid om de pijn te verbijten, hoe dan ook te knokken tot het uiterste. Hij wil bewijzen dat, ondanks alles, met hem zal moeten rekening gehouden worden in Hawaii. Vorig jaar zou hij zijn afgehaakt, ontmoedigd en bang. Vandaag doet hij alles om de tegenslag een halt toe te roepen. Misschien lukt het, misschien ook niet, maar één ding is zeker: le nouveau Van Lierde est arrivé.

Opzettelijke slagen en verwondingen

Nederland - Portugal. Je moet het eigenlijk gezien hebben om het te geloven. Eén ordinaire schoppartij, met tussendoor een gerichte kopstoot, hoofd op hoofd, bewust, gemeen, laag bij de grond. Tweeëntwintig spelers die aanvankelijk het veld betraden, slechts achttien die er weer afkwamen, de helft juichend, de andere helft wenend en tandenknarsend. Een primeur in het wereldbekergebeuren. Schuifelend, schoffelend en schoppend bewoog het geveterd zootje ongeregeld van twee zelfverklaarde grote voetbalnaties over het (slag)veld, duwend, trekkend en sleurend, de stuts gericht recht naar voor, richting kuit, scheenbeen, dij. Onmachtig hun agressie onder controle te houden, onmachtig ook om de weg naar het doel te vinden. De battle-dress kleurde Oranje. Scolari huilde en tierde langs de lijn, verongelijkt als scheidsrechter Ivanov het ook maar waagde om één van zijn spelers te bestraffen. Zijn opponent Van Basten stond wat verder, stoïcijns kalm, berustend, zo leek het toch. De generaal achter het voetvolk. Nooit poogde hij zijn troepen tot bedaren te brengen. Voetbal is immers oorlog. De woorden van Rinus Michels zinderden door zijn hersenpan. Scheidsrechter Ivanov was natuurlijk de grote schuldige. Sepp Blatter, zelf onder vuur op verdenking van corruptie en nog wat fraais, voerde de huilende horde wolven aan, en hij verklaarde dat Ivanov te veel geel trok. Sommige journalisten typeerden de scheidsrechter als flierefluiter. Johan Cruijff verloor helemaal het noorden. De minister voor Vreemdelingenzaken en integratie was medeschuldig aan de uitschakeling. Zij had het vertikt om in te gaan op de naturalisatieaanvraag van de Ivoriaan Kalou. En met Kalou erbij had het heel anders geweest…. Is Cruijff niet stilaan pensioengerechtigd? Gemakkelijkheidshalve wordt voorbijgegaan aan het feit dat het nog altijd de spelers zelf zijn die verantwoordelijk zijn voor hun (wan)gedrag. Ik vraag me af welk effect de schaamteloze, ontluisterende houding van de Nederlandse “voetbalsterren” heeft gehad, en nog heeft, op de voetballende jeugd. Uiteraard hebben de voetbalmiljonairs lak aan het feit dat ze een rolmodel zijn voor jonge voetballertjes. Daar begint het trouwens al. Trainers en ouders (gelukkig niet allemaal) die roepen en schelden naast het terrein, snotapen van tien die mee “vuile zwarte” scanderen. En dan nog iets. Zolang die aanslagen gebeuren op die 5000 vierkante meter voetbalveld wordt er gesproken van een fout, soms van een vuile fout. De sanctie beperkt zich tot een vrije trap, een gele of een rode kaart. Buiten die zone, net voorbij de kalklijn, spreekt men voor hetzelfde gedrag van opzettelijke slagen en verwondingen, met alle correctionele gevolgen vandien. Misschien zou het best zijn om deze laatste kwalificatie, in de meest extreme gevallen, ook binnen de krijtlijnen eens te doen gelden. Wedden dat de scheidsrechter minder kaarten zal moeten trekken?

woensdag, juni 28, 2006

Gelijk

Een tiental jaar geleden werd ik gecontacteerd door Yvan Sonck, dopingbestrijder en -aanklager van het eerste uur. Hij maakte een reportage over dopinggebruik in het wielrennen, en hij vroeg me of ik wou over dit onderwerp wou getuigen. "Samen met nog 15 andere personen die een getuigenis zullen afleggen." Hij noemde toen o.a. bokstrainer Jef Vandriessche en wielrenner Glenn D'Hollander. Ik stemde toe. Voor de camera zei ik dat het tijd werd dat niet alleen de sporters (ik vermeed bewust het woord wielrenners) moesten worden aangepakt, maar ook, en misschien vooral, een aantal sportartsen die betrokken waren in het hele dopingszootje. Ik noemde geen namen, en achteraf werd mijn getuigenis ten onrechte gelinkt aan de namen van twee sportartsen. Ik wist echter WEL zeer goed waarover ik het had. Bovendien was mijn getuigenis de enige die overeind gebleven was, al de anderen hadden hun staart ingetrokken. Onder druk? Schrik van wie of wat? Ik kreeg na de uitzending in Ter Zake, voor zover ik me herinner in december 1996, een hoop ellende over me uitgestort. Mijn getuigenis was niet naar de zin geweest van een heel aantal personen, o.a. van de grootste wielrenner die we ooit gehad hebben. Ik kon het gaan uitleggen bij de toenmalige hoofdsponsor van zijn semi-professionele wielerteam waar ik toen trainer was. Ik kreeg telefoontjes van God weet wie nog allemaal die meende dat ik wel te ver gegaan was. Voor mensen uit het milieu was ik een leugenaar, nestbevuiler en nog meer van dat moois. Ik heb alleszins weinig of geen schouderklopjes gekregen. Maar ik had gelijk, meer dan gelijk. Ik wil en kan me niet uitlaten over de arts die nu is opgepakt. Hij is onschuldig tot zijn schuld bewezen wordt. Maar het is ondertussen toch wel voor iedereen duidelijk dat een aantal malafide (sport)artsen wereldwijd betrokken zijn bij de uitzaaiing van een kanker, die zijn drager stilaan in een vergevorderd terminaal stadium heeft gemanoeuvreerd. Misschien kan de patiënt nog gered worden, maar dan moet er gesneden worden, met een vaste hand, en liefst direct, zonder onderscheid des persoons. Jammer voor Jan Ulrich, ik was een grote fan van hem.

dinsdag, juni 27, 2006

Morgen wordt het niet beter

Ik heb vanmorgen de krant doorgenomen. Er stonden verhaaltjes in over Armstrong, over Kenteris en Thanou, en los daarvan over Jan, de zoon van Rudy. Er werd verwezen naar RH, mooie Jorg, Classicomano, Sevillano, nummer 4142 en een hoop andere slikkers en spuiters. Eigenlijk zijn het hallucinante verhalen, over betalingsbewijzen voor epo, anabolica, HMG, groeihormoon, IgF-1, testosterone, insuline, bloedtransfusies. Er wordt melding gemaakt van hoeveelheden en data, te exact om nog af te doen als loze praatjes. Natuurlijk wisten insiders al lang dat er stront aan de knikker was. Renners die van dag op dag beter worden tijdens de derde tourweek, nadat ze net nog de definitieve instorting nabij leken. Renners die na meer dan zeven uur rondkletsen op de zwaarste cols fris en monter ogen, zelfs geen verhoging van ademritme lijken te hebben, vlak na hun aankomst. Renners die ooit een Ronde wonnen, met een hoofd dat na de laatste rit bijna twee keer zo dik was als bij de eerste etappe. Renners die wereldkampioen worden, met spleetogen en een gezwollen gezicht. Renners die koersen winnen met rondspetsend schuim op de lippen. Renners die in enkele weken op vormgewicht komen, messcherp, zonder prestatieverlies. Renners die weken voor geen poot vooruit komen, plots een glansprestatie neerzetten, en dan weer even vlug wegdeemsteren. Read my lips: het kon niet, het kan niet, het zal nooit kunnen. Het zou me bovendien verwonderen mocht "dokter" Fuentes de enige spcialist ter zaken zijn, het zou me nog meer verwonderen mochten alleen renners tot zijn cliënteel behoren. Je weet het allemaal wel, je hoort het, je ziet het. Maar toch blijft het schrikken, als het zwart op wit nog eens te lezen staat. En daar sta je dan als coach, met je eigen verhaaltjes over melkzuurtesten, hartslagzones, energiedrankjes, voorzichtig afvallen, bloktrainingen, supercompenseren en motiveren. Daar sta je dan, samen met je atleet knokkend om een percentje beter te worden. Het is dan moeilijk om enthousiast te blijven, moeilijk om niet wantrouwig te worden tegenover Jan (what's in a name)en alleman. Of moet ik blijven denken: morgen wordt het beter?

maandag, juni 26, 2006

Sterk

"Ik voel vandaag geen greintje vermoeidheid. Ik ben net twee uurtjes gaan losfietsen, en mijn gemiddelde snelheid bedroeg 33 km/u. Zomaar, handen losjes bovenop het stuur, zonder enige inspanning. Ik begrijp echt niet wat er gisteren is fout gegaan. Ik had vóór de wedstrijd wel een flauw gevoel in de benen. Misschien is het niet goed geweest om zo volledig te recuperen na de laatste rit in de Circuito Montanes, zonder mijn motor nog eens goed te laten draaien." Aan het woord Sven Nys, de day after. Helemaal niet aangeslagen, gretig om terug te trainen, de oorzaak eerder zoekend in te weinig, dan wel in te veel trainen en wedstrijden rijden. "Hou je maar aan het schema dat je deze week voor ogen had, ongeacht die debacle van gisteren" antwoordde hij nog, nadat ik opperde om misschien voor alle zekerheid het trainingsvolume terug te schroeven. "Zondag vlieg ik er opnieuw in, en met minder dan een top-3 zal ik dan echt niet tevreden zijn. Ik moet wel, nu ik het vertrouwen heb gekregen van de topsportmanager en het BOIC." Vorige week donderdag hadden we een vrij cruciale meeting gehad op het BOIC. Daar werd beslist om Sven, in de aanloop naar de Olympische Spelen, te steunen op dezelfde manier waarop andere kanshebbers gesteund worden. "Ik heb mijn ontgoocheling al redelijk goed onder controle. Ik moet nu vooruit zien. Zondag is het de Marc Herremans Classic, en binnen minder dan vier weken komt er weer een nieuwe wereldbekerwedstrijd aan, in Canada. We zullen samen met mijn vader (trainer) eens overlopen wat er fout is gelopen, en hoe we dit verder zullen aanpakken. Ik voel me nog wel redelijk kapot." Peter Croes, terug thuis na zijn matte prestatie in het Franse Autun. Ontgoocheld, maar ook weer klaar om de handsschoen op te nemen. "Mijn rug doet pijn, mijn nek, mijn schouders. Ook mijn buikspieren, aan de linkerkant, voelen pijnlijk aan. De slag die ik op mijn kuit gehad heb valt nog mee, hoewel ik daar het meest voor vreesde. Morgen heb ik een afspraak met mijn osteopaat. Hij zal wel mijn bekken terug moeten rechtzetten. Maar het komt wel in orde voor de wedstrijd van volgende zondag!" De coach is weer eens gerustgesteld. Sterke gasten. Het zit goed in het kopke, bij alle drie, en dus bij alle vier.

zondag, juni 25, 2006

Balen in Baal

Als coach heb ik een groot engagement ten opzichte van mijn atleten. Ik hou van hen, ik leef met hen, soms ook voor hen. "Identificatie", zo wordt dit genoemd in de sportpsychologie. Eén zijn met je atleten, meevoelen, mee winnen en mee verliezen, samen vieren en samen treuren, naast hen staan bij winst, achter hen in het verlies. Ik hou niet van een coach die zegt "wij hebben gewonnen" en "hij heeft verloren". Winnen en verliezen, je doet het samen. Een beetje als trouwen en getrouwd blijven, in goede en kwade dagen. Mee-leiden impliceert mee-lijden. Samen op wolkjes lopen is gemakkelijk, samen uit de put klauteren is al een pak moeilijker. Bouwen aan de weg opwaarts duurt dikwijls lang, de tuimelperte gebeurt in een flits, soms letterlijk. Marc Herremans kan er van meespreken. Ik heb als coach dan ook een rotweekend achter de rug. Peter Croes bleef ver onder de verwachtingen tijdens het Europese kampioenschap triatlon, Luc Van Lierde maakte een lelijke smak tijdens zijn fietstraining, en als klap op de vuurpijl kwam Sven Nys tijdens een niet onbelangrijke mountainbikewedstrijd in Zwitserland voor geen poot vooruit. Het ging nochtans goed met Sven. Imponerend sterk in de Ronde van België, soms bijna spelend met de tegenstand, daar in Hoei. Misschien nog indrukwekkender in de Spaanse rittenwedstrijd Circuito Montanes. Zowat iedere dag in de top-10, klimmend en spurtend met de besten. Het ging (te)goed, tot vandaag. Pap in de benen, figurant in het peloton der figuranten, lijdend ver achter de leider, onmachtig om ook maar één plaatsje op te schuiven, moeizaam harkend en ploeterend tussen hangen en wurgen. Logisch eigenlijk, na een zo zware wedstrijdperiode. Logisch, de eerste echt slechte dag na twee jaar ononderbroken hoogconjunctuur. Logisch... Maar desondanks baal ik, samen met de man uit Baal.

zaterdag, juni 24, 2006

Hard verdict

Tijdens het laatste weekend van juni is het jaarlijks verzamelen geblazen bij mijn ouders. Samen met mijn broers, neefjes en nichtjes wordt er dan gegeten en gedronken, gezeverd over alles en nog wat, soms ernstig, meestal uitbundig lachend. Meningen lopen uiteen, komen terug samen, worden bijgesteld of verhard. Er wordt nu eens partij getrokken voor de ene, dan weer voor de andere. We hebben gevoetbald, en meermaals waren we het oneens over de kant waarlangs de bal de denkbeeldige doelpaal was gepasseerd. Om klokslag 5 uur was voor mij de pret, althans gedeeltelijk, voorbij. Op dat ogenblik werd in het Franse Autun de start gegeven van het Europese kampioenschap triatlon. Peter Croes droeg er mijn en de Belgische hoop, en met minder dan een top-10 plaats kon ik, mocht ik niet tevreden zijn. Zowat om de 10 minuten werd ik op de hoogte gehouden door vader/trainer Etienne. Alles verliep volgens plan. Mee vooraan na het zwemmen, attent in de kopgroep tijdens het fietsen, meer zelfs, in de aanval, en misschien daarom daar al al te veel woekerend met zijn krachten. Een slechte wissel, pas als vijfentwintigste op weg voor de afsluitende 10 kilometer, met voor zich alleen grote namen. Peter knokte voor wat hij waard was, hij liep uiteindelijk wel zichzelf voorbij, maar veel te weinig anderen. Liggend op een brancard, verbonden met een baxter, probeerde hij het harde verdict te verwerken: negentiende, bij de twintig beste triatleten van Europa, maar hoe dan ook gewogen, en te licht bevonden. Ver beneden de verwachtingen, een heel eind buiten de resultaatverbintenis van BLOSO. Nadien was hij aan de telefoon eerlijk en hard voor zichzelf, zonder goedkope excuses, zich niet verschuilend achter leeftijd of de term "belofte", wetend en beseffend dat de Olympische droom weer ver, maar nog niet onbereikbaar, weg is. Het is nu tijd voor grondige analyses, mogelijk voor het bijstellen van doelen en verwachtingen. Ach, het hoort er allemaal bij, vooral wanneer een atleet gedreven wordt door een tomeloze ambitie, wanneer de lat hoog wordt gelegd, wanneer misschien de grens tussen realiteit en droom is vervaagd. En volgende week is het weer een wedstrijd. De Marc Herremans Classic in Antwerpen. Peter neemt het daar op tegen Normann Stadler, Spencer Smith, Rutger Beke, Luc Van Lierde, Marino Van Hoenacker, Andrew Johns, Steffen Liebetrau, Richie Cunningham ... Het wordt weer knokken en bikkelen.

vrijdag, juni 23, 2006

Klasbak

Het bespotte, weg-gehoonde, gedumpte en door velen al begraven godenkind Ronaldo is back, helemaal back! Enkele korte flitsen volstonden ruimschoots voor een enkeltje hel - hemel. Met twee goals tegen voetbaldwerg Japan hees de te dikke sambaspeler zich sloffend naast de legendarische goalgetter Gerd Muller, en geen mens die eraan twijfelt dat hij tegen het einde van het W.K. helemaal alleen op de troon zal zitten, als een beminnelijke pasha met een eeuwigdurende goddelijke status. Hiermee is nog maar eens duidelijk gemaakt dat een lamentabele conditie geen beletsel is om mee te draaien op het hoogste voetbalniveau. Of dacht u misschien dat met een Body Mass Index van 27 de top kan bereikt worden in wielrennen, tennis, zwemmen, lopen, badminton, tafeltennis ...? Maar goed, waarschijnlijk compenseert de uitzonderlijke klasse van Ronaldo (gedeeltelijk) het nadeel van zijn overgewicht. Ook de Braziliaanse voetbalcoach Pareira getuigde van een grote klasse. Ondanks alle kritiek van al wie zich enige voetbalkennis toedicht, ondanks de waanzinnige druk van een hele natie die voetbal eet, drinkt en ademt, bleef hij geloven in Ronaldo. Hoe gemakkelijk was het niet geweest om te Ronaldo te dumpen, en te kiezen voor Robinho. Pareira is een coach naar mijn hart, een gevoelsmens met een visie die achter zijn poulain blijft staan, ook en vooral als het slecht gaat. Pareira zoekt geen succes door mee te vlinderen met loze kreten, Pareira is een klasbak, net als Ronaldo.

donderdag, juni 22, 2006

Naïef

Beste Erik, ik hou van mensen met een uitgesproken mening, van mensen die altijd en onder alle omstandigheden voor deze mening durven uitkomen. Ik hou van flamboyante underdogs met een grote muil die, dikwijls tegen beter weten in, wild om zich heen schoppen naar echte en vermeende tegenstanders. Ik hou van outcasts, zelf verklaarde verschoppelingen, die soms redevoerend, dikwijls wauwelend wroeten om hun grote gelijk te halen in de zo onrechtvaardige wereld rondom hen. Een lichte vrolijkheid maakt zich dan ook van mij meester als zo'n underdog dan uiteindelijk, zelfs na jaren, zijn gelijk haalt tegenover al diegenen die dachten dat hij uitgespurt was, die verkeerdelijk dachten dat hij spurten verwarde met sputteren. En toch voelde ik onderhuids al enkele dagen een zekere onrust. Een goede vriend van mij, atletiekkenner pur sang, voorspelde het me. "Die Wymeersch hangt één van de volgende dagen." Misschien keek hij in een glazen bol, of stond hij in rechtstreeks contact met Delfi. Misschien was zijn uitspraak wel het resultaat van doodsimpele logica. Topprestaties op 36-jarige leeftijd, na jarenlange deemstering; opvallende spieraangroei op al te korte tijd; ondoordachte uitspraken in het eigen atletiekmilieu... Beste Erik, ik ben weer eens naïef geweest. Paul

woensdag, juni 21, 2006

Met kennis van zaken

Het grootste werk van een atleet en een coach gebeurt achter de schermen, dikwijls tijdens koude en natte winter- en voorjaarsdagen. De atleet werkt dan aan zijn basis, aan de fundamenten voor zijn latere prestaties. Hij schaaft en vijlt tot de zwakke punten sterk zijn, en de sterke punten nog sterker. Hij valt en staat op, probeert één achterwaartse stap om te zetten in minstens twee voorwaartse. De coach kijkt toe, test, plant, zet lijnen uit op korte en lange termijn, en hoopt dat deze wirwar van lijnen op het juiste moment samenvloeien in het vooropgestelde brandpunt. Voor Peter Croes, 22 jaar nog maar, en België's beste atleet op de korte afstand, is het zaterdag D-day. Hij neemt dan in Frankrijk deel aan het Europese kampioenschap. De belangen zijn niet gering. Verderzetten van zijn BLOSO-statuut is maar mogelijk mits een plaats bij de top-8, de norm die hij later nog eens zal moeten halen voor uitzending naar de Olympische Spelen. Ook vorig jaar, drie jaar voor datum van de Spelen in Peking, werd deze norm al vooropgesteld. Een top-16 op het wereldkampioenschap was ook goed. Peter werd gedelibereerd met een 17de plaats. Gek toch, die eisen die door BLOSO gesteld worden aan een jonge atleet die langzaam maar zeker wil groeien naar de Olympische Spelen. Drie jaar vóór datum moet de eindnorm voor uitzending naar Peking al gehaald worden om de steun te verdienen die nodig is om te evolueren naar die eindnorm. Twee jaar vooraf moet hij dat dan nog eens losjes overdoen, en dan (uiteraard) tijdens het laatste jaar nog eens, nu dan om de echte selectie te verdienen. Ik begrijp deze zienswijze echt niet voor een atleet die net de 20 is gepasseerd, en bij BLOSO begrijpt men niet dat ik dit niet begrijp. Misschien moet de topsportmanager eerst eens selectiecriteria vooropstellen voor de selectie van mensen die de selectie maken (volgt u nog?). Mensen die al eens gehoord hebben van langetermijnplanning, van een jaarplanning, een mesocyclus en een microcyclus. Mensen met kennis van zaken. Wij doen ondertussen wel verder.

dinsdag, juni 20, 2006

Bom(metje)

Er is, nog maar eens, een nieuwe dopingbom gedropt in het wielermilieu. Laurent Roux, ex-profrenner, geeft toe dat zijn "carrière" en schaarse overwinningen mogelijk gemaakt zijn dankzij epo, groeihormoon, cortisone en testosteron. Meer kon hij zich niet permitteren, dat was voor de meer kapitaalkrachtige renners. Excuseer? Wat bedoelt hij met "meer"? Bloedtransfusies, Igf-1, kunstmatig hemoglobine, genetische manipulaties? Of worden er misschien al kleine motortjes ingebouwd? Ploegleiders en ex-ploegmaats reageren verbaasd, haast schaamteloos verbolgen. Natuurlijk. Wie had nu ooit kunnen denken dat Roux aan het spul zat? Man, man, man toch. Iedere insider weet toch wat er aan de hand is. Maar met de handigheid van een playstationmanniak wordt er gelaveerd tussen de bommen die al jaren, en quasi ononderbroken worden gedropt. Of zijn we de Festina-zaak vergeten, met bekentenissen van o.a. Willy Voet, Richard Virenque en Alex Zulle? Zegt de naam Rumsas u nog iets? Préparateur par excellence, naar eigen zeggen wel om zijn schoonmoeder klaar te stomen die in de Grand Prix d'Amerique de hond van Frank Van den Broucke moest partij geven. En wat met Gaumont, Herrera, Hamilton, de sms-jes van de Vlaamse Leeuw, "dokter" Fuentes... De lijst is haast eindeloos. Is het in andere sporten beter? Waarschijnlijk niet. Fuentes heeft lang niet alleen wielrenners onder zijn cliënteel. Misschien valt ook in het atletiekmilieu wel een bom, als zou blijken dat het verhoogde aantal rode bloedcellen bij sommige Afrikaanse langeafstandslopers niet enkel te danken is aan trainingen op de hoogvlakten van hun thuisbasis. Maar de rook zal wel weer optrekken en een schier intact landschap achterlaten . Enkele namen zullen weggemoffeld worden in de statistieken, bestempeld worden als nestbevuilers en natrappers. Amper een etmaal later zullen ze nog slechts deel uitmaken van een verre en obscure geschiedenis. Wie zei ook weer dat geschiedenis zo belangrijk is, omdat we voor de toekomst slechts kunnen leren uit de fouten van het verleden?

maandag, juni 19, 2006

Machtsvertoon

Ik ben terug in het vlakke land, terug van een schitterende streek, gedomineerd door de Mont Ventoux. Ik heb ook weer iets bijgeleerd. De Kale wordt niet "bedwongen", de Kale wordt niet "bestormd", de Kale wordt niet "ingenomen", door geen 1000, door geen 2000, nog door geen 100000 wielertoeristen. De Kale wordt opgefietst, niks meer en niks minder, net zolang het deze Reus belieft. Een hele week was het mooi weer in die schitterende Provence, en dag na dag kleurden de velden feller door de opbloeiende lavendel. Ook zaterdagochtend zag het er nog heel behoorlijk uit. Tot iets na het middaguur. Toen vond de Kale het welletjes met al dat hijgende gewriemel op zijn majestueuze flanken. Drie kilometer van de top was ik nog verwijderd bij mijn tweede beklimming, toen dof gerommel miserie aankondigde. Het werd fris, en de wind stak met het grootste gemak een tandje bij. Grote, aanvankelijk nog sporadische druppels verwaterden snel alle hoop op loos dreigend en wegtrekkend onweer. De Kale nam zijn stuur onderaan vast, kromde zijn rug en trok zich langzaam maar vastberaden verder op gang, met in zijn spoor opspringende hagelbollen, gutsende regen, tempeestende wind. Verder fietsen, vooral afdalen, werd moeilijk en gevaarlijk. Einde van het verhaal. Waarom sloegen de weerelementen net dan toe? Is de Kale medegenloos geweest? Of toonde hij net mededogen met al diegenen die boven hun krachten en hartslaglimieten flirtten met de grens van hun mogelijkheden, deze zelfs overschreden? Stoorde hij zich aan de vlaams-nationalistische vlaggen die her en der wapperden en ongevraagd gemanoeuvreerd werden tussen mensen die sport willen doen in een sfeer van vriendschap en verdraagzaamheid, en die daar in het zuiden van Frankrijk geen boodschap, zelfs lak hebben aan bepaalde politieke strekkingen en ideologieën? Vreesde de Kale de lading die gedekt werd door de vlag? Of was het louter gratuit machtsvertoon?

woensdag, juni 14, 2006

Sex met die blonde, euh bal

Echte toppers, en daarmee bedoel ik niks meer of niks minder dan echte toppers, hebben geen sportpsycholoog nodig. Topprestaties zijn niet alleen het resultaat van fysieke kwaliteiten, maar ook, en misschien meer nog, van mentale kracht en weerbaarheid. De minste zwakte wordt afgestraft in minuten, seconden, tienden of zelfs honderdsten van een seconde, bijna altijd het verschil tussen top en subtop. Georges Leekens was het vorige week helemaal niet eens met deze stelling. Kan best, en mag ook. Een voetbalcoach is geen coach van individuele atleten, en ik begrijp dat visies dus wel eens kunnen verschillen. Gisteren werd me echter plots heel veel duidelijk, tijdens het lezen van een interview met Ronaldinho, de primus inter pares onder de voetballers. Ik citeer: "Ik eet met een voetbal, ik slaap met een voetbal. Als het kon, zou ik zelfs met een voetbal vrijen." Eten met een voetbal is iets of wat onhandiger dan eten met mes en vork, maar goed. Ermee slapen kan handig zijn om tijdens je droom een penalty binnen te trappen, maar ermee vrijen... Ik vraag me eigenlijk af wat hem tegenhoudt. Een perfect ronde vorm, meestal een cmbinatie van zwart en wit, heerlijk kneedbaar als hij niet helemaal is opgepompt. Wat is er dan fout? Een te klein gaatje? Gebrek aan tepels? Te stroef? Misschien kan Ronaldinho best toch eens gaan praten met een psycholoog, of godbetert met een psychiater. Mogelijk maakt een gewone bloedname ook al veel duidelijk. Wedden dat er toch één of andere gigantisch afwijkende waarde te vinden is die dergelijke onzin begrijpelijk maakt. P.S. Ik ben weg, tot dinsdag. See you!

dinsdag, juni 13, 2006

De top

Vanaf donderdag trek ik er een paar dagen tussenuit. Weg van hier, richting Provence, waar ik samen met nog bijna 2000 andere wielergestoorde amateurs de bekendste kale berg ga inpalmen. De Mont Ventoux, zoals gezegd kaal, en dus voorzien van een kruin. Onder deze kruin geducht om verschrikkelijk vervelende vliegjes en de onophoudelijk hoge stijgingspercentages, erboven vervloekt omwille van de wind die onbarmartig en bulderend roekeloze would-be renners tot de orde roept. Ik kijk ernaar uit, enkele dagen oeverloos lullen over trainingsschema's, grote en kleine plateau's, energiedrankjes en dorstlessers. Theorie die wordt omgezet in de praktijk, proefondervindelijke scholing, iedere coach zou zo nu en dan met de neus op de feiten moeten worden gedrukt. Op zaterdag, om 7.30u, beginnen we eraan, langs de drie kanten, handen bovenop het stuur, zoekend naar het juiste ritme en naar het evenwicht tussen trapkadans en ademhaling. Voor sommigen zal één geslaagde beklimming al meer zijn dan ze ooit hadden durven vermoeden, anderen zoeken, misschien bij gebrek aan prestatiepotentieel in reguliere prestaties, hun moment de gloire in een fysiek onvoorstelbaar zware en naar boerenverstandnormen absurde 24-uur lange klimtocht, vechtend tegen onvermijdelijke inzinkingen, slaap, leeglopende spieren en hersenen. Onder de deelnemers bevindt zich ook Bert Anciaux, minister van Sport. Als ik de krant moet geloven haalde hij pas op 1 mei voor de eerste keer de fiets van stal, en was toen nog een brug over de autosnelweg de hoogste col die hij ooit van dichtbij had gezien. Waarschijnlijk is hij het beu om als sportdilettant door het leven te schuifelen, vooral nu hij geacht wordt budgetten voor top- en breedtesport vakkundig te verstrooien. Bovendien doet het beeld van een zwoegende minister van Sport zeker geen kwaad, zo recht in de aanloop naar de volgende verkiezingen. Ik vrees echter dat Bert, vooral als hij vertrekt vanuit Bedoin, na een vijftal kilometer zal doorhebben dat het gemakkelijker is op de top van een verkiezingslijst te komen dan op de top van de Mont Ventoux. Ik wens hem het allerbeste.

maandag, juni 12, 2006

Kim, Tia en Erik

Met éénen-twintig zijn ze al, atleten en atletes die spurtend, springend, met grote en krachtige foulé hopelijk toch éénmaal aanzet zullen kunnen geven tot onze geliefde Brabançonne op het nakende Europese kampioenschap in het Zweedse Göteborg. Een mix van jong talent en certitudes is het, aangevuld met een aantal oudgedienden die ook op het toppunt van hun kunnen vooral blij mogen zijn erbij te horen. Toch respect, de limieten van de Belgische atletiekbond zijn scherp gesteld. Kim Gevaert, sierlijk, stijlvol en nooit ontgoochelend op de grote afspraken draagt de hoop van atletiekminnend Vlaanderen. Ik zag haar tijdens de afgelopen winter af en toe aan de slag op training, gedreven, keihard werkend, maar ook tijdens zware inspanningen steeds even gracieus. Naast haar is Tia Hellebaut opgestaan, opgesprongen zelfs, het stadium van topper in wording ontgroeid, oerdegelijk, sober, en onder het moto 'presteren is mijn job' al enige maanden levend en springend op een wolk. Maar de blikvanger en vreemde eend in de bijt is ongetwijfeld Erik Wijmersch, 36 toch al, en net als Lindford Christie en Merlene Ottey het levende bewijs dat snel zijn niet het alleenrecht is van jonge broekjes. Een open boek is hij, levenslang bestrijder van verkillende saaiheid en dus flamboyant, voorspelbaar arrogant, dikwijls verongelijkt. Schenenstampend en tenentrappend, wild om zich heen schoppend, woest als hij meent onrecht te zijn aangedaan. Zoals zovele sporters luidde zijn fin de carrière een nieuwe carrière in, zoveel jaar na datum van zijn Europese indoortitel. De bobo's van Atletiek Vlaanderen verslijt hij voor saaie planten, zijn concurrenten voor jeanetten, en juryleden zijn wel eens corrupt. Als hij ontgoocheld is verzeilt zijn medaille ostentatief in de vuilbak, en een starter die niet net schiet als hij vertrekt dreigt hij "op zijn bakkes" te slaan. Uitgesproken meningen, eigenlijk hou ik er wel van.

zondag, juni 11, 2006

En garde

Vanmorgen ben ik op tijd opgestaan, wegens te veel bezig zijn met bezige-bij-bezigheden. Wroeten aan mijn weblog, geholpen evenwel door de fraaie voorzet van Marlon. Hoog ben ik opgesprongen, de bal binnengekopt, zoals het hoort, diep in de hoek, hopelijk buiten bereik. Ik kan wat hebben van Marlon, de schitterende weblogschrijver, gesjeesde woordenartiest en artistieke sportfanaat, zelfs kritiek op Marc H. Daarna vlug maar toch grondig geknutseld aan trainingsschema's, verloren werk dikwijls na een onverwacht telefoontje van betrokken atleten, kwetsbaar en wispelturig zoals alleen sportmannen kunnen zijn. Met Marc en Mieke naar een brunch geweest van "To Walk Again", noodzakelijk en verwacht, maar daarom niet minder een prettige acte de présence. Dan maar zelf de fiets op, want zondag wacht de "kale", diep in de Provence, en vooral hoog, spottend met al wie overmoedig is en zich hooghartig te barsten stampt met een te grote plateau of een te klein kamwiel. Van mij hoeft hij niets (meer) te vrezen, ik heb vorig jaar mijn les geleerd, kilometers lang zelfs, vrezend dat ik bij mijn laatste beklimming de top niet meer zou halen, uitgeput, gedehydrateerd, wit van weggetrokken bloed en te veel verloren zout. Nog wat emails gelezen, beantwoord en gefabriceerd over onderwerpen allerhande, in de juiste stemming gebracht door de loepzuivere Ipodklanken van het nooit te veel gehoorde en daarom nooit afgezaagde Crazy van Gnarls Barkley, ergens onbestemd en moeilijk exact te situeren rondzwervend midden mijn hersenpan. Mijn dag eindigt stilaan, alles is trouwens eindig. Een dag, een week, een maand, een jaar, een leven. Ik mag er niet bij stilstaan, de 50 is in zicht. Ik snak nu nog naar enkele bladzijden uit "En Garde", de nieuwe Van Loock en Sluszny, relatieve nieuwkomers in de Vlaamse literatuur, excuseer, Literatuur, boeiend, gedurfd, een verademing, ronduit knap. Morgen is er weer een dag.

Never give up!

Beste Marlon, gisteren schreef je de volgende comment: "Dag Paul, ik kan je redenering perfect volgen, geen speldje tussen te krijgen, maar één aangehaald voorbeeld vind ik wel "d'erover": waarom moet Marc Herremans per se driemaal die Mont Ventoux op? Eénmaal of zelfs geen maal is ook al goed, dat doet niks af aan ons respect voor Marc. Moet je sommige mensen niet beschermen tegen zichzelf? Wij zijn toch zo ontzettend prestatiegericht, waar blijft het plezier, ook in de sport? Moet alles kapot barsten of kraken?" Dezelfde opmerking hoorde ik nog eens, in 2003, nadat Marc - en dit geef ik toe - uitgeput over de finish kwam in Hawaii, minder dan twee jaar na zijn ongeval. Toen kwam ze uit de mond van Carla Galle, grote baas van BLOSO, in haar jonge jaren zwemster, gepusht om eindeloos lang 25 meter op en af te zwemmen, wellicht veel te hard en veel te veel voor een kind. Ik heb toen niet gereageerd, die woorden waren immers niemandalletjes, te veel besmet door sigarettenrook, vluchtige klankjes, onzichtbaar en amper hoorbaar naast de prestatie die Marc had neergezet. Nu reageer ik wel, een geschreven woord is immers harder, en ook blijvender. 196.000.000, dat is volgens de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid het aantal dosissen antidepressiva dat jaarlijks geslikt wordt in België. Enerzijds door mensen die ongewild in de hel van een depressie zijn terecht gekomen, maar anderzijds ook door mensen wiens leven niet helemaal verloopt volgens het plan dat ze 's ochtends nog, of de week ervoor, of op 1 januari hadden uitgetekend. Moedeloos bij de minste tegenslag, terugvallend op een klein percentage van hun normale functioneren. Zo niet bij Marc. Hij doet niks anders dan de draad weer opnemen, ondanks alles. Hij heeft die draad zelfs nooit laten vallen. Zonder zijn ongeval zou hij even goed in Hawaii zijn grenzen hebben afgetast, waarschijnlijk ook hebben overschreden. En hoe dikwijls zou hij, zonder zijn ongeval, de Mont Ventoux zijn opgereden? Gisteren was ik met hem in de Ardennen, om de voorbereiding te volgen op zijn volgende doel: de beklimming van El Capitan, een loodrechte wand van meer dan 1000 meter hoogte in Californië. Vijf dagen zal hij erover doen, zich centimeter per centimeter optrekkend, richting top, samen met Glenn, Guy en Johan. Het is een uitdaging, maar geen nieuwe. Twaalf jaar geleden stond deze beklimming al op zijn agenda. Trouwens, moest ook Lance Armstrong beschermd worden tegen zichzelf, toen hij na die vreselijke kanker terug op zijn fiets kroop, en in het begin tegen nog geen 20 km/u verder sukkelde? Moest loopster Ana Quirot tegen zichzelf beschermd worden toen ze zich na haar revalidatie van zware, derdegraadsbrandwonden terug naar de absolute wereldtop wilde knokken? Misschien kunnen we beter iets leren van Marc, en ongetwijfeld van nog zoveel andere mensen die terug vechten vanuit een haast uitzichtloze situatie, en loze opmerkingen als "beschermen tegen zichzelf" achterwege laten.

zaterdag, juni 10, 2006

Perpetuum mobile

Gisteren nam ik in Leuven deel aan een symposium met als onderwerp "Sport- en bedrijfsmanagement: gelijkenissen en verschillen." Samen met topcoaches uit de teamsporten Georges Leekens, Dominique Baeyens en Gert Vande Broek zat ik in het panel van een workshop. "Hoe bouw je een team en motiveer je medewerkers?" was het centrale thema. Er werd van ons een stelling gevraagd die dan ter discussie zou gesteld worden. Mijn stelling was: "Je kan maar atleten/medewerkers stimuleren en motiveren als je de lat op de juiste hoogte legt." Als de doelstelling voor een atleet te hoog ligt, dan wordt hij altijd weer geconfronteerd met een nederlaag. Dit leidt tot onvrede, wrevel, en uiteindelijk afhaken. Leg je de lat dan weer te laag, dan wordt het doel al te gemakkelijk gerealiseerd, en dan verdwijnt de motivatie om beter te doen, en dus om hard te trainen. Maar eigenlijk weet ik ook wel dat dit getheoretiseer is dat enkel opgaat voor de mindere goden. Echte toppers leggen de lat extreem hoog, en ze zijn alleen tevreden met topprestaties. Tom Boonen wil de Ronde van Vlaanderen winnen. Tia Hellbaut en Kim Gevaert willen minstens een podiumplaats op het E.K. atletiek, en Stefan Everts zal alleen maar tevreden zijn met een tiende wereldtitel. Sven Nys wil nog eens werldkampioen veldrijden worden, en hij wil bovendien naar de Olympische Spelen, niet als toerist, maar om een medaille te halen in het mountainbiken. Rutger Beke wil zijn gram halen in Hawaii, alleen met een overwinning, en ook Luc Van Lierde vecht voor een nieuwe topprestatie in de Ironman, zoveel jaren na zijn laatste titel. Marc Herremans wil met zijn handbike op de Mont Ventoux, niet één-, maar driemaal. En ook hij zal de triatlon maar vaarwel zeggen als hij de Ironman zal gewonnen hebben. Dat maakt het allemaal zo moeilijk voor de atleet én voor de coach. Alleen van hoog kan je diep vallen. Vallen en opstaan dus, altijd opnieuw beginnen, vooruit en omhoog kijkend. Nog maar eens in gang trekken, er nog maar eens vol voor gaan. Een perpetuum mobile, een never ending story.

vrijdag, juni 09, 2006

de vrouw achter

Ik ben de laatste dagen weer heel wat wijzer geworden. Dachten jullie ook dat de Brazilianen zon nodig hadden om met hun sambavoetbal de wereldbeker binnen te halen? Mis! Bij temperaturen, lager dan 18°, zijn zij de besten van het hele lot. Italië en Duitsland spelen dan weer het best bij een temperatuur van 23,3° en als het onweert spelen Duitsland en Brazilië even goed. "Onderzoekers" uit Hamburg hebben dit voor ons becijferd. 't Is maar dat je het weet. Als ik trainer zou zijn van Ecuador, dan maakte ik mijn spelers wijs dat de middellijn van het voetbalveld eigenlijk de evenaar is, en als trainer van Ghana zou ik mijn elftal inpompen dat het gras geen gras is, maar gewoon zand. Wedden dat deze twee ploegen de finale zouden spelen? Echt interessant was de verkiezing van de knapste spelersvrouw. Eva Gonzales (foto boven), Miss Spanje 2003 en vriendin van Iker Casillas, haalde het. Jammer, mijn favoriete was Sylvie van der Vaart (foto onder) , en mevrouw Raul vond (en vind) ik ook verre van mis. Het lijken me wel niet de vrouwen ACHTER de speler, veeleer minstens ernaast, en als het even kan vlak ervóór. Met recht en reden trouwens, ze scoren voortdurend, naast het veld, en zonder bal. Niet echt dus de vrouwen die sportmannen nodig hebben. Vrouwen die zichzelf helemaal wegcijferen, hun stoere bink bemoederen als het moet, en oppeppen als het kan. Vrouwen die beter sportdrankjes mengen dan champagne ontkurken, en een bord spagetti verkiezen boven kaviaar. Maar misschien hebben voetballers dergelijke vrouwen niet nodig.

donderdag, juni 08, 2006

Niet simpel

Straks wordt tijdens de halve finale op Roland Garros de eigenlijke finale gespeeld, Kim Clijsters tegen Justin Henin. Ongetwijfeld een prestigeduel, een clash tussen de twee beste tennisspeelsters van het ogenblik, een sportieve oorlog tussen twee persoonlijkheden, tussen stuurs en goedlachs, tussen twee uiteenlopende levensfilosofiëen. In de krant zag ik van beiden een foto, Kim met haar vriend Brian Lynch, Justin met haar coach en mentor Carlos Rodriguez. Het contrast kon niet groter zijn. Justin stuurs weg kijkend van Rodriguez die haar ernstig, vermoedelijk ook streng, vingerwijzend toespreekt. Kim opkijkend naar Brian, lachend, relax, het hoofd lichtjes zijwaarts gebogen, gelukkig en duidelijk verliefd. Twee maal twee personen, op dezelfde plaats, met hetzelfde doel en toch zo verschillend, een gesloten en een open universum. Straks verengt hun wereld, ook die van Kim, tot exact 195.63 vierkante meter gravel. Zij staan er dan alleen voor, met als enige en vluchtige houvast een snelle blik op Carlos en Lei. Het wordt, nog maar eens, zwaar, fysiek en mentaal. Vechten voor elke bal,bliksemsnel denken en uitvoeren, kiezen tussen de aanval en verdediging, tussen baselinespel en het snelle volleywerk. Scheve situaties rechttrekken of een nooit geruststellende voorsprong behouden, "cool" blijven bij break- en matchpunten, en nadien, na winst of verlies, weer van nul beginnen, mentaal opladen, op naar de volgende wedstrijd, met een prestatiedruk die meer weegt dan de zwaarste reiskoffer. Nog maar eens balanceren tussen motivatie en demotivatie. Ik denk dat het niet simpel is, zo'n leven voor prille twintigers.

woensdag, juni 07, 2006

Betrekkelijk voornaamwoord

Vorig jaar, zo ergens op het einde van de maand juli, was ik een aandachtig toeschouwer tijdens de Nacht van de Atletiek, in atletiek-middens kortweg "De Nacht" genoemd. Kleiner dan de Memorial, knusser ook, meer voeling met de atleten, altijd goed voor één of meerdere topprestaties, en dubbel heerlijk als Kim Gevaert hiervoor zorgt. Veerle Dejaeghere deed er een ultieme poging om de limiet op de 5000 meter te halen voor het W.K. in Helsinki, enkele weken later. 15 minuten en 24 seconden was de richttijd, iets sneller dan 3 minuten en 5 seconden per kilometer, net onder de 1 minuut en 14 seconden per ronde. Vier kilometer lang ging het goed, en dan, plots, niks meer. Veerle lag op de grond, groggy, geslagen en verslagen, letterlijk uitgeteld. De benen wilden niet meer, en ook het hoofd liet het afweten. Nadien werd ze toch nog opgevist voor het W.K., maar Veerle zelf, samen met insiders, wist toen al wel: het wordt niks in Finland. De gevolgen waren zwaar: ontslag bij Atletiek Vlaanderen, vermoedelijk terecht, zeker als je geen tennisser bent. Terug lesgeven dan maar, het dagschema trainen - rusten - trainen - rusten - slapen grondig overhoop gehaald door moeilijke en gemakkelijke leerlingen, klasagenda's, lesvoorbereidingen, jaarplannen, toetsen, vakvergaderingen, vakoverschrijdende eindtermen, deliberaties en bijkomende proeven. "De leerstof van het derde leerjaar ken ik uit mijn hoofd, maar nu moet ik lesgeven over het betrekkelijk voornaamwoord, dat is wat anders", zei ze in een zeer recent interview. Het einde van haar carrière? Niks van, daar is Dejaeghere weer, met een flinke duik onder de limiettijd voor de 3000 meter steeple voor het komende E.K. Het betrekkelijk voornaamwoord heeft de betrekkelijkheid van het profbestaan duidelijk gemaakt. En plots, plots lukt het dan weer.

dinsdag, juni 06, 2006

Show

Vorige week zat ik, even toch, aan het scherm gekluisterd voor een tennismatch, ergens prematuur nog in de aanloopronden van Roland Garros. Geen finale dus, zelfs geen wedstrijd waarin de één of andere Russische babe met andere dan tennistieke kwaliteiten kreunend en zuchtend de aandacht afleidde van "unforced errors" en andere domme fouten. Neen, het was Gaël Monfils, de zwarte kroonprins van het Franse tennis, die in een wedstrijd tegen Dick Norman mijn aandacht opeiste. Druk gesticulerend en bekketrekkend bespeelde hij het publiek en trachtte hij - en dat dient gezegd - de stoïcijns kalme Norman uit evenwicht te brengen. Gretig pikte hij in op de Mexican wave van zijn joelende supporters en voerde hij zo nu en dan de lang vergeten Ali-shuffle uit. Een passing shot leidde tot wilde kreten en borstgeroffel en irritant hyperactief huppelend wachtte hij op de zoveelste ace van Dick. Winst zat er toen nog net in, hij stootte later door tot de 1/8 finales. Toen was het terug naar af, naar de banken van de Showbizzschool. Show staat er ook aan te komen in het voetbalgekke Duitsland, bij de goddelijke kanaries, Ronaldo, Ronaldinho, Robinho, Kaka, Roque Junior en andere sterren van het Braziliaanse sambavoetbal. Gisteren werd ons in "Lo Nunca Visto" een blik in de kleedkamer en achter de schermen gegund, vooral een blik op de waanzinnige adoratie, de idolatrie, de bijna schrijnende verafgoding door duizenden straatarme Haïtianen die de Braziliaanse godenkinderen toejuichten terwijl ze rondgereden werden in witte pantservoertuigen, bij dagdagelijkse gebruik ingezet om bloedige opstanden in de kiem te smoren. Ik zag soms samba op het veld, maar vooral vóór en na de wedstrijd, ik zag zelfvoldane balgoochelaars met naar eigen zeggen ongeveer 170 miljoen fans. Iedere wedstrijd werd voorafgegaan door een gebed, of hoe noem je het sloganeske, haast rappende groepsgewijze afdreunen van nu eens het Onze Vader, dan weer het Wees Gegroet. Waanzin. Als er hierboven al Iemand is, zou die in deze wereld dan geen andere zorgen om het hoofd hebben dan eigengereide, zelfvoldane voetballende multimiljonairs een voetbalmatchke te laten winnen?

maandag, juni 05, 2006

Stijn

Gisteren is de Dauphiné Libéré van start gegaan, een pittige rittenwedstrijd die door heel wat renners gebruikt wordt om de vorm voor de Ronde van Frankrijk in een beslissende, dus goede plooi te leggen. Stijn Devolder werd er zesde in de proloog, 8 luttele tikjes achter winnaar Zabriski. Ik heb altijd een zwak gehad voor Stijn, een West-Vlaamse bonk, weinig van zeggen, minzaam en soms koppig, met een verbeten trek als het moeilijk ging, en zwijgzaam gebeten op wie twijfelde aan zijn kunnen. Ik heb hem tijdens de jaren dat ik trainer was bij het semi-professionele wielerteam van Eddy Merckx altijd een beetje als mijn poulain beschouwd, en meer dan eens de verdediging voor hem opgenomen tegen de striemende, dikwijls terechte kritiek van sportbestuurder Valerio Piva. Als hij in zijn dagje was, was hij minstens de evenknie van zijn generatiegenoot Tom Boonen. Genereus sprong hij dan om met zijn krachten, het hele deelnemersveld aan flarden scheurend, voorovergebogen beukend tegen de wind en dansend over de kasseien van zijn biotoop, de Vlaamse Ardennen. Tijdens zijn mindere perioden was het dan weer harken, aanklampen, roemloos lossen, moedeloos van het getier van zijn sportbestuurder in zijn oortje. Sinds hij profrenner is laat hij flitsen zien van zijn enorme talent als hardrijder pur sang, vooral wanneer de klok zijn tegenstander is, of wanneer hij naar de meet kan rijden met collega's die net als hij gezegend zijn met een sprint van een strijkijzer. Finishen is niet Stijn's beste kant. In augustus wordt Stijn 27 jaar, de leeftijd dat een atleet tot volledige ontbolstering begint te komen. Ik hoop dat Johan Bruyneel hem meeneemt naar de Tour. Daar word je pas echt renner.

zondag, juni 04, 2006

wielrenner voor één dag

Straks ga ik slapen met een lichte wroeging. Als coach ben ik een heel klein beetje in de fout gegaan. Peter Croes ging vandaag van start in Madrid voor zijn eerste wereldbekerwedstrijd, en Sven Nys moest in Ronse Filip Meirhaeghe partij geven in de derde manche van de Benelux-Cup mountainbike. Madrid ligt nu wel niet bij de deur, en bovendien ook nog lichtjes uit de richting, maar de afstand Lichtaart - Ronse overbrug ik in amper 90 minuten tijd. En toch had ik deze morgen andere plannen. Vandaag stond Tilff - Bastogne - Tilff op het programma, de Luik-Bastenaken-Luik voor wielertoeristen. Met meer dan 8000 passeerden we de inschrijftafel. Een kleurrijke bende, in alle maten en gewichten, voorzien van minstens twee gevulde drinkbussen, energiebars en -gels, een regenvestje voor het geval dat, armstukken en reservebandjes. Er werden pelotonnetjes gevormd, hier en daar werd alles 'op een lint getrokken', en bij zijwind werd er in waaiers gereden. Er werd gedemarreerd, achter auto's gereden en op de steilste hellingen zetten sommigen ontmoedigd de voet aan de grond. Ik hoorde zuchten, kreunen en steunen op de onverbiddellijke Cote de la Redoute, daar waar Frank Vandenbroucke Michele Bartoli eens diep in de ogen keek, nu al zo lang geleden. De opeenvolging van klimmen en dalen deed nu eens het tempo stokken, dan weer opvoeren naar haast gevaarlijke snelheden. "Klootzak" riep de mij onbekende Piet, toen ik hem iets te enthousiast voorbij reed nadat ik in zijn wiel eerst enkele kilometers beschutting tegen de wind had gezocht. Heerlijk was het, eens wielrenner te zijn voor één dag.

zaterdag, juni 03, 2006

Armen en benen

Vandaag heb ik training gegeven aan twee atleten waarvan insiders vijf jaar geleden nog dachten dat ze op weg waren om samen Ironmangeschiedenis te schrijven tijdens de prille jaren van deze eeuw. Het is even anders gelopen, zowel voor de ene als voor de andere, zij het dan om totaal verschillende redenen. De ene stond klaar om de andere van zijn toen toch al licht wankelende troon te stoten, de andere wou zich niet zomaar gewonnen geven. Tijdens de triatlon van Knokke in 2001 namen ze ver afstand van de concurrentie en streden ze tot de laatste meter voor de overwinning, schouder aan schouder. Felle tegenstanders waren het toen. Nu zijn het vrienden, trainingspartners, en beiden zijn ze zo moeilijk te coachen. De ene is onverzettelijk, te fel gefocust, eigenzinning, met een ontembaar temperament. De andere is de eeuwige twijfelaar, onzeker, maar wel een loepzuiver talent, flyer tijdens iedere meter die hij aflegt. Afremmen en pushen, wikken en wegen, veel praten, dikwijls verloren woorden die dan maar weer moeten herhaald worden. Ongewild energieslorpend en -verslindend, zo zijn ze allebei, hun coach soms tot wanhoop drijvend. Marc en Luc, de armen en de benen.

vrijdag, juni 02, 2006

Gebakken lucht

Het zijn drukke tijden in bij voetbalclub Beveren. Er moet dringend een nieuwe coach komen, en daarom zijn er gesprekken aan de gang met Jos Daerden, Regi Van Acker, Alex Czerniatynski en Walter Meeus. De gesprekken gaan zonder twijfel over maandlonen, premies, auto van de club, GSM en laptop, en misschien over nog wat bonussen en voordelen in natura. En o ja, ook nog over de broodnodige versterkingen moet worden gepraat. Een trainer die zichzelf respecteert wil toch wel enig garantie op succes. Kwestie van zijn marktwaarde op peil te houden. Vandaar dat de "beleidsverantwoordelijken" van de club ook nog eens werk maken van de invulling van het sportieve plaatje. Zou er tijdens de financiële beprekingen en afspraken met potentiële trainers en voetballers gepraat worden over geblokkeerde rekeningen, een schuldenlast die de club laat kraken in al haar geledingen, over het contingent Ivoriaanse voetballers dat, zo blijkt nu, onrechtmatig gefinancierd werd door Arsenal, over de jarenlange juridische strijd die er staat aan te komen met voormalig sportief manager Jean-Marc Guillou? Of zijn dit meer details, kleine akkefietjes die na verloop van tijd zichzelf wel zullen oplossen? Ik vraag me soms af waarom verstandige mensen aan tafel gaan zitten met praatjesmakers die excelleren in het verkopen van lulkoek, het maken van wind en het verkopen van gebakken lucht.

donderdag, juni 01, 2006

Roep en tier

"... einde aan het Parijse sprookje van Kirsten Flipkens". "Kirsten Flipkens dondert van haar wolk." "En toch ben ik fier op mijn eerste Grand Slam."...De kranten schreven het, Kirsten zei het. Echt waar, ik verzin niets. Onderuit in de laatste kwalificatieronde, opgevist als lucky loser. Winst in de eerste ronde tegen een kwalificatiespeelster, droog 1-6, 0-6 verlies in de tweede ronde, tegen de eerste echte moeilijke tegenstandster. "En toch ben ik fier ....." Hebben we het hier over iemand die blij is dat ze erbij hoort, of over een sportvrouw die echt ambitie heeft om aan de top te komen, om waar te maken wat ze al enkele jaren geleden beloofde door wereldkampioene bij de juniores te worden? Een sportman/sportvrouw die tevreden is na een nederlaag, een zware zelfs, of een atleet die juicht als hij als tweede over de eindstreep komt, redt het niet. Nooit. De juiste winnaarsspirit vertaalt zich in tandengeknars bij verlies, in een verbeten trek, in een binnenmondse of luid uitgesproken godverdomme. Doe maar Kirsten, vloek en vervloek, stamp en schoffel, bries en blaas. Echte winnaars begrijpen ontgoocheling en frustratie. Enkele jaren geleden zag ik tijdens de Olympische Spelen "onze" estafettezwemploeg van de dames opkomen, met een brede smile, en allen met een belachelijk hoge hoed in de Belgische kleuren op het hoofd. Breed zwaaiend naar het publiek en naar oma, zo huppelden ze naar de startblok, duidelijk blij dat ze dit konden, ja, mochten meemaken. Het werd niks, nada. Lachend op, lachend af. Nooit hebben we er nog iets van gehoord. Laat het nooit zover komen, Kirsten, schreeuw, roep, en tier! Spreek van een teleurstelling, onthoud de goede punten en leer uit de slechte. Laat tranen zien, zweer dat je het volgende keer beter zult doen. Anders red je het niet!

Werk

Een groot deel van het werk van een trainer bestaat erin om trainingen en wedstrijden te analyseren. Wat gaat er goed, en vooral, wat ging er fout? Alleen zo kunnen de trainingen en de wedstrijdresultaten bijgestuurd worden. Gisteren was het tijd om de zevende plaats van Luc Van Lierde in Lanzarote onder de loupe te nemen. Ik word daarin perfect bijgestaan door professor Peter Hespel, inspanningsfysioloog en voedingsdeskundige aan de KULeuven (Topsport ABC). Tot op de gram en de milliliter analyseerde hij de vocht- en energieopname van Luc vlak vóór de wedstrijd, en tijdens ieder wedstrijdonderdeel. Zijn conclusie was klaar en duidelijk: Luc MOEST instorten tijdens de wedstrijd. Hij zei zelfs dat sommige fouten in de wedstrijd gelijk stonden met "dood met de kogel". In totaal nam Luc 165 gr suikers te weinig op, en zijn vochtdeficiet bedroeg minimaal 2.5 liter over de volledige triatlon. Dit komt overeen met een suiker- en vochtopname voor minstens twee wedstrijduren. Eigenlijk is het een mirakel dat Luc zijn marathon nog kon uitlopen in drie uur. Nadien werd er met Luc een nieuw systeem van pedalen uitgetest. Hierdoor zou hij 5 tot 10% meer kracht kunnen ontwikkelen. En als afsluiter namen we nog een inspanningstest op de fiets af. Om 14.30u had ik met Luc al een eerste bespreking, om 15.30u kwam Peter Hespel ons vervoegen, en om 22.00u gingen we uit elkaar, slimmer, met nieuwe richtlijnen en met een versterkte motivatie. Tijd voor andere atleten. Eén ervan heeft een vrij ernstige knieblessure, een andere had tijdens het weekend onrustwekkende hartritmestoornissen. Werk aan de winkel.